Meester van de dronkelappen

Vrolijke volkstaferelen zijn de meest tot de verbeelding sprekende werken van de Antwerpse barokschilder Jacob Jordaens. Beroemd zijn Jordaens’ versies van het Driekoningenfeest. Tijdens de maaltijd werd er een munt of boon verstopt in de taart. Degene die hem trof kreeg een kroon op het hoofd en iedere keer als hij of zij het glas hief, namen ook de disgenoten een ferme slok. Jordaens was een meester in het uitbeelden van die dronken janboel, met brakende mannen en moeders die niet merken dat zuigelingen hun kleren onderpissen. In de tentoonstelling die het Petit Palais in Parijs aan Jordaens wijdt, nemen twee versies van het thema een prominente plaats in.

De expositie laat ook zien hoe het traditionele beeld van de kunstenaar in de afgelopen decennia is bijgesteld. Met 120 schilderijen en tekeningen wordt Jordaens (1593-1678) gepresenteerd als heel wat meer dan een schilder die nooit uit de schaduw kwam van zijn tijdgenoten Rubens en Van Dyck. Een helder gekleurd groepsportret van het gezin Jordaens toont de voornaam geklede kunstenaar met in zijn hand een luit. Die symboliseert de harmonie van het gezinsleven maar duidt ook op muzische veelzijdigheid. Links zetelt zijn vrouw in een zwart gewaad en met een kolossale witte molensteenkraag om de hals. De hoge status van het gezin wordt benadrukt door de aanwezigheid van een dienstmeisje. Nog honderd jaar geleden waren er kenners die niet konden geloven dat deze als aristocraat uitgebeelde heer dezelfde was als de schilder van volkse scènes en genrestukken.

Uit de expositie komt Jordaens naar voren als een productieve kunstenaar met veel stijlen. De Calvinistische overtuiging die hij later aanhing ten spijt, begon hij als schilder van devotieschilderijen met een katholieke thematiek. Later zou Jordaens zich ontpoppen als schilder van portretten, mythologische thema’s en fabels. In dat genre ontstonden sommige van zijn indrukwekkendste werken: schilderijen van zo’n twee meter hoog, met composities die zijn gevuld met stevige, soms wat schonkige figuren in heldere, eenvoudige kleuren.

De monumentale voorstellingen contrasteren merkwaardig met de kleine verhaaltjes die ze vertellen, zoals dat waarin de Griekse dichter Aesopus spreekt van een sater die een boer wantrouwt omdat die ‘warm en koud blaast’: hij ademt op zijn handen om ze te warmen, maar ook op zijn pap om die te koelen. Jordaens heeft dit tamelijk exclusieve thema meerdere malen uitgebeeld. Het tekent de schilder die, niet zo bereisd en in Europese hofkringen minder gevierd dan Rubens of Van Dyck, in inventiviteit en literaire interesse zeker niet voor hen onderdeed.

    • Bram de Klerck