Een onsje meer kapitalisme svp

Obamacare is inefficiënt, domweg omdat aan ongelijkheid nu eenmaal niets is te doen. Kapitalisme is het beste systeem, mits het goed wordt toegepast, betogen twee economen.

Een dakloze in Manhattan die om een biertje vraagt, 2008 Foto Martin Roemers

De Westelijke wereld lijdt aan twee soorten stagnatie. Een politieke, zoals deze week gedemonstreerd werd in Washington en Rome. En een economische: sinds de crisis van 2008 stommelt Europa van dipje naar lichtpuntje, achtervolgd door het besef dat de banken nog vol niet-bestaand geld zitten en de verzorgingsstaten te veel geld vergen, dat er ook niet is.

In de VS gaat het economisch wat beter, maar het herstel is gekocht met bijgedrukt geld en een econoom als Joseph Stiglitz waarschuwt in The Price of Inequality (Boeken, 16.08.2013) dat de toegenomen ongelijkheid tussen de allerrijksten en de rest van de VS economisch schade toebrengt en de democratie bedreigt.

Jammer, maar weinig aan te doen, zeggen nu twee andere Amerikaanse economen. Allan Meltzer weerspreekt in een beknopt maar trefzeker geformuleerd boek, Why Capitalism?, de vrij algemeen aanvaarde stelling dat veel van de ellende het gevolg is van het kapitalisme, ontspoord en asociaal als het is. Klopt niet, zegt hij. Kapitalisme brengt meer groei en vrijheid dan welk ander stelsel, mits goed toegepast. Maar schrik niet van schandalen: ‘Kapitalisme zonder falen is als religie zonder zonde. Dat werkt niet.’

Tyler Cowen is niet erg enthousiast over de missers van bankiers en het geringe succes van politici om de economie weer aan de praat te krijgen, maar hij voorziet niet dat het onze democratische samenlevingen gaat lukken er veel tegen te doen. Hij is daarentegen wel optimistisch over de vernieuwingen die de voortgaande technologische revolutie mogelijk zal maken – ook al brengt die meer ongelijkheid.

In Average Is Over schrijft Cowen als een futurist die in zijn glazen bol een samenleving ziet waar originaliteit nog meer dan nu de bepalende factor wordt voor succes. Het meest gewaardeerde werk van de nabije toekomst zal zijn in de STEM-vakken (science, technology, engineering en math). Vooral voor afgestudeerden in de technisch wetenschappelijke vakken met de gave van het op de markt brengen van hun werk is een gouden toekomst weggelegd, voorspelt Cowen. Wie die creativiteit en handigheid kan ontwikkelen op de nichegebieden waar de computer het nog laat afweten, kan miljoenen verdienen en gaat ook qua levenskwaliteit een zonnige toekomst tegemoet.

Die nieuwe talentenklasse kan best tien à twintig procent van de bevolking beslaan. Voor de anderen resteert min of meer routinewerk. De middenklasse krimpt, middelmatig origineel werk wordt door automatisering steeds overbodiger: average is over. De steden worden in toenemende mate bevolkt door de mensen die het leuk hebben. Verder weg in minder beschermde omstandigheden wonen de mensen van het routinewerk.

In een debat (te volgen op: tinyurl.com/knnxmn9) met Cowen verwijt Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz hem dat dit beeld erg meegaand wordt geschetst. Waar blijft het verzet, het alternatief? Alleen komt Stiglitz niet veel verder dan te wijzen op de onwenselijkheid van toenemende ongelijkheid en ieders recht op onderwijs dat goed genoeg is om iedereen een kans op een beter leven te geven. Zijn belangrijkste stelling is dat de toegenomen ongelijkheid geen economisch natuurverschijnsel is, maar een product van politieke besluitvorming.

En dat is waar de econoom Allan Meltzer zich in de discussie mengt. Ondanks zijn dankwoord voor de financiële steun van de ook voor Amerikaanse begrippen zeer conservatieve filantroop Richard Mellon Scaife onderbouwt Meltzer zijn verdediging van het kapitalisme met kritiek op zowel Democratische als Republikeinse regeringen. Beide hebben de neiging meer geld uit te geven dan er is en de lasten door te schuiven naar volgende generaties. Beide bestrijden vermeende onrechtvaardigheden of onwenselijkheden vaak met regels die het onrecht in kwestie eerder groter dan kleiner maken.

Het fascinerende van dit compacte bijbeltje van het zuivere kapitalisme is dat hij alle gebruikelijke kritiek bij naam noemt en er een plausibel antwoord op heeft.

Meltzer, die als economisch adviseur al werkte voor president Reagan en verbonden is aan de Republikeins georiënteerde American Enterprise Institute denktank, somt een waslijstje schandalen van het kapitalisme met droge ogen op. Zijn antwoord leent hij bij de 18de-eeuwse Duitse filosoof Immanuel Kant: de mens is verre van volmaakt en dat zijn de door hem bedachte instituties dus ook niet.

Allerlei mensen eigenen zich meer geld toe dan hun redelijkerwijs toekomt maar democratische kapitalisme rekent daar beter mee af dan socialisme en andere systemen met een grotere aanspraak op morele rechtvaardigheid, constateert Meltzer. Kapitalisme creëert meer welvaart voor velen, is zijn overtuiging. Die dwingen zuivering van misstanden af. In totalitaire staten kan dat niet. Daar wordt de utopie van enkelen met harde hand doorgevoerd. En niet bereikt.

Tot de tekortkomingen van het kapitalisme behoort in Meltzers ogen de neiging om tegen voorbije misstanden wetgevend op te treden. Ook de recente financiële crisis wijt hij niet aan het kapitalisme als zodanig maar aan verkeerde regelgeving. Volgens zijn eerste Wet van Regelgeving reageren banken op de strengere kapitaaleisen van het Bazelse bankencomité met het omzeilen van die regels.

Meltzers Tweede Wet luidt: regels zijn statisch, markten dynamisch. Als spelers de wetgeving niet direct ontduiken, dan doen zij het later wel. Alleen de naïeven trekken zich er dan nog wat van aan. Wetgeving is alleen effectief als goed gedrag beloond wordt. Volgens Meltzers derde Law of Regulation werkt regelgeving alleen als de kosten voor de gemeenschap ongeveer in evenwicht zijn met de kosten voor direct betrokken partijen – anders volgen vormen van ontduiking.

Met zijn droge redeneertrant laat Meltzer weinig heel van Obamacare, het doelwit van de Tea Party Republikeinen die deze week de Amerikaanse overheid gijzelen. Ineffectiviteit en het afgeven van immense ongedekte cheques signaleert hij ook bij wetgeving waar Republikeinen voor hebben gestreden. Hadden we veertig jaar geleden maar een belasting op CO2-uitstoot ingesteld, dan betaalden we nu geen miljarden voor energie aan onze vijanden, verzucht Meltzer.

Tyler Cowen schrijft fascinerende vergezichten over hoe succes zal afhangen van nuttige omgang met relatieve slimme machines. Evenmin als Meltzer lijkt hij zich druk te maken over het lot van de minder getalenteerden en de kansarmen. Beiden zijn tamelijk goed in het beschrijven van de werkelijkheid zoals zij die zien. Anders dan de Amerikaanse humorist Steven Colbert observeerde heeft de realiteit de neiging conservatief uit te pakken.

    • Marc Chavannes