Assads vijanden zijn misschien ook de onze

De gretige bereidheid van Syrië om chemische wapens in te leveren zou juist zorgen moeten baren, meent Maurits Berger.

Waarom had Syrië ook alweer chemische wapens? Dat was vanwege de vermeende dreiging van buurland Israël. Dat land had zich met Amerikaanse hulp snel ontwikkeld tot een militaire grootmacht, met zowel nucleaire als chemische wapens.

Syrië verkeerde – en verkeert nog steeds formeel – in staat van oorlog, en voelde de noodzaak om een wapenwedloop aan te gaan. Dus waarom zou Syrië de chemische wapens nu dan zo plotseling en zo bereidwillig opgeven? De relatie met Israël is immers onveranderd – sterker nog, hiermee wordt de militaire macht van Israël relatief alleen maar groter.

De Amerikaanse dreiging lijkt geen doorslaggevende reden te zijn geweest. Immers, Rusland bleef Damascus door dik en dun steunen, tot in de Veiligheidsraad. Obama werd daardoor voor schut gezet, temeer omdat de kans heel groot was dat hij van het Congres geen groen licht zou krijgen voor het aangekondigde militaire ingrijpen.

Is er dan sprake van een diplomatiek hoogstandje? Zonder meer, maar onduidelijk blijft wat de onderliggende beweegredenen waren. We kunnen alleen afgaan op de resultaten, en dan blijkt dat er drie winnaars zijn: een opgeluchte Obama, een pronkende Poetin en een zelfbewuste Assad. Dat laatste zou wantrouwen moeten wekken: waarom presenteert deze dictator – want dat is hij – zich opeens als staatsman die het beste voorheeft met de wereld?

Het antwoord is simpel: de binnenlandse dreiging is vele malen groter dan de inmiddels versleten dreiging van Israël. En de binnenlandse dreiging is tweeërlei: de ‘rebellen’ en zijn eigen militaire en paramilitaire diensten. Door de chemische wapens aan het Westen te ‘geven’, vermindert hij de dreiging vanuit de eigen gelederen. Voorlopig lijktAssad zijn positie zeker gesteld te hebben.

De benaming ‘rebellen’ of ‘oppositie’ is een westerse aanduiding. Assad spreekt consequent van ‘terroristen’. Die retoriek lijkt nu ook in het Westen aan te slaan. Er zijn steeds meer rebellen die vanwege de blijvende gruwelijkheden van Assads leger met verdubbelde wraakzucht terugslaan. Dat velen van hen daarbij hun toevlucht nemen tot de ideologie en tactiek van de jihadisten, is alleen maar koren op de molen van Assad. Maar daar komt nu iets bij. Immers, nog steeds staat niet vast dat de rebellen de chemische wapens niet hebben gebruikt. De vanzelfsprekendheid waarmee Assad zijn chemische arsenalen prijsgeeft is vooral een manier om zijn onschuld aan te tonen. En wie kan hem daar nu in weerspreken?

De triomfantelijke houding van Assad lijkt echter vooral te duiden op een andere binnenlandse overwinning: die op zijn eigen militairen. We begeven ons nu op speculatief terrein omdat we simpelweg niet weten wat er zich binnen Assads inner circle afspeelt, maar het is een overweging die van belang kan zijn om Assads toekomstige bewegingen te begrijpen. Het is bekend dat onder Assad senior (president van 1971 tot 2001) het Syrische leger en veiligheidsdiensten in een groot aantal afdelingen en compartimenten was verdeeld, met de bedoeling elkaar te controleren. We kunnen gevoeglijk aannemen dat er binnen deze diversiteit aan gewapende afdelingen onenigheid bestond over de aanpak van de opstand die in 2011 uitbrak. Het gebrek aan centrale leiding leidt dan als vanzelf tot eigengereid optreden.

Dit verklaart mogelijk zijn onschuldige houding in het interview met tv-zender ABC. Met droge ogen beweerde Assad dat ‘zijn’ leger geen gruwelijkheden begaat. Hij gaf de schuld aan de rebellen. Het is goed mogelijk dat Assad het ook echt niet wist, en het zich ook niet kon voorstellen.

Volgens dat scenario is het daarom voorstelbaar dat Syrische militaire eenheden zelfstandig hebben besloten tot het inzetten van chemische wapens. Dat bracht Assad in verlegenheid, maar nu is hij in staat gesteld zijn militairen terug in het gareel te brengen, en zich voor de buitenwereld te presenteren als een acceptabele gesprekspartner. Daarmee heeft hij zijn eigen positie voor de nabije toekomst veiliggesteld.

Tegelijkertijd kon Assad weer met de vinger wijzen naar de rebellen, die misbruik zouden kunnen maken van de verwijdering van het chemisch arsenaal. Het beeld van jihadisten met chemische wapens appelleert immers aan de grote angst van het Westen. Maar een nog grotere zorg zou moeten zijn of niet een of andere Syrische generaal een partij achterover drukt, voor eigen gebruik of voor vrije verkoop.