Hij behandelde me als een collega

„‘Meneer Van Roozendaal, ik vond het heel mooi, wilt u mijn afstudeerproject begeleiden?’ Zo introduceerde ik mijzelf acht jaar geleden zenuwachtig na afloop van zijn voorstelling Maarten van Roozendaal Verzamelt Werk. Als theaterstudent was ik enorm onder de indruk van hoe hij op het podium stond en zijn teksten overbracht.

„Mijn brutaliteit kon hij wel waarderen en daarom wilde hij best mijn begeleider zijn. Na een eerste kennismaking in een Amsterdams café kwam hij speciaal naar mijn geboorteplaats Hoogeveen om mij te zien optreden. ‘Wat een strot!’, riep hij uit, ‘en wat ben jij handig op dat ding’, waar hij de piano mee bedoelde. Maar het mocht van hem allemaal wel wat ruiger en minder braaf. Mijn charme geloofde hij wel en vond hij niet zo interessant.

„Hij leerde me in mijn liedjes duidelijkere keuzes maken en die aan te zetten. Wil je bijvoorbeeld dat het publiek je als een loser ziet, dan moet je die loser niet nuanceren. Sommige van zijn lessen begrijp ik nu pas in retrospectief. Zo vond hij bijvoorbeeld dat ik minder moest lullen tussen de liedjes door. Ik ben een goede prater en weet me daarmee makkelijk uit hachelijke situaties te redden. Dat is veel enger, maar dan schop je minder snel je eigen materiaal onderuit. Nog altijd probeer ik tijdens voorstellingen zo min mogelijk te praten.

„Maar het belangrijkste is het zelfvertrouwen dat hij me gaf. Hij behandelde me als een collega en als hij me aan anderen voorstelde zei hij: ‘Dit is Patrick, hij is ook liedjesschrijver’. Wauw. Vorig jaar werkte ik als presentator op de Uitmarkt en mocht ik Maarten aankondigen. In de coulissen zoende hij me vol op de mond en zei: ‘Onze eerste keer samen op het podium, op naar de volgende!’ Dat zal helaas niet meer gebeuren.”

    • Adinda Akkermans