Moslims vluchten na geweld in Birma

In het westen van Birma is het gisteren tot gewelddadige confrontaties gekomen tussen boeddhisten en moslims. Daarbij is een 94-jarige moslimvrouw doodgestoken. In drie dorpen ten zuiden van de stad Thandwe werden huizen van de moslimminderheid in de as gelegd.

De onrust valt samen met een bezoek van president Thein Sein aan de regio. Daar is de toestand al ruim een jaar gespannen na hevige onlusten vorig jaar tussen de boeddhistische meerderheid en de moslims, die vaak worden aangeduid als Rohingya’s.

„Zulke instabiliteit die berust op godsdienst en ras vertraagt de staatshervormingen en tast het aanzien van Birma op het internationale toneel aan”, waarschuwde Thein Sein in een vanmorgen gepubliceerde verklaring. Hij bezocht vandaag zowel een kamp met van huis en haard verdreven moslims als een kamp met hindoes.

De jongste rellen braken gisteren uit toen een boeddhistische taxichauffeur kwaad werd op een islamitische winkelier, die hem zou hebben beledigd. Dat leidde tot aanvallen op huizen en bezittingen van moslims. Een oude vrouw, die niet tijdig kon vluchten, werd met vier messteken om het leven gebracht. In doodsangst vluchtten andere moslims naar bossen in de omgeving.

Het sektarische geweld in het westen van Birma is eerder dit jaar ook overgeslagen naar meer centraal gelegen delen van het land. In totaal zijn er enige honderden mensen bij om het leven gekomen.

Volgens mensenrechtengroepen heeft de regering van Thein Sein tot dusverre onvoldoende gedaan om nieuwe uitbarstingen te voorkomen. Tienduizenden moslims kwijnen weg in kampen, waar de omstandigheden slecht zijn. Ook oppositieleider Aung San Suu Kyi – zelf boeddhistisch – heeft kritiek te verduren gekregen omdat ze het onvoldoende zou hebben opgenomen voor de moslims.(AP, AFP, BBC)