Hoestdrank in de cel, dat mag niet

Vreemdelingen krijgen niet de medische zorg die ze nodig hebben, schrijft de Nationale Ombudsman En dat terwijl ze kwetsbaarder zijn en moeilijker voor zichzelf op kunnen komen

redacteur justitie

Kijk eens naar de verschillen in kosten die de Nederlandse overheid maakt voor medische hulp aan vreemdelingen, zegt Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer. Die illustreren hoe verantwoordelijk de overheid zich voelt voor hun gezondheid. Brenninkmeijer presenteerde gisteren een rapport over illegalen en medische zorg.

Aan een gemiddelde illegale vreemdeling die op straat voor zichzelf moet zorgen, is de staat per jaar ongeveer 215 euro kwijt aan medische kosten. Voor mensen die in een asielzoekerscentrum verblijven, is dat bedrag veel hoger: 5.135 euro. En zodra een vreemdeling in detentie zit, met als doel het land uit te worden gezet, speelt geld geen rol en zijn de kosten jaarlijks zo’n 8.044 euro. „Die verschillen zijn niet gerechtvaardigd. Elke vreemdeling heeft evenveel recht op toegang tot zorg.”

Vreemdelingen krijgen niet de zorg waar ze recht op hebben?

„Nee, medici constateerden, bijvoorbeeld in Ter Apel, dat vreemdelingen vaak achterstallig medisch onderhoud hebben, of gewoon niet de zorg krijgen die ze nodig hebben. Er bestaat een grote spanning tussen wat ik aan de ene kant de systeemwereld van de overheid noem, dus het systeem van de gezondheidszorg met zorgverzekeraars, het College van Zorgverzekeraars enzovoort, en aan de andere kant de leefwereld van vreemdelingen. Zij zijn een kwetsbaardere groep dan wij normale mensen. Ze staan op achterstand wat taal en sociale vaardigheden betreft en kunnen moeilijker voor zichzelf opkomen.”

Dus vreemdelingen lopen tegen meer praktische problemen op?

„Ja, de huisarts bijvoorbeeld stuurt vreemdelingen wel naar een specialist, maar bij het ziekenhuis komen ze er vervolgens niet in. Daar is een burgerservicenummer nodig, en dat hebben vreemdelingen niet. Dat soort drempels komen ze niet over. Hetzelfde geldt bij recepten van de dokter. Vreemdelingen kunnen alleen bij speciaal aangewezen apotheken terecht. Maar de assistente daar weet dan niet hoe ze met zo’n verzoek moet omgaan, dus de vreemdeling krijgt alsnog zijn medicijnen niet. In theorie is het geregeld, in praktijk niet. Soms helpen betrokken Nederlanders nog wel, maar die lopen ook vast.”

Wat voor verschillen zag u in de zorg voor vreemdelingen in een opvangcentrum, op straat en in detentie?

„Grote verschillen. In een justitiële inrichting hanteert men het uitgangspunt: geen tweede Dolmatov, de Russische asielzoeker die zelfmoord pleegde in vreemdelingendetentie. Dat betekent dat er juist heel veel aandacht aan zorg wordt besteed. In opvangcentra hebben mensen in principe aanspraak op dezelfde zorg als in de gewone samenleving, alleen moeten ze dat wel zelf regelen. Dat kunnen ze vaak niet, dus loopt het mis. En op straat is de zorg minimaal, omdat vreemdelingen de drempels nauwelijks over kunnen komen.”

Dat detentiecentra geen tweede Dolmatov willen, klinkt logisch.

„Ja, punt is alleen dat ze daardoor volledig gericht zijn op risicobeheersing. De consequentie van zo’n instelling is bijvoorbeeld dat zelfmedicatie helemaal niet mag. De vreemdeling mag geen hoestdrank of paracetamol meer in zijn cel hebben, want dat wordt als risico gezien. Zij willen totale beheersing en controle, waardoor vreemdelingen een totale afhankelijkheid van de verpleegkundigen daar hebben. „Maar als je hoofdpijn hebt, wil je toch zelf af en toe een paracetamol kunnen nemen? De intentie van al die mensen in detentiecentra en asielzoekerscentra is goed, hoor. Zij wíllen wel helpen, maar zijn gebonden aan protocollen. Regels zitten goede zorg in de weg.”

Is de situatie in vreemdelingendetentie volgens u al verbeterd?

„Ik heb ook met dat oog rondgekeken. Wij zeiden vorig jaar dat de vreemdelingendetentie niet humaan is. En nu zag ik weer: de troosteloosheid van zo’n detentiecentrum is manifest. Mensen hebben er niks te doen, ze hebben geen sociale contacten, de computer heeft geen normale verbinding met internet. Maar de directeur zegt dat hij orders uit Den Haag heeft, dat hij niet anders kan.”

Dus nog geen verbetering?

„Nee, zeker niet. Ik merkte eerder dat in de communicatie tussen Den Haag en de instellingen nog een hele weg te gaan is. Bij de instellingen proef ik dat ze best wat makkelijker zouden kunnen zijn. Maar Den Haag houdt met een zekere krampachtigheid vast aan procedures. Als je die mensen wat meer ruimte geeft, zou dat volgens mij beter werken.”