‘Sarah’ is op toneel geen kitsch

Julia heeft huwelijksproblemen, Sarah zit in een concentratiekamp Hoe maak je van een kitscherige bestseller een toneelstuk dat de Holocaust recht doet?

Illustratie Thinkstock

Redacteur theater

Stilistisch tenenkrommend en larmoyant: de bestseller Haar naam was Sarah (2006) van de Frans-Britse schrijfster Tatiana de Rosnay nadert gevaarlijk de Holocaustkitsch. Maar het verhaal, over journaliste Julia die het tragische leven van de tienjarige Joodse Sarah reconstrueert, ontroert miljoenen: wereldwijd werden bijna vijf miljoen exemplaren verkocht, waarvan ruim een miljoen in Nederland. In 2010 werd het boek verfilmd, met Kristin Scott Thomas in de hoofdrol. Bos Theaterproducties brengt Haar naam was Sarah nu op toneel; een internationale primeur. Léon van der Sanden maakte de bewerking en Sophie van Winden speelt Julia.

Hoe omzeilen zij het sentiment? Van der Sanden: „Dat was van meet af aan de grootste uitdaging.” In haar boek verknoopt De Rosnay de levensverhalen van Sarah, die in 1942 aan de vernietigingskampen ontsnapt, en de Amerikaanse Julia Jarmond, die ruim zestig jaar later in Parijs op een familiegeheim stuit dat met Sarah verband houdt.

Van der Sanden schrapte een aantal personages, of voegde ze samen, en waar het boek veelvuldig heen en weer springt in plaats en tijd, speelt zijn bewerking zich grotendeels af in het heden, op slechts een paar locaties. Tijdens een repetitie valt op hoe al te bloemrijke metaforen uit het boek op toneel zijn getransformeerd tot heldere, aardse taal. Van der Sanden, diplomatiek: „Het spreekt vanzelf dat ik er mijn eigen woorden aan heb moeten geven. Maar ik heb zo veel mogelijk gebruik gemaakt van beelden die mooi waren.”

Getraumatiseerde vrouw

Zijn opvallendste ingreep: in het toneelstuk volgen we geen tienjarig meisje dat de ene na de andere verschrikking meemaakt. Lotje van Lunteren speelt Sarah als volwassen vrouw, die vlak voor haar levenseinde in een koortsachtige flashback terugkijkt. Van der Sanden: „Sarah beleeft haar herinneringen opnieuw; ze ziet de beelden, hoort de stemmen; dat is theatraler dan het uitbeelden van een realistische situatie. Door die ingreep laten we meteen zien hoe het afloopt met Sarah, daardoor stijgt de verhaallijn uit boven die van een spannend verhaal. Van meet af aan is duidelijk dat dit meer is dan een anekdote uit de Tweede Wereldoorlog.” Sophie van Winden: „Wij volgen nu geen hulpeloos, tienjarig kind, maar een getraumatiseerde, volwassen vrouw. Dat geeft veel sterker tegenwicht aan het verhaal van Julia.”

Op toneel worden de verhalen simultaan verteld: op het voortoneel zien we Julia, haar onderzoek en relationele strubbelingen, op de achtergrond Sarah met haar hallucinaties. De twee werelden worden gescheiden door een kast; symbool van Sarahs trauma. Gaandeweg lopen de verhalen nadrukkelijker door elkaar.

Van Winden: „Dat het boek een megasucces is, zegt niks over of het werkt op toneel. Maar wat mooi is aan het boek, de wisselwerking tussen die levens, werkt op toneel nog sterker.”

Van der Sanden: „Sterk in het boek is de zielsverwantschap van de vrouwen. Hun verhalen schuren langs elkaar en raken verweven. Maar De Rosnay moet daarvoor steeds van het ene naar het andere verhaal schakelen, en de fascinatie van Julia voor Sarah uitleggen. Door de gelijktijdigheid is die betrokkenheid op toneel vanzelfsprekend. Je ziet tegelijkertijd twee lagen: de realistische van Julia en de psychotische van Sarah, die vanzelf op elkaar gaan inwerken. Zo wordt de verbinding, de wisselwerking tussen hen sterker; ik hoef niet uit te leggen dat Julia Sarahs aanwezigheid voelt en dat dat haar raakt en verregaand beïnvloedt – doordat we Sarah daar zien, voelt het publiek dat vanzelf.”

Door elkaar gevlochten

Tijdens de repetitie blijkt in één indrukwekkende scène dat het Van der Sanden lukt om de verhaallijnen letterlijk samen te brengen: twee simultane, door elkaar gevlochten flashbacks, de ene van Sarah, de ander van Julia’s schoonvader Edouard (Tom Jansen) resulteren gelijktijdig in hetzelfde punt. Hun monologen worden zo ingenieus afgewisseld dat het een dialoog wordt. Van der Sanden: „Daar ben ik bijzonder trots op. In een boek kan zoiets niet, of het moet een heel experimentele roman zijn. Maar hier wordt het gelegitimeerd door de gelijktijdigheid. Wij kunnen die twee verhalen zo tegen elkaar laten aanbotsen dat ze in elkaar oplossen. Dat is de unieke kracht van toneel.”

In het boek, erkent Van der Sanden, leidt de verbeten zoektocht van Julia soms tot vragen, en soms zelfs tot ergernis. „Daarom laat ik Bertrand, Julia’s man, daarop reflecteren. Hij zegt: ‘wat ben jij een drammer, hoezo stort je je hier zo op, wat drijft jou in godsnaam?’ Zo gaat het stuk iets nuchterder om met Julia’s enorme, soms ongeloofwaardige empathie.”

Van Winden: „Voor mij heeft ze nu een heel helder motief. Julia ervaart onbewust een soort hypocrisie in haar eigen leven, waar ze niet precies de vinger op krijgt gelegd. Door te reconstrueren wat er met Sarah gebeurde lukt haar dat wel; via de verschrikkingen van vroeger worden misstanden in het heden blootgelegd. Dat is de werking die geschiedenis kan hebben op het heden; dat je eerlijk gaat kijken naar je eigen situatie.”

Wat Van Winden betreft zijn dat de belangrijkste thema’s in het boek: taboes, hypocrisie. Die thema’s maken dit verhaal, dat specifiek over een Frans trauma gaat, ook universeel relevant. „Het is gesitueerd in Parijs, het gaat over een misdaad van de Franse politie; we horen de speech van Chirac – waarin hij daarvoor excuses maakt. Maar er zijn grote parallellen met andere landen, in verleden en heden. Nederland heeft ook een dubieuze rol gespeeld in verschillende oorlogen. En wat dacht je van Amerika? Boek en stuk gaan over dat soort vragen. Julia is niet voor niets Amerikaans.”

Wanneer ben je fout?

Op een meer persoonlijk vlak gaat Haar naam was Sarah ook over het monitoren van je eigen gedrag, zegt Van Winden. „Dat je altijd moet blijven opletten: ben ik integer bezig? Een reeks van verkeerde handelingen of beslissingen kan dramatische gevolgen hebben. Dit verhaal roept op om eerlijk naar jezelf te kijken. Wanneer ga je te ver? Wanneer ben je ‘fout’?”

In Haar naam was Sarah heeft die vraag betrekking op het Franse oorlogsverleden, maar ook – op een ander niveau – op het persoonlijke leven van Julia: haar schoonfamilie houdt geheimen achter, haar man bedriegt haar en ze worstelt met een niet-geplande zwangerschap. In het boek vormen die lichtere episodes een tegenwicht voor de gruwelen van de Holocaust. Het gevaar bij gelijkschakeling op toneel is dat de hiërarchie wegvalt: we volgen tegelijk, en met evenveel toewijding, de problemen van twee vrouwen. Hoe voorkomen de makers dat hun leed vergelijkbaar wordt? Vreselijk, die Holocaust, maar Julia heeft het ook niet makkelijk?

Van Winden: „Natuurlijk is de Holocaust van een compleet andere orde dan wat Julia meemaakt. Ik speel geen vergelijking; het zijn twee heel andere verhalen. Juist doordat Sarahs drama zo veel groter is dan het hare, kan Julia zich bevrijden uit een leven dat niet klopt. Door het gewicht van de geschiedenis voelt de lichtheid van haar eigen leven in toenemende mate onwaar. Daardoor is ze in staat om naar zichzelf te kijken en zich af te vragen, waar ben ik mee bezig? De confrontatie met het verleden emancipeert haar en maakt haar sterker.”

Van der Sanden: „Hun beider lijden staat in de context van één en hetzelfde, grotere thema: hoe verdringen en verzwijgen leidt tot trauma en depressie. Dat geldt voor de relatie tussen Julia en Bertrand, voor het familiegeheim, en voor het trauma dat ‘Vel d’Hiv’ werd voor Frankrijk.

„Theatraal maken we nadrukkelijk onderscheid. Sarah’s expressionistische, hallucinerende monoloog is grootser gestileerd, dramatischer, dan de realistische scènes, die naturel, aards, bijna terloops worden gespeeld. Wat mij betreft is het verschil glashelder: het één is een onmetelijke tragedie, het ander klein, herkenbaar relationeel leed.”

    • Herien Wensink