De weelde aan pianotalent

Dankzij de concertserie Meesterpianisten zijn veel beroemde klavierleeuwen bekend bij het Amsterdamse publiek. Maar wat zijn hun persoonlijke stijlkenmerken? Zijn er ook klassieke meesters die je in Amsterdam nooit hoort? En hoe zit het met de Nederlanders? Een pianisten-kwartet biedt overzicht.

Wie wordt er nog wijs uit de grenzeloze toestroom van pianotalent? Wereldwijd zijn er naar schatting 50.000 concertpianisten. En allen willen hetzelfde: carrière maken met het spelen van klassieke en romantische meesterwerken. Aan selectie is meer behoefte dan ooit. Het selectiemonopolie ligt niet bij het publiek, maar bij platenmaatschappijen, impresario’s en programmeurs. In ons land regeert de serie Meesterpianisten, die zondag in het Concertgebouw aan haar 27ste seizoen begint. Van een onmetelijke groep vaklui scheidt zij al jaren een hors catégorie van ‘superieuren’ af. Maar is die selectie betrouwbaar? Trekt de serie niet vooral mastodonten aan?

„Het tegendeel is waar”, stelt de organiserend impresario Marco Riaskoff. „Arcadi Volodos was volstrekt onbekend toen hij hier optrad. Ook Alexander Gavrylyuk engageerde ik al toen het publiek hem nog amper kende.” Aan de werking van de markt tracht Riaskoff te ontsnappen. „Platenmaatschappijen hechten aan glamour en contracteren graag vrouwelijke schonen van soms bedenkelijk muzikaal niveau. Diepzinnige, mediaschuwe artiesten van het type Alfred Brendel hebben het nu veel moeilijker dan vroeger. Maar voor mijn serie vraag ik niet alleen sterfiguren, maar ook debutanten en geniale einzelgängers.”

Alle nagestreefde diversiteit ten spijt, wat de serie Meesterpianisten biedt, is beperkt. Je hoort in de Grote Zaal vrijwel zonder uitzondering moderne pianistiek: plechtig, regelmatig, letterlijk, correct, consistent, voorspelbaar en relatief onpersoonlijk. Zoals we van oude opnamen weten, werd in de Romantiek een tegenovergesteld ideaal omarmd: ongedwongen, elegant, organisch, impulsief, onnauwkeurig, inconsistent en persoonlijk. Wat zouden Chopin, Liszt en Rachmaninoff opkijken van moderne uitvoeringen van hun muziek!

Volgens Marcel Baudet, oprichter van de Young Pianist Foundation en hoofdvakdocent piano aan het Conservatorium van Amsterdam, wordt excentriciteit aan de moderne vakopleidingen bewust ontmoedigd. Baudet: „Onze maatschappij is heel resultaat- en marktgericht, de conservatoria moeten daarop inspelen. In beperkte studietijd moeten studenten heel goed piano leren spelen. Hoe je moet spelen ligt goeddeels ook bij voorbaat vast. Het klankideaal is vrij uniform: warm, harmonieus. Speel je Bach zoals Glenn Gould, dan word je onherroepelijk teruggefloten.” Ook in een tweede opzicht houdt de serie Meesterpianisten de teugels strak: net als de meeste grote series engageert zij uitsluitend reproductieartiesten. Wie zich aan live improvisaties waagt, zoals Michael Gees en Gabriela Montero, maakt amper kans op de Grote Zaal.

Volgens Marcel Baudet laat de hokjesgeest zich alleen vanuit het onderwijs bestrijden. „Dat moet veel meer artistiek-vormend worden”, stelt hij. „Laat studenten in verschillende toonsoorten spelen, fantaseren op de thema’s, eigen wendingen bedenken. Alleen zo kun je dat bereiken waar het tegenwoordig aan ontbreekt: creatieve vrijheid en ware persoonlijkheid.”

En dan is er een derde beperking: de Nederlanders. Alleen Ronald Brautigam werd ooit zwaar genoeg bevonden voor de Meesterpianisten – 15 jaar geleden. Hebben we zo weinig toptalent? Jared Sacks, oprichter en directeur van Channel Classics, bestrijdt dat. „Maar een piepklein land brengt ook niet jaarlijks een topper voort. En Nederlanders excelleren vaak in kamermuziek of op oudere instrumenten. Kijk naar Rudolf Jansen of Paolo Giacometti. Geweldige musici. Laten we niet geloven dat het in de muziek alleen om stersolisten gaat!”

    • Bas van Bommel