Bankencrisis blijft onbestraft

Deze verjaardag is geen reden voor feest. Deze week is het vijf jaar geleden dat Nederland de activiteiten van ABN Amro en Fortis Nederland nationaliseerde en de Belgische regering de romp van bank en verzekeraar Fortis in België moest redden. Fortis was een van de drie banken die eind 2007 samen voor 72 miljard euro ABN Amro hadden gekocht, in drieën zouden opsplitsen en in hun eigen bank integreren. Fortis bleek onvoldoende kapitaal te hebben en dreigde eind september 2008 in een financiële maalstroom te vergaan.

Nederland bezit nu de gereorganiseerde ABN Amro-Fortis combinatie, die nog maar de helft waard is van het bedrag van uiteindelijk 30 miljard euro dat het kabinet daarvoor moest uittrekken. Het primaire doel van reddingsacties is niet om er aan te verdienen, maar om ernstiger schade aan vitale infrastructuur te voorkomen. Reddingsacties moeten echter wel betaald worden. De belastingbetaler draait er voor op met een hogere staatsschuld.

In België is de ondergang van Fortis nog altijd een schandaal van nationale omvang. In de aandelen van Fortis waren kapitalen belegd, kapitalen van kleine spaarders die beleggers waren geworden, maar ook omvangrijke familiekapitalen. Burgers en beleggers zoeken antwoorden op de vragen als Hoe kon het zover komen? Wie zijn hiervoor verantwoordelijk?

Over de ondergang van Fortis loopt nog steeds een indrukwekkend aantal rechtszaken waarin schadeclaims worden geëist. Juridische molens malen langzaam, maar moet het zó lang duren? De rechtszaak in Nederland van beleggers na de beursgang van internetbedrijf World Online in 2000 kostte tien jaar en dat was nog relatief snel omdat de twee aangesproken banken een schikking troffen.

In de nasleep van de kredietcrisis is het overgrote deel van verantwoordelijke bestuurders en commissarissen bij banken met de schrik vrijgekomen. Ondanks de kolossale verliezen en kapitale reddingsacties heeft justitie nauwelijks strafzaken aangebracht. Ook niet in de VS, waar twee decennia eerder wél honderden directeuren van spaarbanken werden veroordeeld wegens financiële wandaden. De waslijst van mogelijke vergrijpen voorafgaand aan de kredietcrisis is lang: wanbeleid, falend toezicht, foute of onware informatie geven, oplichting, valsheid in geschrifte, roekeloosheid. In talloze landen is het in de grond boren van een bank of bedrijf niet strafbaar, was onlangs een laconieke constatering in het weekblad The Economist. De bestrijding van witteboordencriminaliteit is een taai, langdurig en complex proces. Kijk naar de meer dan negen jaar die Justitie nodig had om zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen te berechten. De onmacht van het strafrecht na de schandalige kredietcrisis stemt treurig.