Belgische politicus N-VA was tegen bonus, tot hij hem zelf kreeg

Felle kritiek op het Belgische systeem van bonussen voor vertrekkende politici heeft oud-senator Danny Pieters van de Vlaams-nationalistische partij N-VA er niet van weerhouden zelf zo’n bonus aan te vragen. Dit schrijft de krant De Morgen vanochtend. De kwestie dreigt de N-VA, die regelmatig ageert tegen de vertrekpremies, te schaden.

In België kan iemand die vrijwillig de politiek verlaat voor een andere baan, een bonus aanvragen. Hierop klinkt al jaren kritiek – onder meer van Danny Pieters, die in 2011 als senator verklaarde: „Iemand die uit eigen beweging een einde maakt aan zijn politiek mandaat, kan niet op een uittredingsvergoeding rekenen. Dit lijkt de logica zelve.”

Naar nu blijkt diende Pieters in augustus zelf de benodigde papieren in voor zo’n vergoeding, nadat hij de senaat had verruild voor de functie van vice-president van de Katholieke Universiteit Leuven. Hypocriet vindt hij dit niet, zegt Pieters in De Morgen: „Ik heb geprobeerd het systeem te veranderen, maar ben op doffe weerstand gestoten bij de meerderheidspartijen. Als zij de verandering blokkeren, zie ik niet in waarom ik zou afzien van mijn uittredingsvergoeding”.

Onduidelijk is nog om hoe veel geld het gaat. De Morgen gaat uit van een bedrag tussen 60.000 en 180.000 euro netto. Pieters wil niet zeggen of hij het geld zal schenken aan een goed doel: „Dat is iets tussen mij en mijn geweten.”

Voor oppositiepartij N-VA, die de Belgische regeringspartijen graag de maat neemt, is het pijnlijk. „De bocht van Pieters is voor de N-VA schadelijker dan 100 aanvallen van buitenaf”, twitterde de politicoloog Carl Devos vanmorgen.

Tot dusver was de discussie over vertrekbonussen vooral schadelijk voor de christen-democratische CD&V. Oud-CD&V-minister Stefaan De Clerck weigerde vorige week af te zien van zijn vertrekpremie van 270.000 euro bruto.