Per ongeluk

Het gebeurde in een oogwenk: ik liep naar de kast, pakte een paar enveloppen en trok daarmee de ernaast gelegen telefoon van de plank. Onverbiddelijk lazerde hij naar beneden en kwam neer met een droge, harde tik.

Ik keek er met opgetrokken schouders naar: een smartphone die op de grond klettert, lijkt altijd fysiek binnen te komen, alsof het om een Ming-vaas gaat of een pasgeboren babygansje. Nu ben ik wel gewend aan mijn eigen onhandigheid, ik begroet deurklinken doorgaans met mijn heupbot, struikel over plotseling opduikende stoepranden en laat wel vaker kostbare elektronica uit mijn handen glippen. Dit was echter een ander geval. Dit was namelijk niet mijn telefoon.

De werkelijke eigenaar van de telefoon was de goede vriend die op bezoek was. Hij stond achter me en toen ik naar hem keek, zag ik dat de eerste schrik alweer plaats maakte voor iets anders: de geforceerde, ietwat maniakale grimas van iemand die zijn ware gevoelens probeert te onderdrukken.

Snel raapte ik de telefoon op en begon paniekerig op de knopjes te drukken. “Zo’n val gaat verbazingwekkend vaak goed hoor”, riep ik met rode wangen. “Echt waar, meestal is er helemaal niets aan de hand.” Het telefoonscherm was inmiddels veranderd in een nogal verontrustende melkwitte waas. De vriend keek inmiddels naar het schouwspel als iemand die in zijn hoofd het wiegeliedje neuriet dat hij op de cursus anger management heeft geleerd. En ik snapte hem compleet: de behoefte om nu dingen te zeggen als: “motorisch gestoorde koe”, “kijk dan toch ook in jezusnaam uit” en “zat je weer aan de limoncello gisteren”, was waarschijnlijk bijzonder groot.

Maar we wisten allebei: het ging per ongeluk. En om ongelukjes mag je niet boos worden, dat is algemeen bekend – hoe moeilijk dat soms ook is. Een vriendin wilde een keer iets opzoeken op mijn computer terwijl ik net met een lang verhaal bezig was. Terwijl zij zocht, crashte mijn computer. Dat kan gebeuren. Dat is toeval. Dat is pech. Het had vijf minuten eerder of vijf minuten later kunnen gebeuren. Maar terwijl ik tevergeefs zocht naar een bewaard bestand van mijn verhaal, voelde het toch alsof haar SATANSHANDEN de computer hadden doen crashen. Je weet wat je te doen staat: rustig blijven, kiespijnglimlachen, excuses accepteren, zodra diegene weg is in een kussen stompen en hartgrondig de wereld vervloeken.

De telefoon bleef dienst weigeren, hoe vaak ik ook op knopjes drukte, hem aan de oplader legde of hem fluisterend een glimmend nieuw hoesje beloofde. En tot mijn opluchting reageerde de vriend opvallend mild. Gezamenlijk vertrokken we naar een reparateur van smartphones, die het scherm binnen een uur kon maken – voor mijn rekening, uiteraard. Zo konden we beiden het voorval gelukkig blijven zien als een (eerlijk is eerlijk: nogal) duur, maar schuldvrij ongelukje.