Yuri is de brille van een prijzenpakker kwijt

Van Gelder is één spierenbundel, maar door zijn gedrongen gestalte minder geschikt voor zwierigheid aan ringen

Aan optimisme geen gebrek bij Yuri van Gelder. Maar ook aan realiteitszin? De ringenturner rekent zich komende zaterdag in Antwerpen tot de kanshebbers op de wereldtitel. Dat lijkt wensdenken, want er zijn net iets te veel argumenten aan te voeren om Van Gelders monterheid ter temperen.

De eerste reden Van Gelder een plaats naast het podium te voorspellen is zijn prestatiecurve van de laatste vier jaar. Die is allesbehalve florissant, zij het dat hij gedurende die periode een jaar uit de competitie is geweest wegens cocaïnegebruik en verblijf in de Schotse afkickkliniek Castle Craig.

Maar sinds zijn rentree in 2010 heeft hij niet één medaille bij een kampioenschap gewonnen, een score die schril afsteekt bij zijn reputatie voor de schorsing. Van Gelder is de wereldkampioen ringen in 2005 en de Europees kampioen van 2005, 2008 en 2009. Daarnaast won hij brons op de WK van 2007 en zilver op de WK van 2008. Het zijn mooie maar vervlogen tijden.

Niet dat Van Gelder slecht is. Integendeel, maar de brille van een prijzenpakker heeft hij niet meer. De turner is ingehaald door de tijd én door zijn concurrenten. Het probleem voor Van Gelder schuilt voornamelijk in wijzigingen van de voorschreven code waaruit een oefening moet worden opgebouwd. Die veranderen om de vier jaar – elke Olympiade, de periode tussen twee Spelen in.

De laatste twee wijzigingen zijn allerminst in Van Gelders voordeel. De turner moet het van kracht hebben en minder van de verplichte zwaai-elementen. Juist die laatste onderdelen zijn opgewaardeerd. Kracht wordt niet meer zo rijkelijk beloond. Maar de dwergachtige Van Gelder is één bundel spieren; met zijn kleine gestalte is hij nu eenmaal minder geschikt voor zwierigheid aan de ringen.

Hoe intensief Van Gelder ook werkt aan een hoogwaardige oefening, het blijft behelpen met zijn zwaai-elementen. Waar concurrenten als de Chinees Yang Liu, de Braziliaan Arthur Nabarrete Zanetti, de Amerikaan Brandon Wynn of de Rus Aleksandr Balandin in één beweging vanuit zwaai naar een krachtonderdeel kunnen overschakelen, moet Van Gelder even een rustmoment inlassen. Daardoor mist hij net die paar tienden van punten om aanspraken op een podiumplaats te kunnen maken. Verder is hij relatief slordig bij de uitvoering van zwaai-elementen.

De ironie wil dat Van Gelder zijn podiumkansen in Antwerpen toedicht aan zijn afsprong, uitgerekend het onderdeel waar het op enige zwaaivaardigheid aankomt. Een afsprong met een schroef, die hij de kwalificatie achterwege liet, moet hem een voordeel van drietiende punt én een medaille opleveren, redeneert de turner.

Drukt het ontbreken van medailles niet op zijn moreel? Van Gelder zegt van niet. Omdat de Spelen van Rio zijn grote doel zijn. Om er knipogend aan toe te voegen: „Maar ’t wordt wel tijd voor een plak.”