Het verleden is opeens volop terug in Spanje

Door een VN-rapport ziet links Spanje nieuwe kansen misdaden eindelijk vervolgd te krijgen

Betogers met portretten van Franco-slachtoffers, vorige week. Foto’s AFP

Billy el Niño is zijn bijnaam. Net als wildwestlegende Billy the Kid liet ook Juan Antonio González Pacheco zijn pistool om zijn vinger tollen. En daar hield de inspecteur van generaal Franco’s gevreesde politie-eenheid het niet bij. „Hij had een uitdrukking van plezier op zijn gezicht als hij je sloeg en stompte”, vertelt José ‘Chato’ Galante. Begin jaren zeventig, in de nadagen van generaal Franco’s regime, werd de Spanjaard als linkse student dagen achtereen gewelddadig verhoord door Billy el Niño. „Hij genoot zichtbaar van het martelen.”

De misdaden begaan tijdens de burgeroorlog (1936-’39) en daaropvolgende dictatuur (tot 1975) staan opnieuw in de belangstelling in Spanje. Maandag raadde een werkgroep van de Verenigde Naties de regering in Madrid aan om misdaden uit die periode te onderzoeken en te vervolgen. En vorige maand vroeg een Argentijnse rechter de uitlevering van vier nog levende Spanjaarden die onder Franco zouden hebben gemarteld, onder wie Billy el Niño.

De aanbevelingen van de VN-werkgroep staan in een voorlopig tussenrapport, met een niet-bindend karakter bovendien. Maar Chato Galante en andere activisten zijn er blij mee. De VN-experts voor ‘gedwongen verdwijningen’ onderschrijven wat zij al jaren zeggen: dat de amnestiewet die Spanje in 1977 aannam, niet mag gelden voor mensenrechtenschendingen. En dat een plan nodig is om alle ‘verdwenen’ tegenstanders van Franco te lokaliseren.

Verspreid over Spanje liggen naar schatting 114.000 personen in massagraven. Het betreft grotendeels gefusilleerde Republikeinen, het linkse kamp dat in de burgeroorlog het onderspit dolf tegen de rechtse nationalisten. Bijna tachtig jaar na dato, betwijfelt niemand dat zij dood zijn. Maar juridisch zijn ze te definiëren als slachtoffers van ‘gedwongen verdwijning’. Een misdaad tegen de menselijkheid die uit de aard der zaak nimmer verjaart.

Democratie

Na de dood van Franco (in 1975) besloten links en rechts echter het verleden te laten rusten. Linkse politieke gevangenen kwamen vrij, rechts bleef een bijltjesdag bespaard. De afspraak was cruciaal in de succesvolle overgang naar democratie. Maar rond de eeuwwisseling brak het pact alsnog. Het bleek vooral gebaseerd op vergeten en verzwijgen, niet op vergeving of verzoening. Nabestaanden van het linkse kamp lieten massagraven openen en eiste gerechtigheid. Rechts antwoordde dat de samenleving „vooruit moet kijken” en „geen oude wonden moet openrijten”.

Chato Galante heeft daar geen boodschap aan. „Natuurlijk moeten we de pagina een keer omslaan, maar niet voordat we gelezen hebben wat er opstaat”, stelt hij. „Ongeacht het nut van die wet; wie zegt dat we geen wonden moeten openrijten, miskent dat mijn wonden nooit geheeld zijn. En die van heel veel families, die willen weten waar hun naasten zijn gebleven.”

Eerder wendden de families zich tot onderzoeksrechter Baltasar Garzón, wereldberoemd sinds hij de Chileense oud-leider Pinochet probeerde te vervolgen. Hij besloot in 2008 dat massagraven geopend en onderzocht moesten worden. Garzón werd teruggefloten. Het OM stelde dat de misdrijven onder de amnestiewet vielen en sowieso verjaard waren. Een ultrarechtse groepering greep dit aan om Garzón aan te klagen voor ambtsmisbruik. Dit leidde tot meer civiele klachten tegen de rechter. Begin 2012 werd hij als gevolg hiervan voor twintig jaar uit het ambt gezet. Critici spraken van een rechtse heksenjacht tegen Garzón.

Chato Galante en anderen hebben nu een omweg gevonden. Met een beroep op de doctrine van ‘universele rechtspraak’ deden ze aangifte bij een rechter in Argentinië. Die wil nu vier veronderstelde mensenrechtenschenders uit de Franco-tijd berechten. Naast Billy el Niño gaat het om een collega van hem; een lid van de Guardía Civil die in 1981 nog deelnam aan de laatste militaire putsch; en een voormalig lijfwacht van Franco. Hoewel het de vraag is of het tot uitlevering komt, moet de manoeuvre internationale druk op Spanje zetten. „We hopen dat er schaamte ontstaat binnen de Spaanse politiek en rechterlijke macht.”

Argentinië bakt Spanje hiermee een koekje van eigen deeg. Het belangrijkste precedent voor ‘universele rechtspraak’ creëerde Spanje namelijk zelf, in 2005. Baltasar Garzón wist toen met succes de Argentijnse marineofficier Adolfo Scilingo te vervolgen. Scilingo nam deel aan dodenvluchten van het militaire Videla-regime, biechtte dit ook publiekelijk op, maar genoot onder een nationale amnestieregeling immuniteit. In een baanbrekende zaak wist Garzón hem in Spanje wel veroordeeld te krijgen, tot 30 jaar cel.

Het droeg er aan bij dat Argentinië zijn amnestiewetten schrapte en mensenrechtenschenders alsnog ging vervolgen. Cruciaal voor deze omslag was wel dat in Buenos Aires de linkse president Néstor Kirchner aan de macht kwam.

Maar verandering komt niet altijd via de politieke weg. Een lid van de VN-werkgroep wees in een interview met de linkse website Público.es op nog een ander voorbeeld: Chili. Daar is de amnestiewet die na de Pinochet-dictatuur werd aangenomen nog altijd van kracht. „Toch zitten 800 militairen vast. Parlement noch regering wilde de wet intrekken, maar rechters passen haar niet meer toe. Het gaat niet altijd om de wet, maar hoe je haar interpreteert.”