Rouw doet krimpen – ook (of juist) in kinderboeken

Tegen het einde ondergaat het nieuwe kinderboek van Joke van Leeuwen een geweldige gedaanteverwisseling, die bijna zo magisch-realistisch is als de metamorfose van Frederik, aan het begin van het boek. Op het moment dat hij een overlijdensbericht van een oude kennis in de krant leest krimpt de volwassen kantoorklerk tot het formaat van een jochie van negen. De collega’s op kantoor treffen een kind aan in de kleren van Frederik, tillen hem op en tronen hem de werkvloer af.

De titel Maar ik ben Frederik, zei Frederik treft, in een karakteristieke Van Leeuwen-zin, wat hem overkomt: niemand gelooft hem als hij over zijn gedaanteverwisseling vertelt. Niemand neemt hem serieus of wil naar hem luisteren. Hij is compleet machteloos. Dat maakt de roman wat cynisch en programmatisch, want Van Leeuwens vaak met vuur verdedigde standpunt dat kinderen geen andere wezens zijn dan volwassenen maar wel zo behandeld worden, is hier méér dan een ondertoon. De wereld van de grote mensen wordt met scherpe ironie geportretteerd, waardoor Maar ik ben Frederik, zei Frederik echt een kinderboek is dat door volwassenen gelezen moet worden en minstens zo interessant als haar AKO-genomineerde roman Feest van het begin.

Maar het verhaal over Frederik als ondergeschoven kind herhaalt zich wel lang – totdat het meisje Frommel beweging in het verhaal brengt. Zij haalt het kind in hem naar boven, om het in een flauw cliché te vatten. Van Leeuwen maakt dat op geheel eigen wijze aanschouwelijk, in haar authentieke combinatie van tekst en beeld. Frederiks uitlegbrief aan zijn baas laat Van Leeuwen eerst beginnen met ‘Aangezien ik’ en ‘Het is wegens’, maar uiteindelijk wordt de brief een tekening van een treintje.

Pas echt goed wordt het aan het slot. Waar andere verhalen soms uitmonden in een groter, algemeen standpunt, wordt dit verhaal juist kleiner. Het programmatische verhaal maakt een metamorfose naar een individueel verhaal, over een kind dat om een eigen, specifieke reden zijn jeugd achter zich moest laten. Dat maakt Frederik echt menselijk – en het boek ontroerend. En de vraag of Van Leeuwen het nou voor kinderen of volwassenen schreef, wordt dan overbodig.

Thomas de Veen

    • Thomas de Veen