Column

Proefverlof

In het boek Schieten op Volkert van der G. interviewde Hugo Borst vijf jonge mannen die in het najaar van 2004 werden uitgenodigd om een wedstrijdje te voetballen in de gevangenis van Scheveningen. Ze troffen een team van kinderverkrachters, seriemoordenaars en andere tot levenslang veroordeelde criminelen. En Volkert van der G. dus, de milieuactivist die Pim Fortuyn vermoordde.

De wedstrijd – zes tegen zes op een betonnen ondergrond – eindigde in een onwaarschijnlijke 15-14 voor de gedetineerden. Volkert scoorde een keer, volgens zijn tegenstanders met een schot van rechts. Door zijn tegenstanders werd hij omschreven als ‘motorisch gestoord’, ‘dikkig’ en ‘vadsig’ en als ‘een gast met een duistere blik in de ogen’. Na afloop was er cola met frikadel en probeerde Volkert met een van zijn tegenstanders een praatje aan te knopen, wat natuurlijk niet helemaal lukte.

Toen ik het las doemde het beeld op van een zielige jongen, iemand die misschien zelf niet in de gaten heeft hoezeer ze hem haten.

‘Gestoord’ en ‘vadsig’ waren vriendelijke kwalificaties vergeleken met hetgeen er gisteren over hem verscheen op de sociale media toen bekend werd dat Volkert mogelijk met proefverlof mag. Twee groepen streden om de meeste aandacht: zij die hem zo lang mogelijk in de gevangenis willen houden, en zij die hem zo snel mogelijk ‘buiten’ willen hebben zodat ‘de jacht’ kan worden geopend.

Ik kan natuurlijk niet in het hoofd van Volkert kijken, gelukkig niet, maar als ik hem was zou ik me nog even buigen over de vraag waar het erger is, binnen of buiten? Volkert zelf dacht binnen, dat meende ik tenminste op te maken uit het artikel op de voorpagina van NRC van gisteren waarin hij de eventuele onrust die zijn proefverlof zou losmaken afdeed als ‘louter speculatief’.

Uit publicaties over zijn gevangenisleven begreep ik dat hij de afgelopen jaren het grootste deel van zijn tijd doorbracht in een cel van 2,75 bij 4 meter, dat hij daar een koffiezetapparaat en wat boeken en tijdschriften tot zijn beschikking had, dat hij maar af en toe een televisie huurde en dat hij bij de houtbewerking communiceerde met zijn uit de samenleving verstoten medegevangenen. Hij had er geen toegang tot een computer. Toen hij tot zijn daad kwam was er nog geen Twitter, en ook geen Facebook. Misschien dat iemand hem dat even kan even kan laten zien of uit kan leggen hoe het werkt. Officieel zit de straf er bijna op, maar dat is buiten de virtuele werkelijkheid gerekend. Voetballen met seriemoordenaars is gezelliger.