Ieren vinden de Senaat een mislukt instituut

Morgen stemmen de Ieren in een referendum over de afschaffing van de Senaat. „Er is niets positiefs over te zeggen.”

Is de Ierse Eerste Kamer, de Seanad, een „kruising tussen een politiek bejaardentehuis en een crèche” of een „toevoeging op het parlement met echt onafhankelijke geesten”? Een jaarlijkse verspilling van 20 miljoen euro of van onschatbare waarde voor de democratie?

Aan de Ierse kiezer morgen de keuze. Per referendum wordt gestemd over afschaffing van de Seanad Éirann. Als de Ieren ‘ja’ stemmen – en daar lijkt het volgens de peilingen op – is het de grootste constitutionele verandering sinds de grondwet in 1937 werd opgesteld.

Vrijwel iedereen, inclusief senatoren, noemt de Seanad een „mislukt instituut”. Sinds de oprichting roept men al om hervorming. Het hogerhuis heeft weinig macht, en kan wetsvoorstellen alleen amenderen of de invoer ervan met negentig dagen vertragen. Dat is slechts twee keer in de geschiedenis gebeurd.

„Er is niets positiefs over de Seanad te zeggen. Ook niets negatiefs”, zegt Eoin O’Malley, docent politieke wetenschap aan de Dublin City University, en lid van de campagnegroep One House. „Hij doet niets, dus als we hem morgen afschaffen, merkt niemand daar iets van – op de senatoren die hun baan verliezen na.” De echte macht zit bij de Dáil, de Tweede Kamer, zegt hij. „We hebben een obsessie met hervorming van de Seanad. Er zijn tien rapporten over verschenen. Maar dat het ooit gebeurt, is hoogst onwaarschijnlijk. We worden het niet eens over hoe het zou moeten, dus afschaffing is het beste.”

Het ‘nee’-kamp noemt dit een drogreden. „Als je halverwege de snelweg geen benzine meer hebt, doe je je auto ook niet weg”, zegt advocaat Darren Lehane, gespecialiseerd in grondwetskwesties. „Het is fundamenteel ondemocratisch om te zeggen ‘het werkt niet, laten we het maar afschaffen’.” Hij wijst erop dat de Seanad in de afgelopen twee jaar 550 amendementen indiende: „Dus je kan niet zeggen dat de senatoren niets doen.”

Zijn grootste punt van kritiek is de „ondemocratische” manier waarop de Seanad wordt gekozen. De premier wijst elf senatoren aan (en heeft daardoor snel een meerderheid), zes worden gekozen door afgestudeerden van Trinity University en de National University of Ireland (terwijl er meer universiteiten zijn), en de overige 43 door panels bestaande uit belangengroepen en bedrijfssectoren zoals de boerenvakbond, de tandartsenvereniging en de vereniging van doven. „Ik heb het voorrecht dat ik mee mag stemmen door mijn studie”, zegt Lehane. „Maar mijn ouders bijvoorbeeld niet. Maar dat is makkelijk aan te passen.”

Maar ‘nee’ verliest terrein. Volgens de laatste peiling van bureau Red C is 50 procent van de Ieren voor afschaffing, 35 procent tegen, en 15 procent nog onbeslist. „Het is een natuurlijke reactie van kiezers om van politici af te willen”, zegt Lehane. „Zeker als ze een daarover mogen stemmen een paar dagen voordat er opnieuw bezuinigd moet worden. Regeringpartij Fine Gael gebruikt op posters de slogan: ‘Bespaar €20 miljoen. Minder politici.’ Net alsof de Seanad bestaat om politici een baan te geven.”

Hij hoopt dat de Ieren het referendum zien als „een greep naar meer macht” door het parlement. „Vertrouwen we de Dáil genoeg om de controle op de uitvoerende macht alleen daar te laten plaatsvinden?”

Zowel bij een ‘ja’ als een ‘nee’-stem kan premier Enda Kenny het moeilijk krijgen, voorspellen commentatoren. In beide gevallen zullen de senatoren willen laten zien dat ze wel degelijk politiek relevant zijn door wetsvoorstellen te vertragen. Als de Seanad wordt afgeschaft, duurt het twee jaar (tot de volgende verkiezingen) hij is opgeheven.

    • Titia Ketelaar