Europa geveld door het virus van sloophout en textiel in aardse tinten

Bladen bieden naast inspiratie vooral aspiratie. Wat is de diepere gedachte achter de beeldvorming van dit dromenland?

Makers van publiekstijdschriften verdelen de mensheid in twee groepen: zij die inspiratie zoeken en zij die aspiraties hebben. Bladen over meubels in het bijzonder en interieurs in het algemeen bieden van oudsher inspiratie. ‘Wat grappig, zo’n ouderwetse limonadefles, met een bosje ijzerdraadjes erin, en dan zelf getekende bloemen aan de uiteinden gefröbeld – ga ik ook maken.’

Er is iets veranderd in de wereld van woontijdschriften. Zie vier oktobernummers uit deze branche, uit vier verschillende taalgebieden. Zoals de Nederlandse klassieker VT Wonen. Uit de Duitstalige landen: Schöner Wohnen (‘Europas grösstes Wohnmagazin’). Van Britse makelij: House and Garden („The best in international design and decoration”). En voor wie de Franse taal beheerst: Marie Claire Maison.

Of nee, eigenlijk is het helemaal niet nodig welke taal dan ook te beheersen. Woonbladen zijn prentenboeken. In – bij elkaar – ruim duizend glimmende pagina’s is welgeteld één verhaal te vinden dat uitkomt boven de circa 500 woorden. Ra, ra, in welk blad? Inderdaad: in het Duitse – enige Gründlichkeit is hierin wel overeind gebleven.

Wat de bladen met elkaar gemeen hebben, is dat ze alle vier aspiratie-bladen zijn. Slechts een fractie van alle lezers zal daadwerkelijk wonen in de voormalige Victoriaanse schoolgebouwen, in huizen met vrij uitzicht op het Comomeer en in houten lodges op Afrikaanse steppen die vanuit alle hoeken en gaten zijn gefotografeerd.

Wat is de diepere gedachte achter de beeldvorming van dit dromenland? Het is een vraag voor sociologen en later voor cultuurhistorici. Woonbladen onthullen waarschijnlijk meer over het huidige geestelijk klimaat dan over consumentengedrag. Zo bekeken, springt dan zowel een opvallende overeenkomst als een groot onderling verschil tussen de bladen in het oog.

De overeenkomst is dat we in Europa kennelijk leven in een nostalgische tijd. De hoeveelheid ongeverfd hout valt niet van de pagina’s te branden; de muren zijn opvallend vaak ongestuukt; geen interieur lijkt tegenwoordig compleet zonder bijzettafeltje dat z’n leven ooit begon als groentekistje.

Wie dit in historisch perspectief zet, mag zich zorgen maken over de toekomst. Kneuterigheid gaat vaak vooraf aan revolutie en oorlog, gevolgd door een periode van licht en strak. Zie de architectuur en woninginrichting vóór en na de beide wereldoorlogen: tweemaal van bruin hout en rood pluche naar de strakke Stijl en het Nieuwe Bouwen.

Een verschil is dat House and Garden het minst lijkt aangestoken door het arcadische virus van sloophout en textiel in aardse tinten. De verklaring mag zijn dat de Britten van oudsher hun eigen bloemige country style koesteren. En sowieso lopen ze niet zo graag in de pas met het continent. Maar overigens is het binnen overwegend knus en warm – ook hier.

    • Gijsbert van Es