Hier wil je toch niet zonnen

Het toeristische Lampedusa worstelt Bewoners willen de migranten graag helpen Maar dodelijke incidenten als die van gisteren bezorgen het eiland een slechte naam

Verslaggever

Lampedusanen willen de bootvluchtelingen wel helpen, echt. Maar hoe meer gestrande en gezonken boten in het nieuws, hoe minder toerisme op het eiland. En laat dat nu juist zo belangrijk zijn voor de lokale economie.

Zo kijken de bewoners van Lampedusa aan tegen de aanhoudende vluchtelingenstroom richting het eiland, concludeerde antropologe Noortje van ’t Klooster. In 2011 deed ze zes maanden onderzoek op het eiland naar de relatie tussen de Lampedusanen en de migranten uit Noord-Afrika. Het wrange, zegt ze, is dat de lokale bevolking alleen te maken heeft met de negatieve gevolgen van de vluchtelingen, die worden ondergebracht in een afgesloten kamp buiten de bewoonde delen van het eiland.

„Het is een heel katholieke gemeenschap”, zegt Van ’t Klooster over de circa vijfduizend eilandbewoners. „Ze zien de vluchtelingen als medemensen en als medegelovigen, ook al is de God van de migranten Allah. Ze vinden dat ze de vluchtelingen moeten helpen.”

Ondertussen spreken de bewoners de vluchtelingen vrijwel nooit. Van ’t Klooster beschrijft wat er gebeurt als een boot het eiland nadert: „Je ziet direct onrust ontstaan. Het eiland is echt heel klein. Je kunt vanuit de hoofdstraat zien wat er allemaal gebeurt. Eerst gaan de schijnwerpers aan. Dan rijdt er een ziekenwagen naar de pier, gevolgd door een colonne lege bussen. Ook hulpverleners van Save The Children trekken naar de pier. Na een mini-inspectie (‘Ben je uitgedroogd? Welke taal spreek je? Hoe lang heb je op een boot gezeten?’) worden de vluchtelingen bussen ingeleid. De hele colonne trekt door de hoofdstraat, voor het gemeentehuis langs, op weg naar het opvangcentrum. Hek open, hek dicht. En weg zijn ze.”

Onderdak

Dat de Lampedusanen een hand willen toesteken, blijkt als het kamp vol zit en er mensen tijdelijk op straat worden gezet. Daar vangt iemand ze wel op, is de gedachte van de kampleiding. En dat is ook zo, zag Van ’t Klooster. De vluchtelingen krijgen eten en onderdak.

Hoewel de eilandbewoners vanwege de asielzoekers inkomsten uit toerisme mislopen, staan ze dus niet vijandig tegenover hen. Komt dit doordat ze met eigen ogen zien hoe moeilijk deze mensen het hebben? Van ’t Klooster: „Ja, dat denk ik wel. Hun katholieke geloof speelt een grote rol. Maar ze hebben ook een financieel belang. Het kamp levert namelijk werkgelegenheid op voor honderd mensen, en dat is best wel veel voor zo’n kleine gemeenschap.”

Maar er zijn ook klachten over de vluchtelingenstroom. Als er een boot arriveert, zijn de karige medische faciliteiten op het eiland geheel bezet door de vluchtelingen. Daar stoort de lokale bevolking zich ontzettend aan, zegt Van ’t Klooster. „Inwoners vertelden me: ‘Als er uitdroging is bij een immigrant is dat ernstig, maar als ik iets ergs heb wil ik ook geholpen worden.’ Sommigen staan maanden op een wachtlijst voor een medische ingreep, dan komt er een boot aan en moeten ze weer wachten.”

Mooie stranden

De Lampedusanen voelen zich het afvalputje van Europa. Van ’t Klooster: „Ze hebben het gevoel dat zij het vuile werk mogen opknappen en Europa zich verder niet om hen bekommert. Eigenlijk is het gewoon een toeristeneiland met ijsjes en mooie stranden. De mensen zijn trots op hun Konijnenstrand, een van de mooiste witte stranden ter wereld. Maar als het altijd over vluchtelingen gaat, heb je daar weinig aan.”

Voor de bewoners brengt de migrantenstroom ook lastige vragen mee. Wat moeten ze met de lichamen van mensen die de vlucht niet overleefden? Enerzijds willen ze de mensen het beste bieden, anderzijds kunnen ze zich dat simpelweg niet veroorloven.

Van ’t Klooster zag de twijfel terug op de begraafplaats: „Tussen mooi afgewerkte marmeren graven voor de lokale bevolking, zijn betonnen platen neergelegd die massagraven markeren van omgekomen asielzoekers. De Lampedusanen schrijven met graffiti de overlijdensdatum op het beton en planten de Italiaanse vlag erbij. Daarna leggen ze bloemen, met aan een touwtje een kaartje van Maria.”

    • Tom Vennink