Van Dongen magnifiek in malheur

Lenette van Dongen voelt een gat, midden in haar buik, waar ze theatraal overheen wrijft om de ongewisse locatie aan te geven. Wat het gat precies is, is niet eenvoudig uit te leggen, zegt ze. Kent u dat niet, vraagt ze, dat alles leuk en goed gaat, en dan opeens „Bwwwrraahhh!”

Ze doet de overgang prachtig voor: van kin omhoog en armen gespreid, gaat het naar gebogen rug, kin op de borst, armen verstijfd langs het lichaam en tong gepijnigd uit de mond hangend.

In het uitbeelden van haar malheur is Van Dongen ijzersterk. Die expressieve lichaamstaal is het sterkste element van haar nieuwe show, Roedel. Haar imitatie van haar tante, een operazangeres, is lekker vet.

Ook als Geräuschmacher is ze goed. Van het ‘geskwiek’ (haar woord voor gepiep) van gympen van verpleegsters tot aan de plaag van een snurkende man (op papier een uitgekauwd onderwerp) weet ze enerverende geluidsnummers te maken.

Tante stond ‘altijd aan’ en Van Dongen zoekt uit hoe zoveel energie en optimisme in het leven toch mogelijk is. Dat is zo losjes de lijn in Roedel, waarbij ze het grote thema van veertigers – het onvermijdelijk afscheid van de jeugd – soepel overhevelt naar zichzelf als 54-jarige. Even goed pompt ze zich een paar keer op tot haar beproefde kunstje: heel kwaad worden over bijna niks. Voor wie haar tv-show Maestro zag winnen: ze dirigeert ook een stukje,

Zo is de afwisseling groot en valt er genoeg te beleven en te lachen, zonder dat er iets is dat een blijvende indruk achterlaat. Of het moet de door haar gemunte uitdrukking ‘aan je materieel maximum zitten’ zijn, als aanduiding voor alles al hebben. Heel handig, voor als u net als Van Dongen niks voor uw verjaardag wil.

    • Ron Rijghard