Stuifmeelkorrels uit oeroude bloem

De vondst van 245 miljoen jaar oude stuifmeelkorrels wijst erop dat bloemen niet in het Krijt ontstonden, maar 100 miljoen jaar eerder.

In Zwitserland zijn stuifmeelkorrels gevonden die veruit de oudste resten van bloemplanten lijken. De korrels zijn naar schatting 245 miljoen jaar oud.

De vondst is belangwekkend, omdat de zichtbare ontwikkeling van de bloeiende planten – die nu de grootste plantengroep op aarde vormen – pas circa 145 tot 125 miljoen jaar geleden begon. Oudere fossiele resten zijn schaars en zijn nooit onomstotelijk aan bloeiende planten toegewezen.

De ontdekking is gisteravond online gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Frontiers in Plant Science, door Peter Hochuli (Universiteit van Zürich) en de Duitse onafhankelijk onderzoeker Susanne Feist-Burkhardt.

„Ik ben het met ze eens”, reageert emeritus hoogleraar paleobiologie Han van Konijnenburg. Ze noemt de auteurs ‘voorzichtig’ en wijst erop dat de beoordelaars van de publicatie – die bij Frontiers niet anoniem zijn – grote namen zijn in de paleobotanie.

De onduidelijke oorsprong van de bloemplanten is een bekende kwestie in de evolutiebiologie. Ruim 125 miljoen jaar geleden doken bloeiende planten (‘angiospermen’) opeens overal op aarde op. Hun fossiele bloemen, bladeren en stuifmeel lijken dan al sterk op die van moderne planten. In die periode ontwikkelden zich ook de eerste moderne groepen bloemplanten die nu nog bestaan, zoals waterlelies en magnolia’s.

Dat was in het Krijt. Hun snelle opkomst en wijde verspreiding suggereren dat de oorsprong van de bloemplanten veel ouder moet zijn. Stammen de bloeiende planten dan uit het Jura (201-145 miljoen jaar geleden) of zelfs uit het Trias (252-201 miljoen jaar geleden)?

Plantengenetici zoeken het antwoord met vergelijkend genetisch onderzoek, maar worstelen met hun methodes. Hun schattingen voor het ontstaan van de eerste bloemplant, lopen uiteen van 275 tot 145 miljoen jaar geleden.

De auteurs van de huidige studie vonden tien jaar geleden al stuifmeel in de Barentszzee uit het Trias dat door vakgenoten ook als ‘angiosperm-achtig’ betiteld wordt. Stuifmeelkorrels zijn de delen van planten die het meest gevonden worden, omdat ze goed tegen verwering bestand zijn.

Over die stuifmeelkorrels zei de bekende paleobotanicus James Doyle vorig jaar in een overzichtsartikel dat „hun verwantschap speculatief zal blijven tot de bijbehorende plantendelen ontdekt worden”.

Maar dat is tot dusver niet gelukt. Van Konijnenburg: „Er is één fossiele plant met stuifmeel uit het Trias, de Sanmiguelia. Die had palmachtige bladeren en lange aren met stuifmeelzakjes.” Onmiskenbaar bloemachtig, maar zo vreemd voor zijn tijd dat botanici hem niet unaniem als bloemplant erkennen. „Verder zijn er uit het Jura alleen losse bladeren gevonden.”

In China worden momenteel veel ontdekkingen uit het Trias en het Jura gedaan. Vooral de dinosaurussen springen in het oog, maar paleobotanici hopen op iets anders: fossiele planten, met de bloemen er nog aan.