Veel autowrakken en veel vroem vroem vroem

Er crashen heel wat raceauto’s in Rush . Regisseur Ron Howard zoomt in op de legendarische Formule 1-rivalen Niki Lauda en James Hunt, de droogkloot en de levensgenieter, die in 1976 de circuits onveilig maakten. De grootste clash is natuurlijk die tussen de twee mannen zelf. Als er ooit eens twee mensen zijn geweest die het begrip onverenigbaarheid van karakters vertegenwoordigden, dan zij. Howard (Apollo 13, A Beautiful Mind) maakt er dankbaar gebruik van.

Met Rush keert Howard terug naar het genre waarmee hij in 1977 als regisseur debuteerde, dat van de autofilm. Zijn debuut Grand Theft Auto vertelde het verhaal van een verliefd stel dat een Rolls steelt om stiekem in Las Vegas te trouwen. En dat ontaardt natuurlijk in een vrolijke bende vol autowrakken en veel vroem vroem.

Amerikaanse racefilms spelen zich zelden op een circuit af. Formule 1 is er niet echt groot, en enkele uitzonderingen daargelaten – Speedway uit 1929 bijvoorbeeld waarin een fictief verhaaltje over de Indy 500 vermengd werd met authentieke beelden van de race op de ovale baan in Indianapolis, of John Frankenheimers Grand Prix (1966) en het Tom Cruise-vehikel Days of Thunder (1990) – spelen racefilms zich buiten de baan af. Snelwegen genoeg. Of het nou de dolzinnige strapatsen van Volkswagen Herbie zijn, of nihilistische cultfilm Two-Lane Blacktop (1971) die de Amerikaanse Route 66 populair maakte onder automobilisten. Niemand weet meer hoe de hoofdpersonen uit die film heten, maar iedereen weet nog dat ze in een One-Fifty Chevy uit 1955 reden. Want daar gaat het om in dit soort films. Om auto’s. Om bulderende beesten. Die getemd moeten worden.

Ron Howard heeft dat op zich begrepen in Rush. Hij heeft van de twee hoofdpersonen en hun mythische strijd ook machines gemaakt. Op het moment dat ze hun helm opzetten en het vizier dichtklappen versmelten ze met het staal. Maar meer nog dan een racefilm is Rush een Hollywoodfilm. De echte ‘rush’ die je wel voelde in de Steve McQueen-klassieker Le Mans (1971) of de documentaire Senna (2010) komt pas laat. Die films klonken net zo oorverdovend als Frankenheimers Grand Prix, die dan ook Oscars won voor het geluid. Bij Howard is alles wat naar racebaan klinkt weggesmeerd onder de muziek op de soundtrack. Alsof die bulderende cilinders geen muziek maken.

    • Dana Linssen