‘Informatie staatsgaranties moet beter’

Staatsgaranties aan internationale organisaties zijn vertienvoudigd. Controle moet beter, vindt de Rekenkamer.

Het gaat om honderden miljarden euro’s, maar in de politieke discussie blijven de vele garanties van de Nederlandse staat onderbelicht. Sterker nog, van de garanties zijn „aard en risico’s niet volledig in beeld”. En dus zet de Algemene Rekenkamer, die dit constateert, deze toezeggingen voor de derde maal in drie jaar op de kaart.

Alleen al aan instellingen als de Europese Centrale Bank, het Internationaal Monetair Fonds en het euronoodfonds ESM heeft Nederland voor 201,6 miljard euro aan garanties afgegeven. Dat bleek eerder deze week uit een inventarisatie van de garanties die aan acht internationale instellingen zijn afgegeven. Die som staat gelijk aan een derde van het nationaal inkomen. Een vertienvoudiging sinds 2008, toen de crisis uitbrak.

Belangrijkste aanleiding van de sterk toegenomen garanties is de eurocrisis die sommige landen en banken naar de rand van de afgrond bracht. Aan de garanties zelf is momenteel weinig te doen en de spanningen in het eurogebied zullen ook nog wel even aanhouden. Dus blijft het risico voor de staat bestaan. Over de kans dat de garanties daadwerkelijk geld gaan kosten, laat de Rekenkamer zich niet uit. Die kans is niet zo groot, maar als het mis gaat, dan zijn de gevolgen nauwelijks te overzien.

„Bestuurlijk aandacht” is wel het minste waar de garanties op mogen rekenen, zegt Kees Vendrik van de Rekenkamer. „Dat is een cruciaal element om de risico’s te beheersen.”

Is die bestuurlijke aandacht er? Zou de Rekenkamer de Tweede Kamer met deze inventarisatie van garanties verrast hebben?

Vendrik: „Ik denk dat deze cijfers niet helemaal als een verrassing komen. Ruim een jaar geleden hebben we al een inventarisatie gemaakt. We hebben toen ook gevraagd de Kamer uitvoeriger te informeren. Dat is ook gebeurd. Er wordt meer verantwoording afgelegd.”

Toch is de Rekenkamer in het rapport over de internationale garanties kritisch over de rol van de minister. Hij kan het parlement „proactiever en explicieter informeren”. Zo is niet altijd duidelijk wat de afweging was bij het verlenen van een garantie of wat de looptijd is.

„We prijzen de vooruitgang die de minister heeft geboekt, maar in drie concrete gevallen geven we aan dat meer precisie op prijs zou zijn gesteld. En natuurlijk mag ook het parlement om meer informatie vragen. Het kan allemaal ietsje beter.”

„Je moet het in historisch perspectief plaatsen, je kunt niet zomaar zeggen dat minister Dijsselbloem met betere informatie komt dan zijn voorganger De Jager. Die garanties hebben sinds 2008 een vlucht genomen, zijn ruim vertienvoudigd. De dreiging werd groter en dan neemt natuurlijk de aandacht navenant toe. En inmiddels is de positie van Nederland versus nieuwe garanties: nee, tenzij. En dat werd ook wel tijd.”

De minister gaf ook bij een garantie voor activiteiten van De Nederlandsche Bank geen volledige openheid. Eventuele tekorten van Griekenland, Cyprus en Portugal in het betalingssysteem van de EU bleken ook onder de garantie van 5,7 miljard te vallen die de staat aan DNB gaf.

„Dat laatste is pas later duidelijk geworden, omdat de minister dit niet expliciet heeft gemeld. Het had hem gesierd als hij de Kamer direct ruimhartiger had geïnformeerd. Het is juist in dit geval van belang, omdat eventuele verliezen direct ten laste van de schatkist gaan en niet opgevangen worden door de centrale bank.”

Sommige instellingen, zoals de Europese noodfondsen, hebben nul euro weerstandsvermogen. Toch geeft Nederland voor tientallen miljarden aan garanties af. Maakt dat het risico voor de staat niet nog groter?

„De risico’s bij verschillen sterk per instelling. Bij de Europese Investeringsbank zijn ze meer afgebakend. Maar juist bij die euronoodfondsen ESM en EFSF is er sprake van staartrisico’s: de kans is heel klein dat het misgaat, maar als het misgaat draait het om veel geld en zouden voorzieningen niet zo zinvol zijn.”