In de ban van het schuldenplafond

Niets aan de hand, is tot dusverre de reactie op de financiële markten op het sluiten van de overheidsdiensten in de Verenigde Staten. De sluiting werd gisterochtend een feit, nadat Democraten en Republikeinen in het Congres het niet eens werden over de begroting. De obstructie van de Republikeinen, die de financiering van het nieuwe ziektekostenstelsel (Obamacare) wilden loskoppelen van de rest van de begroting, deed haar werk. De sluiting van diensten van de federale overheid is een feit en zo’n 800.000 ambtenaren zitten nu thuis.

En de markt? De aandelenkoersen stegen, de dollar viel en goud daalde drie dollar. Niet echt een paniekreactie. Daar lijken twee redenen voor. De eerste: analisten hebben weer eens goed gekeken naar 1995-1996, toen de overheid onder president Clinton ook dichtging in een soortgelijk conflict. De schade viel toen erg mee: beide keren eindigden de aandelenkoersen hoger en de rente op overheidsobligaties lager. Economische schade is er ditmaal, net als toen, vermoedelijk wel – ergens tussen 0,1 tot 0,2 procent van het bbp in het kwartaal waarin de ‘shutdown’ plaatsvindt. Maar die wordt gewoonlijk ingelopen in de tijd daarna. De tweede reden is dat dit conflict slechts de generale repetitie is voor de échte show: rond 17 oktober. Dan bereikt Amerika zijn schuldenplafond, waarna toestemming nodig is van het Congres om méér te mogen lenen.

Dit plafond, een erfenis uit de Eerste Wereldoorlog, is de afgelopen jaren al vaker misbruikt voor begrotingsonderhandelingen. De dreiging is dat de VS de rente en aflossing op hun schulden niet meer kunnen betalen, met alle dramatische gevolgen van dien.

Nu heeft de Treasury altijd wel ergens geld liggen of een truc achter de hand, maar heel veel oprekken kan zij de datum niet. De VS lossen elke 15e van de maand en elke einde van de maand hun aflopende obligaties af. De eerstvolgende relevante datum is dus eind oktober. Nieuw lenen kan dan niet, zodat alles uit de lopende belastinginkomsten moet. Dat is lastig. De VS hebben een begrotingstekort van 6,5 procent van het bbp. Dat lijkt overkomelijk, maar is het niet. Je moet in dit geval het overheidstekort niet zien als percentage van de omvang van de economie, maar van de overheidsuitgaven. Die overheidsuitgaven bedragen 39,5 procent van het bbp. Het begrotingstekort van 6,5 procent van het bbp bedraagt dus 16,5 procent van de overheidsuitgaven. Om niet netto bij te hoeven lenen, zal dus acuut eenzesde van alle uitgaven moeten vervallen.

Waarom zijn de markten hier dan ook zo relaxed over? De voorlopige reden moet zijn: ongeloof. Ongeloof dat ze in Washington zo dom zijn het zo ver te laten komen. Dat kan heel goed zijn, maar discussie over het schuldplafond is al herhaaldelijk op de spits gedreven. De laatste keer kostte het de VS zijn triple A-rating. Maar dan is er altijd nog de centrale bank. Nog maar een maand geleden ging het debat op de markten over wanneer de ‘Fed’ een begin zou maken met het temperen met zijn maandelijkse steunaankopen van overheids- en hypotheekobligaties ter waarde van 85 miljard dollar. Dat lijkt alweer ver weg: het debat gaat er nu over of de Fed die zal opvoeren of op zijn minst gelijk laten. Dan zou de centrale bank opnieuw opdraaien voor de verlamming van de politiek – ook in Europa de afgelopen jaren een vertrouwd verschijnsel. Obama heeft voor de vorm al gezegd dat hij dat niet wil. Maar wat dan? Begin dit jaar werd hier gewag gemaakt van de presidentiële mogelijkheid om via een gaatje in de wet een platina herdenkingsmunt te slaan van, zeg, 1.000 miljard dollar en die te belenen bij de Fed in ruil voor contanten. Die trillion dollar coin duikt hier en daar al weer op. Daar kan je om lachen. Maar doe het wel met kiespijn.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.