25 jaar, en eindverantwoordelijk in een tbs-kliniek

Ze las het in de krant: weer een tbs’er tijdens verlof ontsnapt, dit keer met ernstige afloop. Binnen 24 uur had hij een overval gepleegd met veel geweld en een studente verkracht. Hij bleek een van haar patiënten.

Léonie Holtes wist dat het een keer mis zou gaan. En dat ging het drie maanden na haar vertrek uit de tbs-kliniek. Ze had ontslag genomen, ze vond het werk niet langer verantwoord. Anderhalf jaar lang werkte ze in de kliniek, net afgestudeerd klinisch psycholoog.

De weerslag hiervan is te vinden in haar boek Ervaring niet vereist. Het boek biedt een uitzonderlijk inkijkje in een tbs-kliniek, een doorgaans zeer gesloten wereld. Je komt er niet binnen. Kom je er wel in, dan is het goed mis. Hoe mis, dat moeten de behandelaars (psychiaters, psychologen, psychomotorisch therapeuten en socio-therapeuten, met en zonder ervaring) uitvogelen. Zij verzorgen ook de therapieën voor de veroordeelde verkrachters, moordenaars en zedendelinquenten. Holtes ook. Als 25-jarige is ze al snel eindverantwoordelijke.

Het maken van een risico-analyse is het belangrijkst. Die moet de vraag beantwoorden: is deze persoon buiten de deur een gevaar voor de maatschappij? Belangrijk, zowel voor de maatschappij als voor de persoon in kwestie. Van dat oordeel hangt af of hij straks naar buiten mag of niet.

Je zou verwachten dat die analyse via strakke protocollen verloopt, maar dat is niet het geval. Vanwege de onderbezetting en het hoge ziekteverzuim is er soms niet eens tijd om de dossiers goed te lezen. Het personeel oordeelt voor een groot deel op gevoel. Nergens leggen zij verantwoording af voor de conclusies die ze trekken, noteert Holtes. Ze twijfelt. Ze schrijft: ‘Ik zou er mee moeten leren leven: twijfels.’

En zo krijgt de man die een moord heeft gepleegd uit seksueel sadisme uiteindelijk het voordeel van de twijfel. Hij heeft een smetvrij strafblad en er zijn verder geen risicofactoren. Holtes is doodsbang voor hem. Een andere man met tal van risicofactoren, van verwaarlozing in zijn jeugd tot verslaving en persoonlijkheidsstoornissen, krijgt het nadeel van de twijfel. Terwijl hij ook zachtmoedig en wellevend kan zijn. ‘Eigenlijk baalde ik van deze inconsequenties in zijn gedrag. Als psycholoog hoorde ik precies te weten wie ik voor me had.’

Het is inmiddels een tijdje geleden dat Holtes in de tbs-kliniek werkte. Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit van Maastricht schrijft in een nawoord dat er intussen wel wat is verbeterd in de tbs-klinieken. Maar: ‘Holtes kritische reflecties zijn nog steeds actueel.’

Het boek kent een wrang einde. In de vorm van een nawoord van journalist Tonie Mudde. De schrijfster, Léonie Holtes, ze glimlacht je toe op een foto op de achterflap, is dood. Na haar vertrek bij de tbs kliniek, raakte ze in een diepe depressie. Ze pleegde zelfmoord door van een flat te springen. Wat ze naliet is een verslag van de ondoordringbare, onverklaarbare krochten van de menselijke geest.

Sheila Kamerman

    • Sheila Kamerman