Column

Privileges

Een gestaald socialist weet zelfs in de kleinste uithoeken van de samenleving schrijnend sociaal onrecht te ontdekken. Zo heeft de Socialistische Partij deze week de aanval ingezet op de eersteklascoupés van de Nederlandse Spoorwegen. Kamerlid Farshad Bashir van de SP pleit ervoor om het klassensysteem in de trein af te schaffen. „Een verschil in klassen is niet meer van deze tijd”, zei hij tegen nu.nl.

Dat waag ik te betwijfelen. Volgens mij is het juist bij uitstek een kenmerk van deze tijd dat allerhande producten en diensten in eindeloze variaties van meer of minder comfort en meer of minder privileges worden aangeboden. Vroeger had je een telefoonaansluiting bij de PTT. Tegenwoordig kun je bij alle telecomproviders kiezen uit tientallen soorten pakketten met of zonder extra zus of onbeperkt zo. Je kunt kiezen voor een Goldcard, een Super Platinum Next Generation Membership of een Privilege Diamond Bonus VIP Program.

Het principe is overal hetzelfde. Je hebt een standaardpakket, maar je kunt bijbetalen voor extra toeters en bellen. Zelfs de dienstverlening van de gemeenten kent een dergelijke differentiatie. Als je een nieuw paspoort wilt, duurt dat volgens het standaardpakket vijf werkdagen. Maar als je bereid bent extra te betalen voor een Elite Plus behandeling, kun je het de volgende dag afhalen.

Maar het ligt natuurlijk aan dat woord ‘klasse’. Bij een socialist roept dat onmiddellijk associaties op met uitbuiting van de arbeider, hegeliaanse dialectiek en marxistisch materialisme. Als een socialist het woord klasse hoort, ontketent hij onmiddellijk een klassenstrijd. Het is de natte droom van de SP dat de forensen met hun vouwfietsen de eersteklascoupés zullen bestormen zoals de bolsjewieken het winterpaleis van de tsaar.

Het enige bezwaar dat je tegen het klassensysteem van de NS zou kunnen maken, is dat je je voor de toch niet geringe meerprijs nauwelijks kunt verheugen in meer comfort. Maar een kniesoor die daarop let. Ik reis altijd eerste klas. En zelfs als mijn enige voordeel eruit zou bestaan dat ik in een wagon mag zitten waar alleen reizigers worden toegelaten die net als ik veertig procent meer hebben betaald voor hun kaartje, zou ik daar nog altijd volmondig voor kiezen.

Als uw columnist van deze krant ben ik een verantwoord en toegewijd man. U zou niet minder van mij verwachten. Ik wil de tijd die ik in de trein doorbreng niet verspillen. Ik lees, studeer en werk. Daarvoor heb ik een gegarandeerde zitplaats nodig en rust aan mijn kop. En in de tweede klas – mijn collega-columnisten kunnen erover meepraten – daar word je besprongen door groupies. Voor je het weet zit je daar vloekend blote borsten te signeren met je watervaste stift in plaats van dat je met je scherpe pennetje de staat van de natie fileert.