Zwerven door de stad, beter dan Ter Apel

Elke dag opnieuw zoeken naar een plek waar je kunt slapen. 160 asielzoekers trekken al een week als nomaden door Amsterdam.

Sinds maandag trekken 160 asielzoekers van de ene naar de andere plek in Amsterdam. Veel Amsterdammers bieden hulp. Foto anp

Vijf Afrikaanse mannen hangen ’s avonds op de stoep voor een kantoorpand op de Weteringschans. Het pand, op steenworp afstand van het Rijksmuseum, is net voor hen gekraakt door sympathisanten. Binnen zitten zo’n 160 asielzoekers. Ze hopen er te kunnen slapen, ook al is het op de vloer.

De groep asielzoekers trekt sinds maandag als nomaden door Amsterdam. Zo verbleven ze in cultureel centrum OT301 op de Overtoom, het Wilhelmina Gasthuis in West, de tuin van de Diaconie aan de Nieuwe Herengracht, op de stoep voor het stadhuis, en in de Kerk ‘De Bron’ in de Watergraafsmeer. En de meest recente locatie: het gekraakte kantoorpand op de Weteringschans.

Het uithoudingsvermogen van de asielzoekers wordt flink op de proef gesteld. Ze zijn elke dag opnieuw op zoek naar een verblijf- en slaapplek in de stad. Het liefst binnen, want ’s nachts begint het langzaamaan weer te vriezen. Wie een deken heeft, sjouwt ’m door de stad. „We zijn doodmoe”, zegt Yoonis Osman Nuur, Somalische asielzoeker en een van de woordvoerders van de groep.

Toch verkiezen de asielzoekers dit zwervende bestaan in Amsterdam boven het verblijf in een uitzetcentrum. Want als het aan staatssecretaris Fred Teeven (Justitie, VVD) ligt, zat de groep nu in het uitzetcentrum in Ter Apel. Deze week bood hij de asielzoekers, die tot maandag in de zogenoemde Vluchtflat in Amsterdam Nieuw-West verbleven, een vertrekpremie van 4.500 euro per persoon aan. Voorwaarde is wel dat de asielzoekers onderdak accepteren in de Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) in Ter Apel én dat ze meewerken aan terugkeer naar het land van herkomst.

Maar de asielzoekers willen of kunnen niet terugkeren naar hun herkomstland, zeggen ze. Daarom protesteren ze al een jaar tegen het asielbeleid in Nederland. En dus is tot nu toe niemand ingegaan op het aanbod van Teeven. „Ter Apel is geen optie”, zegt Nuur. „Sommigen van ons hebben daar al gezeten maar konden niet worden uitgezet. Wij willen veiligheid en zekerheid, geen geld.”

De asielzoekers willen graag in Amsterdam blijven. Het protest van de asielzoekers begon een jaar geleden in de Diaconie. Overal in de stad zijn ze telkens geholpen aan eten en onderdak door vrijwilligers en organisaties. Ze hebben een netwerk, kennen de weg en misschien wel het belangrijkst: ze zijn zichtbaar.

Het zijn mede-Amsterdammers geworden, zegt Thomas Spijkerboer, hoogleraar Migratierecht aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. „Burgerschap is iets wat je samen doet. Buren, vrijwilligers, organisaties – iedereen heeft ze geholpen. Daardoor kan ook de burgemeester niet om hen heen. Ze leven in zijn stad. Hij is dus ook hun burgemeester.”

Maar burgemeester Eberhard van der Laan is terughoudend over het bieden van opvang aan de asielzoekers . Toen de groep in de Vluchtflat verbleef, betaalde de gemeente de „ basale humanitaire hulp” e n de beveiliging van het gebouw. „Maar voor mensen die geen gebruik willen maken van het aanbod van de staatssecretaris, ziet de gemeente geen nieuwe gefaciliteerde mogelijkheden voor opvang”, zegt een woordvoerder van Van der Laan. Mensen met ernstige fysieke of psychische problemen worden wel door de gemeente opgevangen.

Younes Omar zit voor het pand aan de Weteringsschans . Hij maakte deel uit van het protest tot hij onlangs te horen kreeg dat hij in ieder geval een jaar in Nederland mag blijven. Trots laat hij zijn verblijfsvergunning zien: „Als de politie komt, hoef ik niet in detentie.” Omar woont nu in een asielzoekerscentrum in Friesland. Maar hij mist Amsterdam en wil zijn vrienden hier blijven steunen. „Dus als ik een verblijfsvergunning voor vijf jaar krijg, verhuis ik meteen terug naar Amsterdam.”