Stilstaan? Dat is iets voor de sukkels in Nederfilm

Planoloog Marco te Brömmelstroet onderzocht de mobiliteit in populaire Nederlandse films. Wat blijkt? Personages verplaatsen zich steeds vaker, en steeds verder. En niemand denkt na over de gevolgen voor het milieu. Dat moet veranderen..

Jongen en meisje op de fiets gaan het duel aan met een auto. En ze winnen! De auto raakt van de weg. Typisch 1973, die iconi- sche scène uit Turks fruit. De fiets als symbool voor de eigenzinnige, anti-materialistische vrijdenker. In de auto zat het klootjesvolk. (De film werd trouwens gesponsord door autogigant British Leyland en dus zien we achter Rutger Hauer en Monique van de Ven een file van Britse auto’s ontstaan.)

Nee, dan Stijn en Carmen uit Komt een vrouw bij de dokter (2009). Die scheuren door de stad, razen over de hele wereld en als er al een fiets in voorkomt, dan moet die halsoverkop opzij voor de Jaguar van reclameman Stijn.

Marco te Brömmelstroet, vervoersplanoloog aan de Universiteit van Amsterdam, heeft een analyse gemaakt van „veertig jaar mobiliteit in de Nederlandse film”. Acht klassiekers onderzocht hij, van Turks Fruit tot Alles is familie (2013). Hij heeft met de klok in de ene hand en Google Maps in de andere gekeken naar het mobiliteitsgedrag van de hoofdpersonen. Zijn uitgangspunt was dat films het gedrag van de kijkers beïnvloeden – hij haalt rapporten aan over het verband tussen roken, drinken en gewelddadig gedrag en het kijken naar films waarin die gedragingen voorkomen. Zijn hoofdvraag was: hoe wordt mobiliteit in films voorgesteld? Die vraag laat zich tamelijk eenduidig beantwoorden, zegt Te Brömmelstroet. „Reizen is voor winnaars, stilstand is voor sukkels. Mobiliteit = succes. Verre mobiliteit = veel succes.”

Hij zag al turvend dat personages in de Nederlandse film door de jaren heen steeds verder gingen reizen. Dat de auto, als vervoermiddel, decor en spiegel van de personages, zijn hoogtijdagen beleefde in de jaren tachtig. Dat het vliegtuig in de Nederlandse film pas zijn intrede deed na 1990. (Hij gaf toe dat hij Dakota uit 1974 niet kent.) En dat de helden van Komt een vrouw bij de dokter 45.000 kilometer afleggen.

Te Brömmelstroet vindt al die toenemende mobiliteit niet duurzaam. Vliegreizen drukken op het milieu. Autorijden is „sociaal ontwrichtend”. Om die vormen van reizen te verheffen tot norm voor succes, vindt Te Brömmelstroet onverantwoord. „Ik wil filmers bewust maken. Ze zijn toch ook terughoudend geworden ten aanzien van roken? ‘Zal ik anders gewoon even naar je toe komen’, vraagt Winnie in Alles is familie aan haar vriend in New York. Alsof het niks kost.”

Te Brömmelstroet pleit voor nader onderzoek. En misschien een nieuwe icoon bij de Kijkwijzer: ‘In deze film wordt veel gereisd.’