NS-rapport: ‘Fyra niet onveilig, kan toch rijden’

NS liet de Fyra onderzoeken door een Brits bureau.

Wat bleek? De snelle treinen voldeden toch aan de eisen.

De stilgezette Fyra-treinen zijn niet onveilig en kunnen in zo’n zeventien maanden tijd worden gerepareerd. Dat blijkt uit het tot nu toe geheime onderzoeksrapport van het Britse ingenieursbureau Mott McDonald over de staat van de Italiaanse flitstreinen. Wel stelt Mott MacDonald dat de Fyra’s kampen met een aantal „significante problemen”.

De NS had Mott MacDonald opdracht gegeven om de Fyra’s te onderzoeken, nadat in januari van dit jaar drie treinstellen beschadigd waren geraakt in winterse weersomstandigheden. Op 3 juni maakte de NS – een paar dagen na de Belgische spoorwegmaatschappij NMBS – bekend het koopcontract met de Italiaanse fabrikant AnsaldoBreda op te zeggen. Staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur, PvdA) schreef de Tweede Kamer toen dat de NS en de NMBS tot het oordeel waren gekomen dat de treinen technisch niet veilig en onbetrouwbaar waren.

Een woordvoerder van de NS stelt nu dat het technische rapport slechts een onderdeel is geweest van de besluitvorming. „Wij hebben nooit gezegd dat de treinen niet te repareren zijn.” De woordvoerder zegt dat de NS „bijvoorbeeld nooit een deugdelijk herstelplan heeft ontvangen”. „Op een gegeven moment hadden we er gewoon geen vertrouwen meer in dat de problemen met de treinen konden worden opgelost binnen aanvaardbare financiële kaders.”

AnsaldoBreda en de NS zijn in een juridisch conflict verwikkeld. De fabrikant bestrijdt dat de treinen onveilig zijn en heeft onder meer via de rechter inzage geëist in het Mott MacDonald-rapport en nog twee andere rapporten op basis waarvan de NS zijn besluit heeft genomen. De samenvatting en de conclusies van het Mott MacDonald-rapport zijn nu door een anonieme afzender naar Nederlandse en Belgische media gestuurd.

In het rapport concludeert het Britse ingenieursbureau dat de Fyra’s „grotendeels voldoen aan de eisen” die de Nederlandse en Belgische Spoorwegen stelden. De afbouw is „op veel plaatsen slecht”, maar dit is „van secundair belang”. De vele kleine problemen zouden op lange termijn wel voor „betrouwbaarheidskwesties” kunnen zorgen.

Mott MacDonald stelt „grote zorgen” te hebben over de accu’s. Die zouden niet goed zijn ontworpen en verbeterd of geheel vervangen moeten worden. Volgens Mott MacDonald kan dit „niet worden verwacht van een competente treinfabrikant”.

    • Dolf de Groot