‘Hoeveel theaterstoelen kunnen er nog bij?’

Het bouwen van een nieuw middelgroot theater in Amsterdam exclusief voor een eigen productie is een waagstuk, zei producent Robin de Levita. Collega-theaterdirecteuren zijn positief gestemd.

Berichten over lege zalen en overaanbod. Een halvering van het aantal musicals. Vrije producenten die hun voorstellingen niet meer aan de schouwburgen krijgen verkocht. Crisis en bezuinigingen hebben de afgelopen jaren geleid tot een doemsfeer in de theatersector. En toch bouwt productiebedrijf Imagine Nation aan Theater Amsterdam, dat zeven avonden per week elfhonderd mensen moet trekken met de toneelvoorstelling Anne. Carré-directeur Madeleine van der Zwaan: „Ik denk wel eens: hoeveel stoelen heeft Nederland nodig?”

Maar Amsterdam is anders dan de rest van Nederland, met een meer dan gemiddeld geïnteresseerd publiek, en een toeristische functie die ook veel mensen van buiten de stad naar de theaters lokt. Het DeLaMar Theater breekt dit jaar tegen de trend in een record met waarschijnlijk zo’n 500.000 bezoekers. Directeur Edwin van Balken ziet dat DeLaMar, met „goed gekozen, slim gecaste en goed ontvangen producties” die exclusief daar te zien zijn, een groot publiek van buiten de stad trekt. De Hazes-musical Hij gelooft in mij weet sinds november vorig jaar zeven dagen per week de Wim Sonneveld-zaal (943 stoelen) vrijwel helemaal te vullen. Van Balken: „Dus waarom zou zeven dagen 1.100 stoelen niet kunnen?”

Melle Daamen, directeur van de Amsterdamse Stadsschouwburg, haalt het succes van de Heineken Music Hall en de Ziggo Dome aan, waar naast muziek ook shows en comedy worden geprogrammeerd, als bewijs dat er „ruimte is in de markt”. Zijn schouwburg (900 stoelen) breidde uit met de Rabo-zaal (500 stoelen) en kreeg met DeLaMar drie jaar geleden een succesvolle overbuurman, zonder dat dat desastreuze gevolgen had voor de zaalbezetting. Die is stabiel op 70 procent. Carré had het vorig jaar moeilijk, met tegenvallende bezoekcijfers en teruglopende inkomsten, maar krabbelt juist dit jaar naar eigen zeggen weer flink op.

En als het gaat over succes tegen de klippen op, noemen ze allemaal natuurlijk Soldaat van Oranje, de onverwachte hitmusical in een hangar bij Leiden. „Een ontzagwekkende prestatie.” Hetzelfde team – naast producenten Robin de Levita en Kees Abrahams ook regisseur Theu Boermans – gaat Anne maken. De Levita noemt het zelf „een groot risico”. Van der Zwaan beaamt dat: „Ik vind het wel een waagstuk. Maar het is een goed team en een ontzettend mooi plan.”

Eventuele angst voor directe concurrentie bij de collega’s is ondergeschikt aan bewondering voor het initiatief. „Als een collega de toeschouwer een onvergetelijke avond bezorgt, hebben we daar allemaal baat bij.”