Een koning van 19 jaar

Archy Marshall alias King Krule is 19 en heeft nu al de hele muziekgeschiedenis in zich opgezogen, blijkt op zijn debuut-cd 6 Feet Beneath The Moon. „De platenwinkel is mijn jachtgebied.”

Archy Marshall/King Krule: Ik word blij als ik denk aan de enorme hoeveelheid jazzplaten die ik nog nooit gehoord heb Foto Merlijn Doomernik

Vraag King Krule naar zijn invloeden en hij barst los in een spraakwaterval. Jazz, rockabilly, punk, Afrobeat, dubstep: alles heeft hem geïnspireerd tot zijn kale, indringende muziekstijl. Negentien jaar jong is Archy Marshall alias King Krule nog maar, en nu al heeft hij de hele muziekhistorie in zich opgezogen. „Ik ben opgegroeid in Zuid-Londen, vlakbij de culturele smeltkroes van Brixton. Mijn peetvader was drummer van punkband The Ruts, met zanger Malcolm Owen. Zangers met krachtige stemmen als Owen en Joe Strummer van The Clash waren mijn rolmodellen. Maar ook Fela Kuti en de bevlogenheid van de Afrobeat. Het zit allemaal in mijn muziek.”

King Krules debuutalbum 6 Feet Beneath The Moon ademt de vrije expressie van jazz, de kaalheid van dubstep en de overtuigingskracht van een typisch Britse zanger uit de school van Joe Strummer en Billy Bragg. Hij zingt met platte Zuid-Londense tongval over zijn beklemmende belevingswereld, begeleid door niet veel meer dan zijn heldere, minimale gitaarspel. Het is wonderlijk hoe die organische klank aansluiting vindt bij de moderne sound van dubstep, met alle trage beats en lage tonen vandien. Producer Rodaidh McDonald (Savages, The xx) hielp hem bij het verkrijgen van een transparant geluid, waarin zijn nu al doorleefde bariton centraal staat.

„De stem is alles”, zegt roodharige Archy Marshall over de bezieling die zijn muziek moet hebben. Zijn eerst stappen in het artiestenvak zette hij als Zoo Kid. Het rudimentaire, op zijn slaapkamer opgenomen Out getting ribs (2010) was een blauwdruk voor zijn huidige muziek, maar de artiestennaam moest hij zo snel mogelijk kwijt. „Je wilt na je twintigste niet nog als Kid door het leven gaan.” De naam King Krule is geënt op de film King Creole uit 1958, waarin Elvis Presley een arme sloeber speelt die het hart van een meisje uit een hogere sociale klasse verovert. „Voor mij staat King Creole voor het najagen van je dromen, zonder remmingen of druk van je omgeving. Van een kind ben ik een koning geworden. Bovendien had de film een van de betere soundtracks uit Elvis’ carrière.”

Hij heeft een onstilbare honger om het onbekende te verkennen, zegt Marshall over de oude vinylplaten die hij thuis op zijn draaitafel legt. „De platenwinkel is mijn jachtgebied, van de krakende rocksingletjes van Eddie Cochran die ik daar vind tot de muziek van jazzsaxofonist James Moody. Ik word blij als ik denk aan de enorme hoeveelheid jazzplaten die ik nog nooit gehoord heb en die voor een habbekrats op mij liggen te wachten. De kracht van jazz zit in de improvisatie. Dat is een gebied dat door rockmuzikanten veel te weinig wordt betreden. Ik wil niet dat mijn muziek aan alle kanten dichtgetimmerd is op het moment dat er een plaat verschijnt. De nummers kunnen vernuftig in elkaar zitten, maar ze moeten me ruimte geven om bij optredens aan hun vaste structuur te ontsnappen.”

Zijn teksten over de lotgevallen van een kritische geest in de grote stad krijgen een diepere lading door zijn soms wat klaaglijke stemgeluid. „There’s nothing to believe in”, zingzegt hij op wrange toon in Has this hit?, zijn meest desolate nummer. Ziet zijn leven er werkelijk zo somber uit? „Ik ben optimistischer dan een paar jaar geleden, toen ik nog niet verder kon kijken dan Londen, waar ik geschiedenis studeerde. Nu ik meer van de wereld heb gezien, ben ik anders gaan denken over de toekomst. Veel van mijn leeftijdgenoten voelen zich verloren in de grote boze maatschappij die ze in een ijzeren greep houdt. Er wordt van alles van je verwacht en tegelijk zijn er steeds minder kansen voor jonge mensen. Dat levert een heleboel vervreemding, ontevredenheid en defaitisme op. Zelf heb ik me dankzij de muziek los kunnen maken uit die vicieuze cirkel.”

Een „punky album” noemt hij zijn debuut. „Ik ben niet de beste gitarist ter wereld, maar ik ben verzot op spelen. Die losheid, de wil om op je bek te gaan, mis ik bij veel muzikanten van mijn generatie. Ik ben veel te jong om me nu al vast te pinnen op één stijl, één sfeer, één repertoire. Een popster hoef ik niet te worden. Als cultheld ben ik allang tevreden.”

6 Feet Beneath The Moon is uit bij XL Recordings. King Krule treedt 13 oktober op in Paradiso, Amsterdam.

    • Jan Vollaard