De migrantenbootjes vertrekken steeds uit een ander land

Correspondent Zuid-Europa

Vergeleken met andere zomers was Lampedusa de afgelopen maanden weinig in het nieuws. Niet omdat er dit jaar geen bootjes met migranten en vluchtelingen aankwamen op het kleine Italiaanse eilandje tussen Sicilië en Afrika. Integendeel: het aantal asielzoekers dat Italië per zee bereikte, was in de eerste negen maanden van dit jaar drie keer zo hoog als in heel 2012. Tot maandag kwamen er 30.100 mensen aan, het leeuwendeel in de regio Sicilië, waartoe Lampedusa behoort.

Omdat er relatief weinig ongelukken gebeurden, haalde deze grotere instroom de wereldpers amper. VN-organisatie UNHCR noemde begin juli een cijfer van circa veertig doden in de eerste helft van 2013. Terwijl vorig jaar het dodental op bijna 500 lag. De UNHCR schreef deze daling mede toe aan „de verbeterde coördinatie van reddingsoperaties door de Italiaanse en Maltese kustwacht”.

Op de valreep van het migratiehoogseizoen – dat loopt tussen april en september als weer en zee het gunstigst zijn – hebben twee dodelijke incidenten nu toch nog de aandacht gevestigd op de duizenden mensen die de gevaarlijke oversteek wagen. Maandag spoelden op Sicilië 13 dode migranten aan, nadat ze door hun smokkelaars van de overvolle boot overboord waren gezet.

En gisteren verdronken zeker 130 mensen toen een boot met zo’n 500 opvarenden voor de kust van Lampedusa in de problemen kwam. Nog 200 mensen zijn vermist. Paus Franciscus noemde het drama op Twitter „een schande”.

Migrantentrekker

Lampedusa is het eindpunt van wat migratiedeskundigen de Centraal-Mediterrane route noemen. In tegenstelling tot de goeddeels in onbruik geraakt West-Afrikaanse route naar de Spaanse Canarische Eilanden blijft deze migranten trekken. Zeker sinds het uitbreken van de zogenoemde Arabische Lente. Nu het al bijna drie jaar rommelt op de zuidoever van de Middellandse Zee is het makkelijker geworden hiervandaan te vertrekken.

Nadat in 2011 in Tunesië een revolte plaatsvond, kwam eerst daarvandaan een stroom op gang.

Enkele maanden later brak ook in het grote buurland Libië een revolte uit. Dat land was eerder een populair vertrekpunt, maar Rome wist in 2008 een deal met de Libische leider Gaddafi te sluiten. In ruil voor miljarden zou hij strenger toezicht houden op zijn kust. Toen zijn regime begon te wankelen, grepen de mensensmokkelaars een kans. Gaddafi is inmiddels bijna twee jaar dood, Libië nog steeds een chaos en het land een populair vertrekpunt.

Springplank Egypte

Hoewel het nog te vroeg is om te spreken over een trend, dient ook het eveneens onrustige Egypte zich aan als springplank. Zo vertelden 400 vluchtelingen die eind vorige maand op Lampedusa aankwamen te zijn vertrokken uit Egypte. Allen waren Syriërs, die de burgeroorlog in hun land ontvlucht waren. Zij vestigden zich na het ontvluchten van hun thuisland aanvankelijk eerst in Egypte, maar voelden zich ook daar niet veilig meer.

In interviews met hulpverleners zeiden ze eerst op kleine boten te zijn gestapt en vervolgens op een groot vrachtschip. Het laatste deel van de reis zouden ze hebben afgelegd met kleinere boten, vertelt een betrokken functionaris in Rome, die alleen anoniem dit soort technische details mag geven. „Dit zou erop duiden dat er al een redelijk goed georganiseerd systeem is opgezet om onopgemerkt te blijven.”

Het aantal Syriërs dat over de zeer druk bevaren Middellandse Zee naar Italië reist, is dit jaar meer dan vertienvoudigd vergeleken met 2012. Tot afgelopen maandag kwamen er 7.500 aan, waarmee ze samen met Eritreeërs de grootste groep vormen. „De meesten kwamen via Egypte, maar we zien ze inmiddels ook vanuit Libië komen”, aldus de functionaris in Rome.

Volgens Laurens Jolles, regionaal vertegenwoordiger voor Zuid-Europa van de UNHCR, veranderen de routes constant. „Elk jaar, elke week eigenlijk, is het weer anders. De 30.000 van dit jaar zijn er meer dan vorig jaar, maar in andere jaren lagen de cijfers nog veel hoger”, vertelt de Nederlander over de telefoon vanuit Rome.

Het Syrische conflict speelt een rol in de huidige toename, maar Jolles wil dit wel in perspectief plaatsen.

„Door de oorlog in Syrië zijn zes miljoen mensen hun huis uitgevlucht, waarvan twee miljoen de grens zijn over gevlucht. Dit zijn hele, hele hoge cijfers.”

Europa toont zich vooralsnog niet heel bereidwillig Syriërs op te vangen. Zweden en Duitsland namen al enkele duizenden Syriërs op, maar andere EU-landen houden het bij honderden of tientallen. Dit terwijl er dagelijks circa 5.000 Syriërs de grens oversteken.

Volgens Jolles is het heel belangrijk dat kwetsbare groepen en urgente gevallen worden opgenomen. Maar de opvangcapaciteit van Europa zal nooit toereikend zijn. „Het gaat hier om 2 miljoen mensen.”

    • Merijn de Waal