De jongeren zijn jaren vergeten

Randstad heeft in vijf weken tijd 8.281 jongeren aan werk geholpen. Dat is goede pr voor het kabinet. Maar het aantal werkloze jongeren is ook flink gestegen.

Vijf weken geleden zaten ruim achtduizend jongeren nog thuis. Nu zijn ze zweminstructeur, financieel-administratief medewerker, postsorteerder of winkelassistent. Voor een paar weken of maanden, soms voor een jaar of voor onbepaalde tijd, in de hoop dat ze daarna mogen blijven.

‘Jeugd op Zoek’ was een succes, zeiden Marjolein ten Hoonte, directeur arbeidsmarkt van Randstad, en Mirjam Sterk, ambassadeur aanpak jeugdwerkloosheid, vanochtend bij de afsluiting van deze gezamenlijke actie. Ook al is het oorspronkelijke doel, in vijf weken tienduizend jongeren aan werk helpen, niet gehaald. Het is het eerste resultaat van Sterk als ambassadeur. Samen met premier Rutte en minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid presenteert ze maandag ook banenplannen met werkgevers.

De afgelopen maand reed een actiebus met „jeugdwerkzoekenden” langs allerhande werkgevers, zoals de Belastingdienst, cateraar Albron en het Dolfinarium. Vijf welbespraakte jeugdambassadeurs (Shirien, Guy, Marije, Nicky en Eleni) stonden model voor de 137.000 werkloze jongeren in Nederland. Volgens Ten Hoonte waren de jongeren niet snel verlegen als ze zich bij werkgevers presenteerden. Maar: „Ze onderschatten zichzelf wel. Ze zijn zich slecht bewust van alle vaardigheden die ze opdoen, al is het via sportclubs of een bijbaan.”

Verplichting afgeschaft

De vraag is wat het rendement van de actie zal zijn. Ten Hoonte heeft de cijfers paraat: bij Randstad krijgt gemiddeld 19 procent van de jongeren aansluitend een vaste baan, 33 procent eerst nog tijdelijk contract, en 25 procent stroomt door naar een nieuwe uitzendbaan. Hoeveel jongeren het beursgenoteerde uitzendconcern normaal in vijf weken aan werk helpt, zegt ze niet. Dat is bedrijfsgevoelige informatie.

De actie is goede pr voor het kabinet. Dat heeft 50 miljoen euro uitgetrokken voor de aanpak van jeugdwerkloosheid en 600 miljoen euro voor de werkeloosheid in het algemeen. Het Europees Fonds heeft nog eens 30 miljoen euro toegezegd voor jeugdwerkloosheid.

Dat lijkt veel, maar sinds 2009 heeft de regering weinig gedaan om jongeren aan werk te helpen. Voor dat jaar trok het kabinet nog 220 miljoen euro uit voor de aanpak van jeugdwerkloosheid. Ook kwam er een wet die gemeenten verplichtte werkloze jongeren werk of scholing aan te bieden. Die is alweer afgeschaft.

Opgepoetst klaarstaan

Alom geldt de aanpak van Hans de Boer, die van 2004 tot 2007 de Taskforce Jeugdwerkloosheid leidde, als succesvol voorbeeld. De Boer was oud-voorzitter van de brancheorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf. Hij organiseerde overal bijeenkomsten tussen werkgevers en jongeren. Niet onbelangrijk: hij had een vlotte babbel.

„Hans komt alleen als jullie minimaal honderd vacatures beschikbaar stellen, kregen de werkgevers vooraf te horen”, vertelt De Boer aan de telefoon. „De kunst was om die jongeren opgepoetst klaar te laten staan. Met wat sollicitatietraining, een nette cv. Dan hadden werkgevers geen excuus meer om nee tegen ze te zeggen.”Hij hielp 44.000 jongeren aan werk, maar was achteraf niet helemaal tevreden. Kansrijke jongeren kwamen aan de bak, de harde kern van circa 35.000 langdurig werklozen had hij niet bereikt. Zijn idee om opvoedkampen te openen voor criminele of langdurig werkloze jongeren haalde het niet.

Stroomopwaarts roeien

Voor staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) schreef De Boer in 2009 nog het advies Tegen de stroom in. „Het idee kreeg ik tijdens het vissen rond de grens van Suriname en Brazilië”, vertelt hij. „Ik zag inheemse bewoners in kano’s stroomopwaarts roeien via de tegenstroom achter rotsblokken.” Uiteindelijk is er weinig terechtgekomen, vindt hij. Het kabinet besteedde de uitvoering uit aan gemeenten die een verschillende aanpak hadden, waardoor werkgevers afhaakten, zegt hij. Wel een succes was de oproep van het kabinet om langer door te studeren: tienduizend jongeren deden dat en kwamen niet de kansloze arbeidsmarkt op.

Miriam Sterk blijft in ieder geval aan tot april 2015. Ze doet geen uitspraken over het aantal jongeren dat dan werk moet hebben. „Als ik hoor dat Defensie drieduizend vacatures heeft en Burger King duizend mensen zoekt, moeten we die kansen niet laten liggen”, zegt ze aan de telefoon. „Al is het economisch heel moeilijk nu voor werkgevers.”