Iedereen wint bij regels kunstverkoop

Met protocol voor verkopen museumobjecten voert Rotterdam een plan van minister Bussemaker uit.

De oplossing die in Rotterdam is gekozen voor het Wereldmuseum kunnen alle betrokkenen als de beste zien. De gemeenteraad wond zich op over de plannen van museumdirecteur Stanley Bremer om de bezuinigingen op zijn subsidie te compenseren met verkoop van de Afrikacollectie. De raad kan nu gerust zijn: museumstukken die vermogende Rotterdammers in het verleden aan het museum schonken, zullen met de komst van het protocol niet ongemerkt de stad mogen verlaten. Andere volkenkundige musea hoeven niet langer te vrezen dat het Wereldmuseum erfgoed zal verkwanselen dat zij graag aan hun collecties zouden toevoegen. En het ministerie van OCW kan met voldoening vaststellen dat de gemeente Rotterdam zich voegt naar de lijn die minister Jet Bussemaker (PvdA) in juni afkondigde.

Bussemaker wilde geen Kerncollectie Nederland aanwijzen: museumstukken die beschermd dienen te worden tegen afstoting. Die procedure zou volgens haar vooral bureaucratie veroorzaken. Wel stelde zij verplicht om bij elk plan voor ‘ontzameling’ een commissie in te stellen die onderzoekt welke stukken van nationaal belang zijn. Die kunnen dan beschermd worden tegen verkoop. De musea reageerden enthousiast en wilden graag helpen bij de uitwerking van dit plan.

In het protocol van het Rotterdamse college van B en W staat precies hetzelfde: als een museum objecten wil afstoten, moet het de plannen eerst laten goedkeuren door de gemeente en externe deskundigen. Topstukken, schenkingen en objecten die andere musea in de stad willen hebben, mogen niet worden verkocht.

Het protocol maakt een definitief einde aan de plannen van Bremer. Hij wilde het Wereldmuseum uitsluitend wijden aan Aziatische kunst en de Afrikaanse collectie verkopen. Daarin bevinden zich zeer kostbare en bij verzamelaars gewilde objecten. Met de opbrengst hoopte hij de kortingen van de gemeentelijke subsidie met 1,75 miljoen euro op te vangen en gedwongen ontslagen te voorkomen. Het nieuwe protocol verbiedt daarentegen verkoop van werken om de eigen financiële situatie te versterken.

Toch viert Bremer het protocol als een overwinning. „Het is een geweldige stap vooruit”, zegt hij. „Topstukken zullen we niet mogen verkopen, maar wel de doublures in de collectie en de mindere werken.” Het afstoten van dit soort objecten was echter ook al mogelijk zonder het protocol. Bremer: „Oké, de opbrengst mag inderdaad niet naar het personeel gaan, maar wel naar het ontsluiten van de collectie. Dat betekent dat ons plan voor een open depot ermee betaald kan worden. En dat wordt geweldig.”

Of hij het geld daaraan mag besteden, staat nog niet vast. Mocht het Wereldmuseum objecten verkopen, dan komt het geld in een speciaal fonds van de gemeente terecht en mogen alle Rotterdamse musea plannen indienen ter verbetering van de Rotterdamse collectie. Ook Museum Boijmans Van Beuningen heeft vergevorderde plannen voor een open depot.

Bremer zegt nu zelf aan de basis te hebben gestaan van het protocol. „Het begon allemaal toen wij ons plan voor verkoop lanceerden in 2011. Iedereen raakte overstuur. Wij wachtten rustig af, hebben hier en daar wat gesproken, en dan komt de gemeente uiteindelijk met een goed plan. Dat er dan een paar commissies worden opgetuigd, lijkt me prima. Het gaat natuurlijk wel om de verkoop van kunst, dat is niet niks.”

    • Claudia Kammer
    • Pieter van Os