Het gouden keizerrijk van China

De Nieuwe Kerk heeft ruim honderd unieke schatten uit de Ming-dynastie mogen lenen van het Nanjing Museum. „Voor China is Ming wat de Gouden Eeuw is voor Nederland.”

Een van tien schilderingen op zijde uit het album van Wang Sheng (late Ming-dynastie), te zien in De Nieuwe Kerk

Gewapend met mondkapje en witte handschoenen haalt een medewerker van het Nanjing Museum een vaas van rood porselein uit zijn gewatteerde opbergdoos. De museumdirecteur en drie van zijn conservatoren kijken gespannen toe, want deze zogenaamde meiping (pruimenbloesemvaas) behoort tot de zeldzaamste stukken ter wereld. De overige toeschouwers, een groep Nederlandse journalisten en een fotograaf, worden gemaand een paar stappen achteruit te doen. Pas als de vaas veilig rechtop staat, met de deksel erop, durft iedereen weer adem te halen.

De meipingvaas stamt uit de regeerperiode van Hongwu, de eerste keizer uit de Ming-dynastie (1368-1644), en heeft al ruim zes eeuwen ongeschonden doorstaan. Het is de enige bekende Hongwu-vaas met rood onderglazuur die nog voorzien is van zijn oorspronkelijke deksel. De waarde wil museumdirecteur Lumin Huang niet verklappen. Maar dat het een onvervangbaar object is, blijkt wel uit het feit dat de vaas in China is uitgeroepen tot ‘National Treasure’. Een vergelijkbare Ming-vaas werd in 2011 geveild voor 13 miljoen euro.

Het mag dus gerust uniek genoemd worden dat deze vaas, samen met nog ruim honderd topstukken uit het Nanjing Museum, straks naar Amsterdam reist voor de grote Ming-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk. In de gangen van het Chinese museum staan de houten kratten al gereed voor het transport naar Nederland. In totaal leent het museum 125 kunstvoorwerpen uit – veel keizerlijk porselein, maar ook rolschilderingen, sieraden en grafsculpturen. Daaronder 22 ‘National Treasures’ – unieke objecten van nationaal belang die tot iconen van de Chinese cultuur zijn uitgeroepen. „Er was speciale toestemming van de Chinese overheid voor nodig om die te mogen lenen”, vertelt Marlies Kleiterp, verantwoordelijk voor de organisatie van de Ming-tentoonstelling.

De Nieuwe Kerk staat bekend om haar tentoonstellingen over andere culturen en religies – over bijvoorbeeld Oman, Afghanistan of Marokko. „We werken graag met collecties uit die landen zelf”, zegt Kleiterp. „Want dat zijn de werken die het Nederlandse publiek nog niet kent.” Ze vertelt dat de expositie Ming. Keizers, kunstenaars en kooplui in het oude China drie jaar aan voorbereiding heeft gekost. Het vertrouwen van de Chinezen moest worden gewekt. Maar inmiddels ziet het Nanjing Museum de voordelen van de samenwerking met de Nederlanders wel in. Het museum heeft net een gloednieuw gebouw neergezet en wil zich graag in de Europese museumwereld profileren.

De heropening van het Nanjing Museum, in december, valt precies samen met de Ming-expositie in Amsterdam. Dat betekent dat als het museum straks na vier jaar verbouwing zijn deuren weer opent, het een groot aantal van zijn topstukken zal missen. Maar spijt van zijn toezegging heeft museumdirecteur Huang niet. „Ach”, lacht hij, „we hebben nog zoveel meer gelijkwaardige objecten. En we krijgen ze toch weer terug?”

Gouden cicade

In de gloednieuwe depotruimte toveren de Chinese museummedewerkers intussen nog wat kunstschatten tevoorschijn voordat ze op transport gaan. Een groen geglazuurde dakpan in de vorm van een vis, een delicaat sieraad met een gouden cicade op een ragfijn blad van jade, een Ming-bankbiljet uit de veertiende eeuw – het is allemaal van onschatbare waarde. Mooi zijn ook de felgekleurde zestiende-eeuwse portretten van Ming-ambtenaren, hyperrealistisch als pasfoto’s, door anonieme kunstenaars geschilderd. Een daarvan, van legerbevelhebber He Bin, is het affichebeeld van de tentoonstelling en geeft zo de Ming-periode een gezicht. Je kunt de haartjes van zijn baard en snor bijna beetpakken, zo fijntjes is dit portret geschilderd. Waarschijnlijk is het gemaakt bij zijn benoeming als officier. De kraaienpootjes om zijn ogen en zijn opkrullende mondhoeken verraden een trots glimlachje.

Een reusachtige wereldkaart, ook weer een ‘National Treasure’, wordt uitgerold. De bijna vier meter grote plattegrond werd in 1608 op verzoek van keizer Wanli gemaakt door de Italiaanse missionaris Matteo Ricci. Vriendelijke leeuwen en struisvogels huppelen over de continenten, terwijl de zeeën bevolkt worden door vrolijk spuitende walvissen. Bergketens kronkelen als rupsen over de plattegrond, rivieren zijn aangegeven met dubbele lijnen. En China ligt, uiteraard, centraal in het midden. „Dit is de vroegste wereldkaart die je in China zult vinden”, vertelt conservator Xinhua Wan vol trots. „Werelddelen als Antarctica en Amerika werden met deze kaart voor het eerst in China geïntroduceerd.”

Kleiterp zegt dat ze de wereldkaart voor de tentoonstelling heeft geselecteerd omdat het werk symbool staat voor de toenemende buitenlandse handel tijdens de Ming-dynastie. „De Chinese economie is nu booming, en tijdens de Ming-dynastie was dat ook zo.” De expositie gaat in op de eeuwenoude handelsrelatie tussen Nederland en China. Er is exportporselein te zien dat door VOC-schepen naar Nederland werd gebracht, maar ook Delfts aardewerk (uit de collectie van het Haags Gemeentemuseum) dat het fijne Chinese porselein zo goed mogelijk probeerde te imiteren. Kleiterp: „Nu staat China bekend om de kopieën die het maakt van westerse producten. Maar in de zeventiende eeuw deed Delft precies na wat er in China werd geproduceerd. Ming, dat letterlijk ‘schitterend’ betekent, was echt een bekend merk. Een ‘brand’, zouden we nu zeggen.”

Museumdirecteur Huang beaamt dat volmondig: „Voor China is Ming wat de Gouden Eeuw voor Nederland is. Een periode waarin zowel de economie als de cultuur bloeide.”

Zuidelijke hoofdstad

In Nanjing, een miljoenenstad aan de Yangtze-rivier die door zijn vele meren en lanen vol platanen een prettige zuidelijke sfeer ademt, zijn nog veel sporen te vinden uit de Ming-tijd. Nanjing (‘zuidelijke hoofdstad’) was de eerste hoofdstad van Ming, voordat het hof in 1421 naar Beijing (‘noorderlijke hoofdstad’) werd verplaatst. Van de Verboden Stad die keizer Hongwu er bouwde – en die als blauwdruk diende voor de Verboden Stad in Beijing – is op een paar dakpannen en hoekstenen na niets meer over. Branden en oorlogen legden vrijwel het hele complex in de as. Maar de door Hongwu aangelegde, 35 kilometer lange stadsmuur staat nog steeds overeind. En op de Purperen Berg, een oase net buiten de stadsmuur waar de krekels luidkeels schreeuwen, staat de imposante tombe waar Hongwu en zijn vrouw begraven liggen. De weg ernaartoe, het ‘Heilige Pad’, wordt al zeshonderd jaar geflankeerd door een indrukwekkende parade van uit steen gehouwen kamelen, olifanten en paarden.

Zestien keizers telde de Ming-dynastie in totaal, die samen zorgden voor lange periodes van binnenlandse stabiliteit en welvaart. In bijna drie eeuwen tijd werd de gesloten keizerlijke hofcultuur opengesteld en de handel gestimuleerd. Onder Ming ontwikkelde China zich tot een echte consumptiemaatschappij, met modieuze luxegoederen die in groten getale geproduceerd werden en via de vrije markt binnen handbereik van bijna alle burgers kwamen. Kunstenaars klommen op van anonieme ambachtslieden in overheidsdienst tot onafhankelijke meesters die van hun vrije werk konden leven. Er ontstonden gildes, stijlen en scholen. Er waren trends. Maar dit alles wel onder het gezag van de keizerlijke schoonheidscommissie, die streng toezag op de kwaliteit van het merk Ming.

Begin zeventiende eeuw waren de Chinezen zo welvarend dat bijna iedereen zich luxegoederen kon veroorloven. Het Nanjing Museum stuurt daarvan de mooiste voorbeelden, zoals een riem van jade plaquettes, bamboehouten pennenbakjes en van gouddraad geweven hoofddeksels waarmee de Ming-onderdanen hun lange haren in knotjes konden opsteken.

Ook heel populair aan het eind van de Ming-periode waren erotische prenten. „Een teken dat burgers meer welvaart en dus meer vrije tijd kregen”, aldus Kleiterp. Een deel van de Nieuwe Kerk wordt ingericht als een intiem kabinet met daarin de illustraties die kunstenaar Wang Sheng in 1595 maakte bij het zinnenprikkelende Verhaal van het Westelijke Paviljoen. Op tien bladen is te zien hoe twee geliefden – zij met half afgezakte sokjes, hij met een steeds verder openvallend gewaad – de liefde bedrijven. Het album is niet afkomstig uit China, maar uit de privécollectie van de Nederlandse verzamelaar Ferdinand Bertholet. „De Chinezen wilden die niet uitlenen”, zegt Kleiterp. „Seksualiteit is in het huidige China een gevoelig onderwerp.”

Een week voor de opening van de tentoonstelling staan alle Ming-schatten opgesteld in zwarte vitrines in de kooromgang van de Nieuwe Kerk. Ze zijn met drie Chinese koeriers per vliegtuig naar Nederland gekomen en hebben net een halve dag geacclimatiseerd in het hoogkoor. De rode meipingvaas staat opgepoetst te pronken in de eregalerij van keizerlijk porselein. Ernaast zijn een eenvoudig wit wijnkannetje uit circa 1400 en een bijna even oud bord in geelglazuur gezet – de kleur die vanwege zijn connectie tot de zon voorbehouden was aan de keizer. Het is haast niet voor te stellen dat deze objecten zeshonderd jaar geleden geproduceerd zijn, in een land achtduizend kilometer verderop. Ze lijken gisteren gemaakt, zo puur, zo gaaf en zo modern ogen ze.

Ming. Keizers, kunstenaars en kooplui in het oude China. 5 okt t/m 2 febr in De Nieuwe Kerk, Amsterdam. Inl: nieuwekerk.nl

    • Sandra Smallenburg