Omstreden VN-rechter mag blijven

De Amerikaanse voorzitter van het VN-Joegoslaviëtribunaal is ondanks felle kritiek herkozen.

Ondanks een ongekende rel rondom zijn persoon is de Amerikaanse voorzitter van het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag, Theodor Meron, gisteren herkozen. Meron kwam afgelopen zomer in opspraak omdat hij onder druk van de Amerikaanse en Israëlische regeringen zou hebben aangestuurd op vrijspraak van Kroatische en Servische generaals.

Voor het eerst in de geschiedenis van het in 1993 opgerichte tribunaal moest de zittende voorzitter het opnemen tegen een uitdager, de Zuid-Koreaanse rechter O-Gon Kwon. Meron kreeg twaalf stemmen van collega-rechters, O-Gon Kwon zes. De tegencampagne van de Zuid-Koreaan, die de Nederlander Alphons Orie wilde aanwijzen als vicevoorzitter, duidt op blijvende verdeeldheid binnen het VN-hof.

De ruzie over het functioneren van de 83-jarige Meron kwam in juni aan het licht via een vernietigende brief van de Deense rechter Frederik Harhoff. In de aan collega’s geschreven brief beschuldigde Harhoff Meron ervan dat hij was gebogen voor Amerikaans-Israëlische politieke druk toen hij in november 2012 de Kroatische generaal Ante Gotovina vrijsprak, en in maart dit jaar de Serviër Momcilo Perisic.

Washington en Jeruzalem zouden bang zijn geweest voor juridische precedentwerking voor hun eigen militaire leiders indien Gotovina en Perisic zouden worden veroordeeld vanwege de oorlogsmisdaden die hun ondergeschikten hadden begaan.

„Hebben Amerikaanse of Israëlische functionarissen ooit druk uitgeoefend op de Amerikaanse voorzittend rechter? We zullen het waarschijnlijk nooit weten”, schreef Harhoff. Meron zou vlak voor de vrijspraak van Gotovina en Persisic nog een bejaarde Turkse rechter hebben omgepraat. In beide gevallen veranderde de beroepskamer van het VN-hof een eerdere veroordeling in vrijspraak, met een kleine meerderheid van stemmen (3 tegen 2).

Het hof oordeelde in hoger beroep dat generaals niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor alle misdaden van hun troepen. Volgens academici en de rechters die een minderheidsstandpunt innamen, betekende dit een breuk met de eerdere jurisprudentie van het Joegoslaviëtribunaal die wél tot veroordelingen van leidinggevenden had geleid.

De verwijten aan de in het Poolse Kalisz geboren Meron zijn extra pikant omdat hij ooit zelf werkzaam was als Israëlisch diplomaat, voordat hij in 1977 naar Amerika migreerde.