Nu verdien je er nog bakken geld mee

Australië dankt de welvaart voor een groot deel aan mijnbouw. China is een belangrijke klant.

Maar investeringen lopen terug en de prijzen dalen. Eenvijfde van de banen in kolenmijnen verdween.

Foto Reuters

Kangoeroekadavers liggen langs de weg, het dorre gras staat recht overeind. Bij Sheep’s Creek in Queensland is geen schaap te bekennen, noch een kreek. Wat in natte maanden een drinkplek voor grazende kuddes moet zijn, is nu niet meer dan een cirkel van gebarsten aarde. De staat van desolate rust wordt doorbroken door vier diesellocomotieven die vierennegentig goederenwagons in driekwartsmaat over een spoorwegovergang trekken.

Het tafereel oogt dynamisch noch innovatief, maar het is cruciaal voor het welvaren van de Australië. Hoe meer goederentreinen met bergen glinsterende steenkool de tocht van vijfhonderd kilometer naar de havenstad Gladstone maken, hoe beter het gaat met Australië.

Australië dankt zijn ongekende economische voorspoed – 21 jaar zonder recessie – grotendeels aan mijnbouw. En als ’s werelds grootste exporteur van ijzererts en ’s werelds op een na grootste exporteur van steenkolen, is Australië een cruciale schakel voor economische grootmachten als China, Japan, Europa en Zuid-Korea. Maar het land heeft een probleem: de prijzen van kolen (voor elektriciteitsopwekking), cokes (voor ijzer- en staalproductie) en ijzererts zijn gekelderd, met als gevolg dat Australische mijnbouwers als BHP Billiton en Rio Tinto minder verdienen en dat hun marges kleiner worden.

Het Bureau of Resources and Energy Economics, een overheidsinstelling die gegevens verzamelt over mijnbouw, becijferde in mei dat de bedrijven voor 150 miljard Australische dollar (105 miljard euro) aan investeringen hebben uitgesteld. Volgens het bureau is het aannemelijk dat de onvang van de portefeuille toekomstige projecten in de komende vijf jaar terugloopt van 258 miljard tot 25 miljard dollar.

Kolenoverslag

Ga naar Gladstone en je ziet dat mijnbouw veel belangrijker is voor Australië dan de 10 procent van het bruto nationaal product (1.600 miljard Australische dollar, 1.115 miljard euro) die zij vertegenwoordigt. Met dertigduizend inwoners voelt Gladstone meer als een lieflijk kustplaatsje dat bezet is door een leger van mannen in fluorescerende veiligheidshesjes. Maar Gladstone is uitgegroeid tot de op drie na grootste kolenhaven ter wereld.

Overdag werken de mannen aan een nieuwe kade voor kolenoverslag. Of ze nemen de boot naar Curtis Island, waar terminals worden gebouwd die tankerschepen moeten volpompen met vloeibaar aardgas. Op doordeweekse avonden drinken ze op de veranda’s van hun motel grote blikken bier. Ze klagen over het „fucking” harde werk, maar verlangen naar „fucking” veel geld aan het einde van de maand.

Ze vertellen dat iemand met een paar hersencellen, een rijbewijs en geen strafblad al gauw 150.000 dollar per jaar (105.000 euro) kan verdienen als vrachtwagenchauffeur bij een aannemer. Hetzelfde werk voor een groot mijnbouwbedrijf levert zo twee ton op. In het weekend rijden ze met hun trucks naar campings aan de kust. De mannen met gezinnen elders in Australië pakken het vliegtuig.

Boomtown

De toneelvereniging van Gladstone voerde in juli het stuk Boomtown op. Het was geen kritiek, wel de constatering van een feit. En wat in Gladstone zeer opzichtig aanwezig is, voltrekt zich ook in andere steden. In Brisbane, hoofdstad van Queensland, schieten de prijzen van commercieel vastgoed omhoog. Mijnbouwers, onderaannemers, transportbedrijven en advocaten gespecialiseerd in grondstoffen-, contract- en landrecht willen dichtbij de rechtbank zitten die oordeelt over onteigeningen. En ook dichtbij het regiobestuur dat beslist over hun exploitatieplannen.

De vraag is hoe lang Boomtown nog een passende benaming is, nu mijnbouwers projecten uitstellen. De mannen in Gladstone zeggen niks te merken, maar in een jaar tijd zijn alleen al in de kolenmijnen 11.000 banen (eenvijfde van het totaal) verdwenen. Volgens de personeelsvereniging van de mijnwerkers is 11 procent van de leden werkloos. Dat is fors boven het landelijk gemiddelde van 5,8 procent.

Overgangsfase

Optimisten geloven dat de mijnbouw in een overgangsfase zit. „Het is evident dat de hausse aan investeringen voorbij is. Maar dat betekent niet dat de goede tijden voorbij zijn. Ook als we geen nieuwe mijnen openen, kunnen we veel verdienen met de mijnen die in bedrijf zijn”, zegt politicoloog Alan Bloomfield van de University of New South Wales in Sydney. „Of dat lukt, hangt voor een belangrijk deel af van China. Daar kun je moeilijk omheen.”

Handelscijfers geven Bloomfield gelijk. In de jaren 90 waren het Japan en Zuid-Korea die Australische grondstoffen begeerden voor hun groei. En juist toen die in Japan stagneerde, konden de bulkcarriers de ladingen die ze ophaalden in de grote kolenhavens als Gladstone, Newcastle en Hay Point steeds vaker kwijt in de havens van Shanghai en Qinhuangdao. In 2001 exporteerde Australië voor 42 miljard Australische dollar grondstoffen (29 miljard euro), waarvan 7 procent naar China ging. Tien jaar later was de uitvoerwaarde toegenomen tot 113 miljard dollar (79 miljard euro) en was China met 41 procent verreweg de belangrijkste afnemer.

Als gevolg van de afhankelijkheidsrelatie is Australië in de ban van China. Het is doodnormaal dat het Australische zakennieuws opent met toegenomen fabrieksorders in China. De belangen zijn immers groot. Een serieuze Chinese groeivertraging of een Chinese groei die minder afhankelijk is van investeringen in nieuwe wegen, vliegvelden, fabrieken en wolkenkrabbers, kan grote en nadelige gevolgen hebben voor de Australische economie.

De Amerikaanse Citibank bracht begin deze maand een rapport uit dat in Australië voor lichte ophef zorgde. De bank verwacht dat de Chinese vraag naar steenkool nog slechts zeven jaar zal toenemen. In 2020 zal de Chinese consumptie van steenkool pieken. Daarna zal de vraag afnemen als gevolg van Chinese pogingen minder te vervuilen, meer duurzame brandstoffen te gebruiken, meer gas te importen, meer efficiënte elektriciteitscentrales te bouwen en een lager groeitempo aan te houden.

Megamijn

Het rapport van Citibank en de dalende prijzen kunnen worden gezien als een waarschuwing niet nog meer mijnen te ontginnen. Maar daar trekt lang niet iedereen zich iets van aan. Zakenman Clive Palmer heeft te veel excentrieke plannen om hem helemaal serieus te nemen, maar hij is te rijk om hem volledig af te schrijven. Hij is bezig een replica van de Titanic te bouwen en spant zich ook in om een megamijn in het Galileebekken te beginnen.

Palmer heeft een tegendraadse tactiek tegen de dalende prijzen. Terwijl giganten als Rio Tinto en BHP Billiton een overschot in het aanbod als oorzaak van de prijsval zien, wil Palmer uitbreiden. Volgens hem is schaalvergroting de beste manier om de komende jaren aan mijnbouw te verdienen. Ook de Indiase mijnbouwers Adani and GVK willen in de Galilee-megamijnen beginnen. De mijnbouwers en het bestuur van Queensland voeren de druk op de nieuwe premier Abbott op om snel toestemming te geven.

In zijn recente boek Boom schetst de Australische journalist Malcolm Knox de mijnbouw in de toekomst: graafmachines lepelen kolen en erts op die zijn vrijgekomen na computergestuurde explosies; vrachtwagens dumpen hun inhoud op lange lopende banden die de grondstoffen automatisch naar verwerkingsfabrieken vervoeren; van de fabrieken wordt alles automatisch in goederenwagons geladen; de treinen worden op afstand bestuurd en rijden automatisch honderden kilometers naar een haven waar een circuit van lopende banden de kolen en erts in schepen laden. Dit alles wordt bestuurd door een handvol mensen in een computercentrum. De tijd dat grootschalige mijnbouw ook voor veel banen zorgde, is voorbij, aldus Knok. „Het is haast een natuurlijk proces. Op elke hausse volgt een baisse.”