Spot dieSperweruil met je Swarovski kijker

Rob Gordijn (28) is een fanatieke vogelaar Op zijn lijst staan al 3.100 soorten Vogels zijn niet aaibaar, het is liefde op afstand „Maar het geeft een enorme ‘kick’ als je die steltloper eindelijk vindt...”

Illustratie Thinkstock

De grootste afstand die Rob Gordijn ooit voor een vogel heeft afgelegd is acht uur. Er was een sperweruil gesignaleerd in het noorden van Denemarken. Samen met drie andere vogelgekke vrienden stapte hij ’s avonds in Groningen in de auto en reed de hele nacht door. De volgende dag banjerden ze met hun verrekijkers urenlang door de kou en de sneeuw, maar ze vonden niets. Toen het donker werd, gaven ze het zoeken op. Op het moment dat ze met de auto weer wegreden, zag één van hen een silhouet in een boom zitten. Nog voor de auto stilstond, klonk uit vier kelen: SPERWERUIL! Gordijn: „We hebben er nog een foto van: vier blije gezichten met achter ons in de boom die sperweruil.”

In het voor- en najaar trekt Rob Gordijn (28) er elk weekend met een camera, een telescoop en een verrekijker op uit om vogels te spotten. Dat doet hij al van jongs af aan. Het begon met een vakantie in Drenthe, waar zijn ouders een huisje hadden gehuurd in het bos. De vogels die hij daar in de tuin zag, zocht hij op in een vogelgids. De fascinatie is nooit meer weggegaan. „Eerst fietste ik thuis tussen de middag een rondje. Later ging ik op vogelexcursies in Nederland. Weer later reisde ik met vrienden Europa door om vogels te kijken en voor je het weet, ben je met een wereldlijst bezig.” Rob Gordijn staat op 3.100 soorten, een respectabel aantal.

Het betekent dat al zijn vakanties volledig in het teken staan van vogels. Het treft dat zijn vriendin Helen Rijkes (25) ook gek is van vogels. Op haar wereldlijst staan 2.500 soorten. Samen maakten ze vogeltrips naar de VS, Mexico, Costa Rica, Ecuador, Peru, Ethiopië, Nieuw-Zeeland, Thailand, Fiji, India en Turkije. In april waren ze twee weken op Borneo, waar ze 245 soorten op hun lijst konden bijschrijven. Over een paar maanden gaan ze naar Zuid-Afrika.

Zo’n vogelvakantie is fysiek behoorlijk uitputtend. Gordijn: „Je staat standaard rond vijf uur op en vogelt tot het donker is. Soms moet je er ’s nachts uit voor uilen of nachtvogels. Dan maak je wel eens korte nachten.” In Peru klommen ze tot 5.000 meter hoogte om een zeldzame steltloper te zien. Rijkes: „Liepen we daar te zoeken, moeilijk ademend op drassige ondergrond in de bergen. Het geeft wel een enorme kick als je hem dan uiteindelijk vindt.”

Mariaverschijning

Op deze vroege zondagochtend in september staan Rob Gordijn en Helen Rijkes op de wat minder exotische strandovergang van IJmuiden. Dure Swarovski-verrekijkers bungelen om hun hals. Meestal zitten ze in het weekend op de Waddeneilanden, het mekka voor de vogelaar. In de herfst maken veel vogels die vanuit Scandinavië naar het zuiden trekken daar een tussenstop. Gordijn: „Ze regenen zo naar beneden.”

Een man met een futuristische, satellietachtige schotel komt voorbijlopen. Het blijkt een medevogelaar te zijn met een opnameapparaat voor vogelgeluiden. Ze groeten elkaar geroutineerd. Nederland kent een harde kern van ongeveer driehonderd vogelaars, schat Gordijn. Ze komen elkaar regelmatig tegen, vooral als er een zeldzame soort wordt gespot.

Dan kan op de gekste plekken. In 2004 werd in Groningen een haakbek gesignaleerd, een primeur voor Nederland. „Dan sta je met honderdvijftig man in het donker in een woonwijk te wachten tot het licht wordt.” Rijkes: „Mensen vroegen of er een Mariaverschijning was geweest.”

Bruinkeelortolaan

Er klinkt vrolijk gekwetter. Als je een vogel niet ziet maar wel hoort, mag je hem ook tellen voor de jaarlijst. Gordijn hoort een gele kwikstaart en even later een rietgors, maar we krijgen ze niet te zien. Wel spotten we een tjiftjaf, een fitis, een bonte vliegenvanger en een braamsluiper. „Niet heel speciaal”, relativeert Gordijn.

Hoewel ze allebei al duizenden vogelsoorten hebben gezien, gaat hun bloed nog steeds sneller stromen als er een zeldzame soort wordt gemeld. Zoals afgelopen voorjaar, toen ze op Schiermonnikoog waren en er op het vasteland een bruinkeelortolaan was gesignaleerd. „We hebben meteen onze spullen gepakt en zijn naar de boot gerend.” Die misten ze op een haar na, waarna er een watertaxi werd gebeld. „Dan sta je wel in spanning op die taxi te wachten. Elke seconde telt.” Ze kwamen uiteindelijk op tijd aan, het laatste stukje renden ze.

Gordijn: „Ik weet van mensen die in Zwitserland op vakantie waren en terugkwamen omdat er in Nederland een zeldzame soort was gemeld.”

Rijkes: „Zoiets zou ik niet doen.” Gordijn: „Nou ja, als je het je familie op de camping kunt uitleggen...”

Het is moeilijk te zeggen wat er zo fascinerend is aan vogels, vindt Gordijn. Het zijn geen aaibare dieren, geeft hij toe. „Het is meer bewondering op afstand.” Zijn vriendin vult aan: „Het is gaaf dat je in het aangeharkte Nederland nog een slechtvalk kunt zien die een andere vogel uit de lucht slaat. Dat je dat ongerepte nog binnen Nederland hebt.”

    • Abhinabha Tangerman