‘De Irakoorlog bestaat niet’

Kevin Powers schreef als een van de eersten een roman over zijn ervaringen tijdens de Irak-oorlog. „Ik heb er spijt van dat ik erheen ben gegaan, dat ook ik zoveel leed heb toegebracht.”

Kevin Powers: ‘Ze sturen getraumatiseerde jongens terug naar Irak of Afghanistan’ Foto Bram Budel

‘Het schuldgevoel de oorlog te hebben overleefd is niet het grootste probleem. Het idee geïsoleerd te zijn, is minstens even groot”, legt schrijver en oorlogsveteraan Kevin Powers (1980) uit. Op zijn 23ste – in 2003 – vertrok hij naar Irak, waar hij een jaar bleef. Eenmaal terug bleek hij ernstiger getraumatiseerd dan hij had ingeschat.

Schrijven heeft geholpen, verklaart hij beslist, maar praten lijkt ingewikkelder. Powers’ gelaat beweegt nauwelijks tijdens het gesprek. Hij laat veel stiltes vallen, zijn stem en gezicht verraden weinig emotie. Powers is in Amsterdam om te praten over zijn wereldwijd geprezen roman De gele vogels, een boek dat niet autobiografisch is, maar waarin wel de weerslag van zijn emoties terug te vinden is. De hoofdpersoon werkt het zwaar verminkte lijk van een medesoldaat weg in de hoop dat de moeder van die soldaat er nooit achter hoeft te komen wat er precies is gebeurd.

De gele vogels werd bekroond met The Guardian First Book Award; in Nederland doopte Arnon Grunberg de roman tot hét boek van 2012. Toen Powers terugkwam in de VS kreeg hij problemen. „In Irak heb je helemaal geen tijd om iets te verwerken, maar als je daarna eenmaal thuis bent, heb je alleen nog maar tijd. En dan ga je nadenken over de vraag of je schuldig bent: jij hebt het overleefd, anderen niet. En waarom die hele oorlog? Het lijden, de trauma’s, de schuld – naarmate je langer thuis bent, worden die gevoelens alleen maar erger. Je kent jezelf niet meer. Je meet je een nieuwe identiteit aan, die van overlever. Schuld is daar een deel van, maar ook doelloosheid. In een oorlog weet een soldaat wat hij moet doen. Thuis niet, en dat legt een enorm emotioneel beslag op je. Dat gevoel van zinloosheid is gevaarlijk. Veel veteranen vinden dat ik de weerslag van hoe het is om thuis te zijn goed neerzet. Familie van veteranen geven ook aan dat ze nu een glimp hebben opvangen van wat hun zoon of dochter doormaakt. Het schrijven heeft me goed gedaan, niet om de oorlog te verwerken, maar om een doel te hebben”.

Dat klinkt erg praktisch.

„Nou, behalve dat het boek me een doel opleverde, lukte het me om zo mijn gedachten over Irak onder woorden te brengen, en de ervaringen van anderen te delen, om daarop te kunnen reflecteren: dat was heel waardevol. Iedereen die iets traumatisch meemaakt, wil dat wegstoppen, er niet over denken. Dat is altijd gevaarlijk. Schrijven was een vorm van verwerken, een poging om mijn eigen besluiten te begrijpen.”

Waarom zijn er als het zo werkt niet meer romans over de Irakoorlog?

„Deels omdat die oorlog nog niet is afgelopen. Er is geen afronding. Er zitten ook nog soldaten in Afghanistan, en dat is dezelfde oorlog. Misschien heeft dat ermee te maken. Ik ben er wel van overtuigd dat empathie een functie van de verbeelding is. Het begint met inleven. Dat heeft mijn geloof in fictie bevestigd: dat je ervaringen kan delen, begrip kan hebben voor mensen die alleen in de verbeelding bestaan.”

En had u voordat u naar Irak ging al een beeld van wat een oorlog was, bijvoorbeeld door romans over de Vietnamoorlog?

„Ik had al Vietnamboeken gelezen en dacht toen te begrijpen wat oorlog was, maar toen ik na Irak thuis kwam begreep ik pas echt wat een Vietnamveteraan als Tim O’Brien in The Things They Carried bedoelde.”

Weerhielden die boeken u er niet van om u aan te melden voor het leger?

„Nee, maar ik had goede redenen om me aan te melden. Net als veel jonge mensen had ik het gevoel van onoverwinnelijkheid. Je snapt verstandelijk wat oorlog is, maar je denkt: ik ga dat anders doen, anders voelen, ik ben zeventien en ben niet iemand die met trauma’s wordt opgezadeld. Ik had een abstract idee over ‘man’ worden, volwassen worden.”

Heeft u spijt van die keuze?

„Ja, maar dat komt vooral omdat ik naar Irak moest. Ik zou willen dat die hele zinloze oorlog er niet geweest was. Er is zoveel geleden door de soldaten en door de Irakezen. Van de laatste groep kunnen de meeste Amerikanen zich niets voorstellen. En ik heb er spijt van dat ook ik leed heb toegebracht. Als je middenin een land van 20 miljoen mensen bent, vecht je maar met een heel klein deel van hen. Het geweld is reëel, maar het komt uit zo’n kleine hoek van de bevolking. Dat is bedrieglijk, want de oorlog die je denkt te vechten is niet de oorlog die je écht vecht. De ‘oorlog in Irak’ bestaat niet, je vecht tegen een paar mensen die je nooit ziet. De vijand is een gerucht. Het gevaar is zo intens en zo zeldzaam en zo verborgen, maar ook zo gewelddadig, en genadeloos, er is een soort… ik bedoel: het toetakelen van Amerikaanse soldaten, wat natuurlijk ook gebeurt, weerspiegelt de aard van het gevecht, het slagveld. Maar wat ik heb meegemaakt, heeft me ook gevormd. Ik denk nu anders over de wereld. Hoe zeg je dat [diepe zucht]... Ik had dat inzicht liever op een andere manier bereikt.”

Elke dag zijn er in de VS zo’n twintig veteranen die zelfmoord plegen. U heeft het gered.

„Door te schrijven. En – ook al is dat een cliché – omdat er tijd overheen is gegaan. Ik ben maar één jaar in Irak geweest, mijn diensttijd zat erop. Maar sommigen moeten nog een keer, domweg omdat ze hun tijd nog niet hebben uitgediend. Ze sturen jongens die getraumatiseerd zijn terug naar Irak of Afghanistan. Die raken hun menselijkheid kwijt. Dat is schokkend, maar daar kan je toch niet verbaasd over zijn? Als je twintig bent, en je leeft vijf jaar aan het front, dan moet je toch wel gek worden?

„Er sterven meer soldaten door zelfmoord dan door de gevechten ín Irak. Maar het leger kan niet anders dan die jongens steeds opnieuw sturen. Er zijn te weinig mensen om in al die oorlogen te vechten waaraan Amerika is begonnen. Ze worden als het ware geofferd, steeds meer kapot gemaakt. Dat is ook wat er met mijn personages gebeurt: ze worden beesten, machines. Dat wilde ik laten zien: de gevolgen van hoe ons leger in elkaar zit.”

Obama zou er goed aan doen uw boek te lezen?

„Het is belangrijk dat de mensen die beslissingen nemen begrijpen wat oorlog met mensen doet. Je moet niet over oorlog denken in termen van ‘troepen’ en ‘territoria’. Als De gele vogels Obama helpt beseffen dat hij mensen stuurt in plaats van nummers, dan lijkt het me nuttig dat hij mijn boek leest.”

Dus mocht hij nog plannen hebben met Syrië…

„Ik ben er niet van overtuigd dat je daar moet bombarderen. Het is verschrikkelijk wat daar gebeurt, maar bombarderen lost toch niets op? Dat slaat nergens op. Om het heel simpel te zeggen: ik ga niet ergens heen als ik niet ben uitgenodigd. En dat lijkt me ten aanzien van andere soevereine landen een duidelijk principe. Ik geloof absoluut dat Amerika meestal goede bedoelingen heeft. Maar goede bedoelingen die tot de vernietiging van mensen en steden leiden – wat hebben ze daaraan? En er zijn veel problemen in ons eigen land waar we ook mee bezig kunnen zijn.”

Kevin Powers: De gele vogels. Vert. Peter Abelsen. Prometheus, 256 blz. € 15,-

    • Toef Jaeger