Leugentje

Op een ochtend loop ik slaperig door het huis als mijn telefoon gaat. Van de verzameling privé- en werktelefoons op en rond de keukentafel geeft de vierde gehoor. Het is mijn zus die vraagt of ik thuis ben. Ze is in de buurt en overbrugt haar wachttijd tussen twee afspraken graag met een kop koffie

Op een ochtend loop ik slaperig door het huis als mijn telefoon gaat. Van de verzameling privé- en werktelefoons op en rond de keukentafel geeft de vierde gehoor. Het is mijn zus die vraagt of ik thuis ben. Ze is in de buurt en overbrugt haar wachttijd tussen twee afspraken graag met een kop koffie bij mij op de bank.

Ik wrijf vermoeid over mijn voorhoofd en verzin een leugentje om bestwil. Onverwacht bezoek is altijd welkom, maar nu ben ik net buiten de deur. Volgende keer meer geluk, stellen we samen vast. Dan plotseling verwarring aan de andere kant van de lijn. „Je bent dus niet thuis?” Ik antwoord bevestigend.

Dat is gek, stelt ze droogjes vast. „Ik bel je op je vaste telefoon, zusje.”

Marjolijn Hoekstra