Ronnie heeft geen pukkels meer

Tweeëntwintig spelers staan vlak voor de aftrap op een keurige rij bij de middencirkel. Het lijkt de Champions League wel.

„Moet dit echt, scheids?” Ja, dit moet dus echt. Ik zeg erbij dat ik het ook niet heb bedacht, en dat we het maar beter zo snel mogelijk achter de rug kunnen hebben. „Scheidsie, je begint wel bij de mooiste toch?” Er wordt gelachen, ik lach mee. Voetbalhumor. „Ik ga het rijtje af”, leg ik uit, „en dan noem je je naam.”

In Almere is een grensrechter doodgeschopt. Dat mag nooit meer gebeuren, daar is iedereen het wel over eens, en daarom heeft de KNVB voor dit seizoen iets nieuws bedacht. Een heus actieplan. Tegen geweld, voor sportiviteit. Zo heet het, en het betekent onder andere dat de scheidsrechter voor aanvang van elke wedstrijd moet controleren of de gezichten op de foto’s van de spelerspasjes hetzelfde zijn als die van de mannen (of vrouwen) op het veld. Deze visuele controle vindt ieder weekend opnieuw plaats, bij duizenden amateurwedstrijden in het hele land.

„Ronnie”, zegt de keeper.

„Ronnie hoe?”, vraag ik.

Hij noemt z’n achternaam, ik bekijk het pasje. Ronnie heeft geen pukkels meer, maar ik zie een overeenkomst. Door naar de volgende. „Van den Berg”, zegt Van den Berg. Ik knik goedkeurend. De Looij volgt. Dan Tuinhout, El Amrani, Bos, Gonzalez. Het klopt allemaal.

„Dekker”, zegt de laatste speler van het rijtje. Ik kijk naar het pasje, naar zijn gezicht en weer naar het pasje. Zelfs met de grootst mogelijke fantasie kan ik geen gelijkenis ontwaren.

„Geboortedatum?” Ik zet mijn dubbelcheckvraag in, maar Dekker of niet, hij weet ’m feilloos te beantwoorden. Ik ben nog steeds niet overtuigd. „Kom op nou, scheids.” Tuinhout, de aanvoerder, vindt het welletjes. „Zullen we gewoon lekker gaan voetballen?”

Ik vraag aan de speler die zich Dekker noemt of hij zich kan identificeren. Terwijl ik de woorden uitspreek, realiseer ik me hoe belachelijk het klinkt, maar dit zijn de instructies van de KNVB. Tegen geweld dus, en voor sportiviteit. Natuurlijk heeft deze Dekker geen paspoort of rijbewijs bij zich. Wie neemt zoiets nou mee naar het voetbalveld?

Tien minuten te laat fluit ik voor de aftrap. „Dekker” doet niet mee. Na een kwartiertje al wil zijn team wisselen. Ik hol naar de zijlijn, waar ik volgens strenge voorschriften iedere wissel opnieuw visueel moet controleren. Daar staat de banneling. Hij heeft zijn ov-chipkaart uit de kleedkamer gehaald en nu zie ik dat Dekker inderdaad gewoon Dekker is.

„Sorry”, zeg ik. „Lekkere actie dit”, bijt zijn coach me toe.

Ik antwoord niet, denk al aan volgende week. Aan de week daarna, die daarna en die daarna. Tegen geweld. Voor sportiviteit. We zullen zien.