Een bedank-de-leraar-site, doe dat mij toch niet aan

Leraren zijn gewone werkenden. Die politiek correcte omgang met ons is denigrerend, aldus Ton van Haperen.

Op maandag 7 oktober viert Nederland ‘de dag van de leraar’. Overal in de wereld is dan aandacht voor het werk in de klas. Weinig mis mee. Maar sinds kort kent de invulling een nieuw element: leraren bedanken via een website. Dat is geen goed idee.

De ‘Dag van de Leraar’ is een nationale invulling van een initiatief van de Verenigde Naties. Deze ‘World Teachers Day’ benadrukt het belang van goed onderwijs en de rol van leraren daarin. De urgentie van zo’n wereldwijde ceremonie laat zich vangen in ronkende zinnen als: ‘onderwijs is zowel een mensenrecht op zich, als een onontbeerlijk middel om andere mensenrechten te realiseren’. En zeker, er zijn genoeg landen waar op dit terrein een wereld te winnen valt. Hier gaat het gelukkig best aardig met die mensenrechten.

Toch krijgt ons kleine en rijke land het steeds drukker met de ‘Dag van de Leraar’. Dat komt omdat het aantal connaisseurs dat praat over lesgeven, en het zelf niet doet, groeit. Dat praten moet tot iets tastbaars opleveren. Vandaar een congres, de verkiezing van de leraar van het jaar en een koekje bij de koffie voor de mensen op de scholen. Tot zover, vooruit maar. Het levert niet veel op, maar het maakt ook niks kapot. En de onderwijsgevenden, in de running voor de titel ‘leraar van het jaar’, zijn echt goed in wat ze doen. De erkenning is ze gegund.

Maar zoals vaker op feestjes, een van de pretnummers kan geen maat houden. Ook deze keer. Vanaf 30 september is de website ‘Bedank je leraar’ in de lucht. Dit om leraren in het zonnetje te zetten. Iedereen kan middels een berichtje bedanken voor ‘de wijze lessen, inspiratie, herinneringen of dat extra zetje dat ze gegeven hebben’. Bij vorige edities liet een bekende Nederlander weten een fijne herinnering aan de juffrouw uit groep acht te hebben. Vanwege de hulp bij de musical. Ook de minster-president, bewindslieden en het Koninklijk Huis bedankten de leraar.

Op deze manier een beroepsgroep bedanken is infantiel en aanmatigend. Het suggereert namelijk dat ik als leraar iets tekort kom. Dat ik zelf niet in staat ben de erkenning voor mijn werk te organiseren. Dat moeten anderen voor me doen. En echt, het is niet nodig. Leraar is wat ik doe en wie ik ben. In mijn omgeving ontgaat dat niemand. En op mijn persoon valt best wat aan te merken. Mijn grapjes in de klas zijn ook niet altijd leuk. En een mooie man ben ik evenmin. Maar ouders en leerlingen weten dat ik goed ben in mijn werk. Daar hebben ze vertrouwen in. Ik help kinderen bij het voldoen aan de gestelde eisen. Een enkeling kiest mijn vak als vervolgstudie. En verder is het gewoon werk. Voor geld. Ik cijfer mezelf niet weg, offer me niet op, ben geen missionaris of beter mens. Ik doe wat ik moet doen. En ga naar huis als het werk klaar is. Mijn salaris wordt correct uitbetaald. En als ik ontevreden ben over mijn arbeidsomstandigheden, laat ik dat weten aan mijn vakbond. Die gaat daarmee aan de slag. Mits de klacht gedeeld wordt door meerdere collega’s. Ik ben daarin niet anders dan de rest van werkend Nederland. Voor stratenmakers, politieagenten, hoogleraren, notarissen of journalisten bestaan geen websites met bedankjes.

Leraren komen niks tekort, zijn niet zielig. Sterker, het werk is leuk en zinvol. Elke dag weer. Werken met jonge mensen vitaliseert. En ja, er gaat echt wel eens wat mis, maar over het algemeen ervaar ik respect en dankbaarheid. Hoe anders is de verhouding met bestuurders en politici. Zij sluiten met elkaar akkoorden, klappen daarbij luidruchtig voor zichzelf en doen mijn praktijkkritiek af als geklaag. Maar ja, dat zijn dan ook de mensen die de website ‘bedank je leraar’ bedenken. Misschien kunnen ze zich eens in die praktijkargumenten verdiepen.

Ik zou u willen vragen; bedank mij en mijn collega’s niet. Althans niet met politiek correcte berichtjes op een denigrerende website. Drank en sigaren zijn natuurlijk altijd welkom.