Japanse dreumes is gewoon griezelig goed

Unicum in Antwerpen: Kohei Uchimura behaalt voor de vierde keer op rij wereldtitel allround

De perfecte turner bestaat niet. De vrijwel perfecte turner wel. Zijn naam is Kohei Uchimura en hij werd gisteravond in Antwerpen voor de vierde keer op rij wereldkampioen allround. Een unicum.

Een bijzondere sportman, die 24-jarige Japanner van 55 kilogram. Maar vooral een buitengewone turner. Technisch onovertrefbaar, stilistisch bijna perfect en in de uitvoering gelijkmatig als een Zwitsers uurwerk. Uchimura turnt bijna foutloos. Natuurlijk, het komt voor dat hij een graadje in de voorgeschreven bewegingen afwijkt of een stapje opzij doet, maar de marges blijven beperkt tot centimeters. Uchimura is gewoon griezelig goed.

Alsof hij geprogrammeerd is, zo stabiel voert hij zijn oefeningen uit. Voltige of brug, ringen of vloer, sprong of rek, het maakt Uchimura niet uit. Hij scoort op elk toestel met pittige oefeningen boven de 15.000 punten. Alsof het hem niet de geringste moeite kost. Zijn voorsprong op nummer twee in de meerkamp, zijn landgenoot Ryohei Kato, bedraagt bijna twee volle punten en die op nummer drie, de Duitser Fabian Hambüchen, liefst tweeënhalve punt. Ongehoord in een sport waar de verschillen normaliter marginaal zijn. Er is een schare turners en daarboven zweeft Uchimura.

Wat maakt hem zo goed? Vanzelfsprekend zijn natuurlijke aanleg, maar vooral zijn hang naar perfectie in combinatie met zijn beroepsernst. Uchimara is nooit tevreden. Hij stelt zijn oefeningen samen met elementen die hij beheerst; als een kunstenaar boetseert hij zo zes meesterwerken. Hij is pas tevreden als elke beweging een automatisme is geworden. Natuurlijk lukt dat niet, zelfs Uchimura niet. Maar de Japanner blijft schaven.

Zijn arbeidsethos zit in het karakter, maar zijn liefde voor het turnen heeft hij van huis uit meegekregen. Vader Kazuhisa was een goede nationale turner, die na zijn carrière een turnschool in Nagasaki begon. Uchimura groeide op tussen de toestellen. Dat hij turner zou worden vond Uchimura logisch. Maar niet onder de hoede van zijn vader, dat leek hem onverstandig. Op vijftienjarige leeftijd vertrok hij naar Tokio om zich te laten scholen door zijn held Naoya Tsukahara, die met het team goud won op de Olympische Spelen in Athene.

In Tokio ontstond tussen die twee een symbiose die op de Olympische Spelen van Peking in 2008 leidde tot de zilveren medaille op de meerkamp voor Uchimura. Daar leed de toen nog negentienjarige Japanner zijn laatste nederlaag op een groot internationaal toernooi. Vanaf 2008 wint Uchimura als allrounder alle grote wedstrijden, inclusief de Olympische Spelen van vorig jaar in Londen.

Vooral olympisch goud heeft Uchimura tot nationale held gemaakt, al legt hij in populariteit nog steeds af tegen voetballers en honkballers. Maar Uchimura maakt de Japanner langzaam maar zeker weer enthousiast voor een sport waarin het land vanaf 1958 tot 1985 redelijk heeft gedomineerd. Later kwamen de (Sovjet-)Russen, de Amerikanen en de Chinezen, maar ook die heerschappijen zijn voorbij. Dankzij Uchimura, die na de toewijzing van de Olympische Spelen van 2020 aan Tokio heeft aangekondigd nog zeven jaar te zullen doorgaan. Hij is in 2020 31 jaar, een leeftijd waarop een turner van zijn kaliber nog aan de top kan staan. Uchimura heeft nog een andere drijfveer. Hij wil zijn dochter, die vijf maanden geleden is geboren, laten zien hoe goed hij is. Zo trots is Uchimura ook wel weer.

    • Henk Stouwdam