Gelul 2.0

Ooit werkte ik een jaar als leraar. Ik gaf Latijn en Grieks. In die tijd heb ik vooral zelf veel geleerd, en mijn leerlingen wat minder. Lesgeven is het prachtigste, maar lastigste vak. Een ambacht.

Boven dit ambacht hangt altijd een wolk van buzzwoordjes. Een leraar mag nooit gewoon lesgeven. Stel je voor. Een leraar móét steeds iets. Nu eens gaat het om ‘Competentiegericht Leren’ of ‘Loopbaanleren’ of ‘Flipping the classroom’, dan weer is het ‘Passend Onderwijs’, ‘Gamification’, ‘Zelfsturende Teams’ of ‘21th Century skills’. Ik zeg niet dat het allemáál onzin is.

Maar ik was ook niet echt verrast toen ik dinsdag las wat het thema is van de Nationale OnderwijsWeek die net is begonnen: ‘Onderwijs 2.0’. Dat klinkt zo hip als Comic Sans, maar soit. Waar ik van schrok, was de uitleg op de website van de Onderwijsweek. Hieronder geef ik zomaar wat fragmentjes, zonder mijn mening, zodat de lezer, als kleine oefening, zelf kan oordelen.

Let op, het is dus een uitleg van dat ‘2.0’:

„...Als je nadenkt over de betekenis van de titel, zou je geneigd zijn te kiezen voor het format 3.0, omdat daarmee de interactiviteit aan de orde is die het onderwijs kenmerkt. Toch hebben we als Nationale OnderwijsWeek bewust gekozen voor Onderwijs 2.0. Immers het onderwijs is veel meer dan een softwareproduct.”

Ik zeg dus even niks. Nog eentje:

„Van louter groepsonderwijs is onderwijs veranderd in onderwijs aan individuen, en na dat grote accent op het individu, komt de groep opnieuw in een veranderde wereld in beeld.”

Wie het snapt, mag z’n vinger opsteken. Niet afkijken!

Hier het bonusfragment:

„Onderwijs 1.0 is verouderd, vertoont een aantal bucks en laat functies zien waarom we niet meer verlegen zitten... het is tijd voor Onderwijs 2.0.”

Het onderwijs kon wel wat bucks gebruiken. Vorig jaar was het thema van de Onderwijsweek ‘Taal doet ’t’, maar dit jaar deed de taal het kennelijk niet meer. Dit was lariekoek alom.

Ons onderwijs moest veranderen, las ik, omdat het sinds de negentiende eeuw eigenlijk niet veranderd was – was dat maar waar, zou menig docent denken. Maar: „Stil aan groeit de roep om een accent op innovatie.” En dat alles kwam uiteraard vanwege ‘de Crisis’ – o, crisis, zoete toevlucht voor wie geen idee heeft.

Ik was benieuwd wie de auteur was van dit gouden proza. Misschien flauw om zo te muggenziften, maar het tekstje leek me op verschillende niveaus nogal illustratief voor de problemen in de sector. Een best practice, zogezegd

Maar de website was niet zo 2.0. Ergens verstopt vond ik Communicatiebureau AT Consult, dat überhaupt geen website had. Wel vond ik dezelfde tekst terug in de Nationale Onderwijskrant, onder hoofdredactie van ene heer Sliedrecht, ‘expert in onderwijscommunicatie’, tevens voorzitter van de stichting Nationale OnderwijsWeek, én eigenaar van Communicatiebureau AT Consult – die man kon alles.

Ik heb de voorzitter op verschillende nummer gebeld, maar tevergeefs. Ik vond nog wel een persbericht van de OnderwijsWeek, waarin hij werd geciteerd: „Onderwijs 1.0 is verouderd, vertoont een aantal bucks…”

Arjen van Veelen (a.v.veelen @nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl).

    • Arjen van Veelen