Verantwoordelijk weg uit een wankel land

De zon staat laag, een man met bloot bovenlijf staat in een beekje en plenst een emmer water over de glanzende rug van zijn paard. In de verte ligt een ruige Afghaanse bergketen onder een vaag rode gloed. Slechts een paar kleine wolkjes drijven door de blauwe lucht.

Een foto van dit vredige tafereeltje verscheen deze week op de website TheAtlantic.com in een reeks over de oorlog in Afghanistan. Het is een beeld om nooit meer los te laten. Het is zó anders dan wat hier meestal doordringt uit dat door geweld geteisterde land. In dit idyllische plaatje, in heel dat weidse landschap, geen spoor van de oorlog.

Als de westerse troepen Afghanistan toch eens zó hadden kunnen achterlaten. Maar voor de meeste Afghanen is de werkelijkheid veel minder mooi, en ziet de toekomst er nóg somberder uit. En voor de landen van de NAVO, die hun laatste gevechtstroepen eind 2014 terugtrekken, is Afghanistan straks niet veel meer dan een pijnlijke herinnering, een herinnering aan een langdurige militaire operatie die kostbaar was, in mensenlevens en in geld, maar niet succesvol.

President Obama verzekerde in januari nog dat „deze lange oorlog op een verantwoordelijke manier beëindigd zal worden”. Dat klonk even mooi als onwaarschijnlijk. Obama bedoelde dat de oorlog straks voor de Amerikánen voorbij zal zijn, en voor hun partners en bondgenoten van de NAVO. De kans dat het vrede wordt voor de Afghanen is klein.

En kan het een ‘verantwoordelijke’ terugtrekking zijn, als verschillende zwaar bewapende groepen klaar staan om elkaar de macht te betwisten en de liberaliseringen van de afgelopen jaren terug te draaien? Vredesoverleg met de Talibaan is in al die jaren niet van de grond gekomen. Voor nieuwe pogingen is nog maar heel weinig tijd. En zouden de Talibaan wel wíllen onderhandelen, als ze weten dat de NAVO-troepen straks hoe dan ook vertrokken zijn?

Het Afghaanse leger heeft de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in het land al grotendeels van de westerse troepen overgenomen. Maar zonder steun, training en massale financiële hulp kunnen de Afghaanse militairen niet op eigen benen staan. Hoe lang kunnen ze nog op die steun rekenen? Of er na 2014 nog een vervolgmissie van de NAVO komt, en zo ja hoe groot die zal zijn, is volstrekt onduidelijk.

Wat de situatie nog onzekerder maakt voor de Afghanen is dat er volgend jaar april presidentsverkiezingen zijn. Volgens de grondwet kan president Karzai niet meer herkozen worden. Verschillende krijgsheren met eigen legertjes hebben zich nu kandidaat gesteld voor het presidentschap en het vicepresidentschap. Ook de man die Al-Qaeda in de jaren negentig naar Afghanistan haalde, meldde zich gisteren aan „om de problemen van het land op te lossen”: de conservatieve islamgeleerde Abdul Rassoul Sayyaf. In de jaren ’80 en ’90 leidde hij paramilitaire trainingskampen, in 1996 hielp hij Osama bin Laden naar Afghanistan te komen. De Amerikaanse commissie die de aanslagen van 11 september 2001 onderzocht noemt hem de mentor van Khalid Sheikh Mohammed, het brein achter 9/11. Niet een man die als president op veel steun uit Washington zal kunnen rekenen.

Sayyaf mag sinds zijn wilde jaren zijn veranderd, maar alleen al het feit dat hij presidentskandidaat is illustreert hoezeer de wegen van Afghanistan en Amerika uiteen gaan lopen. Amerika is straks weg, of grotendeels weg, net als wij. En wat er verder ook gebeurt: verantwoordelijk zijn we dan niet meer, of althans: voelen we ons niet meer.

Juurd Eijsvoogel schrijft iedere vrijdag op deze plaats over internationale kwesties

    • Juurd Eijsvoogel