Als ik mijn vaste contract verlies, word ik uitgezet

verslaggever

Het gezin Alieva vluchtte in 2002 van Azerbeidzjan naar Nederland. Moeder, vader en twee dochters – een kleuter en een net twintiger. Die laatste, Sabina Alieva, is nu 31. Ze is afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en spreekt vloeiend Nederlands. Toch heeft ze nog steeds geen definitieve verblijfsvergunning. Aan haar ouders en haar zusje is pas kort geleden pardon verleend, zij mogen voor onbepaalde tijd blijven. Het onzekere decennium dat daaraan voorafging heeft de familie Alieva geen goed gedaan. Sabina’s ouders wonen niet meer bij elkaar. Moeder heeft last van zware epileptische aanvallen. Die had ze vlak voor de vlucht al, maar haar toestand is volgens de dokter verslechterd door de stressvolle jaren in Nederland. Haar zusje raakte in deze periode getraumatiseerd.

Bij aankomst in Nederland meldden de Alieva’s zich zoals verplicht bij het aanmeldcentrum in Zevenaar (het kan ook in Den Bosch of Ter Apel). Daar kreeg het gezin boterhammen met komijnekaas en een glas melk. Na zeven uur wachten werden ze naar hun tijdelijke verblijf gebracht. ,,Er waren twee grote drukke ruimtes: een soort rookhok en een eetgedeelte. Aan een gang lagen hokjes met stapelbedden, onze slaapkamers. De muur reikte niet tot het plafond en je kon iedereen horen praten, ademen, hoesten, alles. Uit de verwarmingsbuis klonk een gekmakend bubbelend geluid. We sliepen onder dekens van papier. Het was alsof ik droomde, maar geen mooie droom.’’ Na twee weken werden ze overgeplaatst naar een asielzoekerscentrum in Schalkhaar. Met zijn vieren kregen ze één kamer met alleen een tweepersoons- en een stapelbed. ,,Toen we dat zagen moesten we huilen. De buurvrouw zei: ,,Wij huilen al zes maanden.”’ Zes maanden bleek niets, in vergelijking met het decennium dat Sabina’s ouders en haar zusje uiteindelijk in asielzoekerscentra hebben gewoond.

Ontsnapt uit Schalkhaar

Na vijf jaar ‘ontsnapte’ Sabina uit de kleine ruimte in Schalkhaar, ze begon aan Europese Studies aan de UvA. Omdat ze in Bakoe al studeerde kreeg ze (financiële) hulp van het Universitair Asiel Fonds (UAF). Haar ouders en zusje, dat wel naar school ging, wachtten in asielzoekerscentra (eerst Schalkhaar, later Markelo en Amersfoort) de beslissing van de IND af. Die vond de reden van de Alieva’s niet overtuigend . Sabina vindt het vervelend om precies te vertellen waarom ze vluchtten want ‘die tijd wil ik helemaal achter me laten’. Dit wil ze wel zeggen: ,, Als je in Azerbeidzjan destijds in de oppositie zat of tegen de overheid was, werd je vermoord of gearresteerd.’’ Maar wat de reden ook is, ‘vluchten doe je nooit zomaar’, vindt Sabina. ,,Stel je voor: je laat je huis, je vrienden, je hele leven achter. Je emigreert nooit op zo’n manier omdat je het zo leuk had in je land van herkomst.’’

Terwijl Sabina studeerde en een paar jaar zekerheid genoot, zag haar familie in het asielzoekerscentrum geregeld buren en vrienden verdwijnen. ,,Uitgeprocedeerde asielzoekers werden soms behandeld als criminelen. Ze werden geboeid en in een auto met tralies gezet.’’ Die ervaring zorgde mede voor het trauma van haar zusje.

Sabina was een voorbeeldige studente, maar niet hetzelfde als de rest. Ze kon niet met studiegenoten mee op reis omdat ze geen vergunning had en zat opgesloten in Nederland. In 2011, Sabina was toen net afgestudeerd, kreeg ze eindelijk haar verblijfsvergunning als kennismigrant op basis van haar studie en haar baan (bij UAF, de stichting die ervoor zorgde dat ze kon studeren, waar ze sinds een paar jaar als studentenbegeleider werkt). ,,Dat was een bijzonder en tegelijkertijd tragisch moment: mijn ouders en zusje wachtten hun eigen vergunning nog altijd af.’’

Door Europa reizen

Sabina reisde door Europa: eerst naar Barcelona en ook naar Duitsland, België en Zwitserland. In 2012 kregen haar ouders en zusje ook eindelijk goed nieuws. Hun asielaanvraag uit 2002 werd ingewilligd. Een Nederlands paspoort ligt voor geen van de gezinsleden nog in het verschiet. ,,Onze paspoorten uit Azerbeidzjan zijn allang verlopen. Eerst moeten we nieuwe aanvragen bij de ambassade en dan kunnen we misschien een Nederlands paspoort krijgen.’’ Daar gaat volgens Sabina ellendig veel bureaucratische rompslomp aan vooraf. Zelf is ze haar toekomst in Nederland, ondanks haar snellere vlucht uit het asielzoekerscentrum, allesbehalve zeker. Omdat ze een ander asieltraject dan haar ouders en zusje heeft afgelegd heeft ze een andere verblijfsvergunning (als kennismigrant). Als ze haar vaste contract bij haar werkgever verliest en binnen drie maanden niets nieuws vindt, wordt ze alsnog uitgezet. Terug naar het land waar ze al ruim een decennium niet is geweest en weg uit Nederland, waar haar vriend, haar vrienden en haar familie wonen.

Sabina’s moeder en zusje (nu zeventien) hebben onlangs hun allereerste eigen huis betrokken in Helmond. Sabina staat ze financieel bij, want zonder haar hulp redden ze het niet. Haar vader woont nog seeds in een asielzoekerscentrum in Amersfoort en zoekt een woning.

    • Kim Bos