Ook als nieuwe gemeente sukkelt Bonaire achteruit

Sinds Bonaire gemeente is geworden, bepalen alleen Nederlandse ambtenaren wat daar gebeurt, ziet Constance van der Valk

Toen op 10-10-10 Bonaire, Saba en Eustatius gemeenten van Nederland werden met een speciale status, leek de hemel voor de inwoners op deze Caraïbische eilanden open te gaan. Betere voorzieningen voor onderwijs, goede ziektekostenverzekering, meer politie en aanpak van de criminaliteit en het bestrijden van de corruptie in het eilandbestuur.

Bijna drie jaar later is op het grootste van de drie eilanden, Bonaire, niets over van deze euforie. De 16.000 inwoners hebben een woud van nieuwe, directe belastingen en reglementen over zich heen gekregen. Met de invoering van de dollar zijn de prijzen voor het levensonderhoud meer dan verdubbeld.

Op Bonaire leeft nu zestig procent van de bevolking onder het minimumloon. Velen hebben weinig of geen inkomsten. De 4000 kinderen leven zoals in ontwikkelingslanden. Geen of slecht onderwijs, slecht voedsel, slechte situatie thuis. Er is veel analfabetisme. De hoge voedselprijzen hebben armoede veroorzaakt, waardoor voedselbanken zijn opgezet om de ergste nood te verlichten.

De inwoners van Bonaire hebben vanaf 2010 een horde Nederlandse ambtenaren zien binnentrekken van politie, douane, belasting, justitie en het verzekeringswezen. Jonge, goedbetaalde mensen die er voor korte tijd komen werken. Zij voeren uit wat de politiek in Den Haag hen oplegt. Vakantievierders met macht. Alles is tijdelijk: de plannen, de projecten en de uitvoerders. Bij vertrek laten ze verwarring achter.

Maar weten zij iets van de inwoners van Bonaire? De eilandbewoners kennen een grote gevoeligheid voor de vroegere overheersers. Het slavernijverleden is nog pijnlijk zichtbaar aanwezig. Er zijn weinig complete gezinnen. De vader is meestal afwezig en de kinderen worden door oma of tante opgevoed. Het is een gesloten gemeenschap, waar een buitenstaander amper grip op heeft. De bescheiden Bonairiaan wordt weggedrukt door de grote blanke man, die alles weet en intimiderend regels oplegt.

De Bonairianen hebben niets meer over hun eiland te zeggen. Alles wordt zonder hen beslist. Natuurlijk, er is een eilandsraad. Maar daarin bloeit de corruptie. In november moeten twee leden terecht staan wegens corruptie en valsheid in geschrifte. Het CDA is betrokken bij de invloedrijke UPB-partij. De Rijksvertegenwoordiger Wilbert Stolte, CDA, moet mei volgend jaar vertrekken wegens incompetentie. De gezaghebber van Bonaire, Lydia Emerencia, kon het niet met hem vinden. Zij komt uit Aruba en heeft Bonairiaanse wortels. Zij wil de corruptie aanpakken en is strijdbaar tegenover de eilandsraad. Blogger Trix van Bennekom heeft het gedetailleerd beschreven in haar trieste boek De tragiek van Bonaire. Verplichte lectuur voor iedere ambtenaar die voet op Bonairiaanse bodem zet. Dan begrijp je dat een eeuwenoude Caraïbische cultuur niet even kan worden hervormd.

Nederland moet Bonaire helpen zichzelf te helpen – niet wegkijken, zoals minister Plasterk die er deze week een werkbezoek bracht. De eilandsraad bestaat te veel uit ‘ingesletenen’, bestuurders die komen uit oude, invloedrijke families van het eiland. Ze kennen iedereen en alle wegen. Een nieuwe generatie Bonairiaanse bestuurders is nodig om Bonaire volwassen te maken. Met ondersteuning van enkele bekwame Nederlanders kan Bonaire dan zichzelf helpen.