Ziek en illegaal, maar daar is de straatdokter

Zieke illegalen hebben recht op hulp. Die vinden ze, bijvoorbeeld, in de Rotterdamse Pauluskerk. Ze komen vaak pas laat met ernstige klachten.

Mohsen Amini (42) doet de rits van zijn rugzak open. Het voorvak zit vol pillen – voor zijn hartproblemen, zijn depressie. Slaappillen. En flink wat paracetamol. Hij sjouwt zijn medicijnen altijd mee. Want hij heeft geen vaste woon- of verblijfplaats.

In de Pauluskerk in Rotterdam zit ’s middags een flinke rij voor de deur van ‘straatdokter’ Huub de Weerd. Twee dagen in de week is hij huisarts voor uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen. Die twee dagen zit het spreekuur bomvol.

Volwassen illegalen hebben recht op juridische bijstand en noodzakelijke medische zorg. Het probleem is te krijgen waar ze recht op hebben. Uit het vandaag verschenen rapport over illegalen en medische zorg van de Nationale Ombudsman blijkt het niet altijd makkelijk de dokter te vinden. Vreemdelingen spreken vaak geen Nederlands, hebben geen netwerk. En niet elke dokter wil illegalen helpen.

Huub de Weerd wel. En hij kent in Rotterdam veel artsen die dat ook willen. En als De Weerd een verwijsbriefje schrijft, dan behandelen specialisten in het ziekenhuis de illegalen ook. Als het nodig is, worden ze geopereerd. Patiënten die bij de Pauluskerk terechtkomen, hebben geluk. Zij worden zo goed mogelijk geholpen door een van de drie huisartsen of de verpleegkundige.

Patiënten komen min of meer met dezelfde problemen als ‘gewone mensen’, mensen met papieren. De Weerd ziet alles, van eczeem tot kanker. Wel ziet hij vaker dan in een gemiddelde praktijk mensen met hepatitis B en C en hiv. En er komen meer mensen met psychosociale problemen. De Weerd: „Mensen hebben in hun thuisland vaak trauma’s opgelopen. En in Nederland wordt dat er in een instabiele situatie niet beter op.”

Het onzekere illegale bestaan helpt niet bij het beter worden. Mohsen Amini (43) bijvoorbeeld komt uit Iran, spreekt Nederlands noch Engels. Hij is zes jaar in Nederland, zijn Iraanse vrouw is bij hem weggegaan, zij wil niet dat hij hun zoontje van zeven nog ziet. Hij heeft een hartoperatie ondergaan, dat was medisch noodzakelijk. Maar kan niet in huiselijke kring herstellen. En hij is ernstig depressief.

Of neem Akbar Mosadegh (58). Als hij gaat vertellen wat hem allemaal mankeert, moet je er even bij gaan zitten. Hij heeft overal pijn. Hij is geopereerd aan een hernia, ook dat was medisch noodzakelijk, maar het heeft onvoldoende geholpen. Hij heeft geen kracht in armen en benen. Zijn onderbenen zetten – „poef” – uit. Hij draagt steunkousen. Hij trekt zijn broekspijpen omhoog. Hij eet moeilijk, alleen soep en brood. Hij trekt zijn bovenlip omhoog. Hij mist zijn hele bovengebit.

Hij slaapt in de nachtopvang van de kerk, in een slaapzaal. Zwaar voor een zieke man als hij. ’s Morgens gaat hij koffie drinken in de Pauluskerk, en zwerft wat door de stad.

Amini en Mosadegh hebben de arts in de Pauluskerk in elk geval weten te vinden. Illegalen en uitgeprocedeerde asielzoekers worden vaak naar de Pauluskerk doorverwezen. Er komen ook mensen uit Nijmegen of Groningen op het spreekuur van De Weerd. „Wij zoeken dan medische zorg dichter bij de woonplaats. Die is er wel, maar dat moet je maar net weten.”

Het blijft een heel bijzondere doelgroep. Soms zegt de dokter tegen een patiënt met suikerziekte of overgewicht dat hij naar buiten moet, meer bewegen. „Maar dat durven ze dan niet. Ze zeggen: ik ben bang dat ik word opgepakt, dokter!”

Uit angst en schaamte komen zieken niet tijdig. Hij vertelt over een Chinese vrouw die maandenlang is blijven hoesten. Tuberculose, zo bleek toen ze eindelijk op het spreekuur van De Weerd zat.

Mohsen Amini krijgt medische zorg, maar vraagt zich af waar hij het allemaal voor doet. Een vriend kon een paar weken geleden ternauwernood voorkomen dat hij voor een trein stapte.