Rechts zet flinke druk op Teeven

Politici lieten zich verleiden tot uitspraken over Van der G.’s proefverlof. Is dat wel slim?

Als het aan zijn politiek leider ligt, heeft staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie bar weinig bewegingsruimte. Vorig jaar zei premier en VVD-leider Mark Rutte in een verkiezingsdebat dat het wat hem betreft „ondenkbaar” is dat de moordenaar van Pim Fortuyn algemeen verlof zou krijgen. Het zou einde verhaal zijn voor de bewindspersoon die daartoe besluit, zei Rutte erbij.

Volgende week neemt Teeven het besluit of Volkert van der G. op verlof mag. Normaal gesproken bepalen gevangenisdirecteuren of een gedetineerde met verlof kan – in dit bijzondere geval ligt de afweging bij de hoogstverantwoordelijke. Zoals Teeven zelf uitlegde: „Bij de meeste gedetineerden is zo’n besluit een abc’tje, dat ligt voor Van der G. anders.”

In de aanloop naar die beslissing lieten politici zich gisteren verleiden tot inhoudelijke uitspraken over het verlof. Dat gebeurde vooral aan de rechterkant van het politieke spectrum. Zo was de PVV razendsnel met een debat aanvragen over de kwestie.

Wat een ongelooflijk dom advies om Van der G. met proefverlof te laten gaan, zei PVV-leider Geert Wilders. Verstandig om géén verlof toe te kennen, gezien de maatschappelijke onrust die het zou opleveren, zei de electorale concurrent, Tweede Kamerlid Ard van der Steur (VVD). Verlof is geen goed idee, vond het CDA, dat op justitiegebied ook graag een stevig geluid laat horen.

‘Op links’ was het rustiger. Wie normaal gesproken resocialisatie en reïntegratie van veroordeelden in de samenleving voorstaat, kan daar nu moeilijk tégen pleiten, hoe uniek het delict van Van der G. ook is. Ahmed Marcouch (PvdA) steunde het verzoek van de PVV voor een debat over Van der G. dan ook niet. „Wij moeten hier verre van blijven. De staatssecretaris moet deze afweging maken, dat moet hij in alle rust en volgens de regels doen.” Ook SP, GroenLinks en D66 stelden zich terughoudend op.

Waar rechtszaken en politiek samenkomen is bovendien de suggestie van vermenging van de trias politica gauw gewekt. Dus moet de Tweede Kamer hier wel een oordeel over wíllen hebben? Ja, zegt Van der Steur, de Kamer controleert de staatssecretaris, en heeft dus ook in dit geval het recht om te bespreken of hij een integere afweging heeft gemaakt. Maar, zegt hij erbij: „De VVD vindt, alles afwegende, dat Van der G. geen verlof zou moeten krijgen. Dus als de staatssecretaris daartoe besluit, is de noodzaak tot een debat minder aanwezig.”

Ook is altijd de vraag of Kamerleden zich over individuele zaken moeten uitlaten. Hoe uniek ook. Wakkeren zij dan onrust in de samenleving aan? In dit geval extra relevant, omdat maatschappelijke onrust een belangrijke overweging kan zijn iemand al dan niet op verlof te laten gaan. Van der Steur: „Als je mogelijke onrust als maatstaf gebruikt, kan de Tweede Kamer nooit meer ergens over spreken.”

Wilders probeerde nog extra druk op Teeven te leggen: „Ik vind het onvoorstelbaar dat hij twijfelt, en hierover kennelijk na moet denken.” Alleen het gekke is: de staatssecretaris heeft dat soort oproepen misschien juist nodig om zijn nieuwe besluit mee te staven. Alle onrust, alle voorpagina’s van kranten, alle debatprogramma’s plus al dat soort politieke reacties zullen als argument tégen Van der G.’s vervroegde terugkeer in de samenleving gelden.

    • Annemarie Kas