Instemmen met loonoffer kan, maar hoeft niet

Het werd lang gezien als een taboe: vrijwillige salarisverlaging of een stapje terug doen op de carrièreladder. Toen ICT-bedrijf Capgemini begin dit jaar aankondigde dat het oudere werknemers ging vragen tot 10 procent van hun loon in te leveren, reageerden de vakbonden dan ook bijzonder kritisch. Zo noemde vakbond De Unie de maatregel een „totaalvernietiging van de oudere werknemer”.

Deze week bleek uit onderzoek van adviesbureau Berenschot en salarisverwerker ADV dat acties zoals bij Capgemini geen uitzondering meer zijn. Drie op de tien bedrijven in Nederland verzochten personeelsleden afgelopen jaar een lagere functie te accepteren, al dan niet met bevriezing of verlaging van hun loon. Daarnaast vroeg 4 procent van de werkgevers z’n personeel salaris in te leveren - in totaal zo’n 25.000 bedrijven.

In de bouw werden volgens het onderzoek de meeste loonoffers gebracht: 17 procent van de werkgevers vroeg daar om een vrijwillige salariskorting. Ook in de sectoren ‘advisering en onderzoek’ en ‘vervoer en opslag’ kwam het relatief vaak voor, namelijk bij bijna één op de tien bedrijven.

Volgens hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg René Schalk, die onderzoek deed naar demotie (het tegenovergestelde van promotie), ligt het voor de hand dat bedrijven in financieel moeilijke tijden naar loonkosten kijken. „Een vaste aanstelling wil niet zeggen dat je altijd recht hebt op dezelfde functie of hetzelfde salaris. Bij een bedrijf als Capgemini is het goed mogelijk in te schatten wat een werknemer oplevert en wat hij kost aan salaris.”

Afspraken hierover worden volgens Schalk meestal op individuele basis gemaakt. Want salarisverlaging voor een functie of een groep werknemers ligt lastig: lonen vormen meestal een onderdeel van de cao, en zo’n juridische afspraak tussen werkgever en werknemers kun je niet zomaar ontbinden. In april oordeelde een rechter nog dat werknemers van advies- detacheringsbedrijf Interwerk niet akkoord hoefden te gaan met een loonoffer van 10 procent.

Dreigende sluiting afgewend

Maar is het ook altijd een oplossing, vrijwillig een stapje terug doen omwille van het bedrijf? In 2011 leidde een loonoffer van de werknemers van Opel nog tot een jaarlijkse besparing van 265 miljoen euro, waardoor de dreigende sluiting van enkele Europese fabrieken werd afgewend. Bij autoproducent Nedcar in het Limburgse Born liet Mitsubishi weten z’n productie te staken nadat het merendeel van de 1.500 werknemers tegen een voorgestelde loonskorting van 5 procent had gestemd. NedCar vroeg collectief ontslag aan voor alle werknemers, maar de fabriek werd toch gered. De Eindhovense VDL Groep nam de fabriek uiteindelijk over om er BMW Mini’s te gaan bouwen.

Ook bij Capgemini gingen de voorgestelde maatregelen niet door. Een half jaar nadat het ICT-bedrijf demotie bespreekbaar wilde maken, stegen de winstcijfers. 93 tot 95 procent van de werknemers is „topfit”, liet een woordvoerder deze zomer weten. Met de overige 5 tot 7 procent ging het bedrijf in overleg over hun marktwaarde. Hoeveel werknemers uiteindelijk hebben ingestemd met een salarisoffer wil Capgemini niet zeggen.

Hoewel er nu nog een negatieve sfeer omheen hangt, is er reden om een maatregel als demotie bespreekbaar te maken, vindt Schalk. Zo gaan mensen bijvoorbeeld later met pensioen. „Er zijn dus meer ouderen die doorwerken. De overgang van werk naar pensioen is nu nog heel abrupt. Het is goed denkbaar dat dit in de toekomst flexibeler zal worden.”

    • Anne-Martijn van der Kaaden