opinie

    • Margriet Oostveen

Superscholen

‘Een plaats waar het veilig is en waar de kachel brandt.’ Daarmee had Erik van ’t Zelfde, de charismatische schooldirecteur van scholengemeenschap Hugo de Groot in de Rotterdamse wijk Charlois, mij ook te pakken. In VPRO’s Tegenlicht vertelde hij aanstekelijk over de ‘superschool’ die hij er in januari begint voor kinderen van 2 tot 18 jaar. Met excellente docenten, gewoon omdat ieder kind die verdient. Waar ook peuters kunnen ontdekken en een dutje doen – iets wat thuis vaak niet lukt. Van ’t Zelfde wil „een revolutie” beginnen met voorzieningen die in een welvarend land doodnormaal zouden moeten zijn: geborgenheid en deugdelijk onderwijs. Eerst de omstandigheden verbeteren, is zijn idee. Dan veranderen de leerprestaties vanzelf mee.

Maar is dat zo? Erik Van ’t Zelfde, met zijn rake opmerkingen als „armoede heeft een geur”, deed me hardnekkig denken aan Geoffrey Canada, de man die in de jaren negentig een groots experiment begon in de wijk Harlem in New York, toen nog een achterstandsbuurt. Onder de naam ‘Harlem Children’s Zone’ kregen kinderen in een gebied van 24 woonblokken (later uitgebreid tot 96) voortaan vanaf hun geboorte sociale en medische voorzieningen én beter onderwijs op zogenoemde contractscholen. Canada wilde bewijzen dat alle kinderen goede schoolresultaten kunnen halen als je de vicieuze cirkel van hun armoede doorbreekt.

Geoffrey Canada werd er een beroemdheid mee. Hij heeft een heldenrol in de geruchtmakende, nogal eenzijdige documentaire Waiting for Superman van Davis Guggenheim, die ook An Inconvenient Truth maakte. Barack Obama kondigde aan het model van ‘Harlem Children’s Zone’ in twintig steden te zullen overnemen. En terwijl gewone openbare scholen in veel grote steden wegkwijnden, werd het bon ton onder miljardairs zoals Bill Gates, Mark Zuckerberg en Oprah Winfrey om miljoenen aan contractscholen te schenken. Want de beste zijn enorm kostbaar en afhankelijk van giften – iets wat Waiting for Superman niet vermeldde.

De scholen van Geoffrey Canada kunnen zich kleine klassen, een verlengde schooldag en een schooljaar van elf maanden veroorloven. De beste leerlingen worden beloond met tripjes naar de Galápagos-eilanden en Disney World. Dat hoeft natuurlijk ook weer niet in Rotterdam (waar kinderen scherm- en paardrijles krijgen dankzij vrijwilligers), maar je vraagt je wel af wie de verlengde schooldagen en alle topdocenten daar gaat betalen.

En helpt het? Op enkele van Canada’s contractscholen stegen de rekenprestaties voldoende om een Harvard-onderzoek te laten concluderen dat de achterstand van zwarte leerlingen hier was teruggedraaid. Maar andere scholen uit de ‘Harlem Children’s Zone’ scoorden juist benedenmaats. Het Brookings Instituut in Washington analyseerde twee jaar geleden dan ook dat nog niet is bewezen of betere resultaten wel op het conto van Canada’s aanpak gezet kunnen worden. Vooruitgang kan nog steeds aan gewoon een goede wiskundeleraar liggen.

Het doet verder niets af aan de missie van Erik van ’t Zelfde: geen verandering zonder aanstekelijke revolutionairen. Maar dat is wat anders dan al zeker weten of iets werkt.

    • Margriet Oostveen